mo kunn’n eet’n lik è musse

Ie keu’ mor eet’n lik è musse” zo placht men vroeger wel eens geheel valselijk over mij te beweren. Nochtans kon ik ook toen al flinke kwantiteiten voedsel tot mij nemen, op simpele voorwaarde dat het lekker was. En dat is niet noemenswaardig veranderd. Bovendien doet deze boude bewering ook de mussen te kort. Want als ze met hun bescheiden troepje langs geweest zijn op de voedertafel is het aanbod toch enigszins gedecimeerd.

‘Mussen’ is als term trouwens ook al een beetje kort door de generaliserende bocht, gezien zelfs mijn nederig erf drie vaste ‘mussen’soorten als klant heeft en af en toe zelfs door een meer toevallige passant gefrequenteerd wordt. Dat laatste betreft de grasmus, een zomergast die voor het ogenblik in warmere oorden vertoeft en zich derhalve momenteel niet laat fotograferen. Vier soorten ‘mussen’ dus, en dat in een simpel tuintje.

De meest honkvaste klant in de Eigenwijze Tuin is de huismus (foto boven). Huismussen zouden al duizenden jaren in het voetspoor van de landbouwende mens meegetrokken zijn vanuit West-Azië. Ondertussen zijn ze zowel voor hun voedsel als voor nestgelegenheid helemaal van mensen afhankelijk, en is de soort afwezig in onbewoonde gebieden. Huismussen zijn fanatieke standvogels, ze blijven zelfs doorgaans hun hele leven binnen een straal van 600m van hun geboorteplek. Hun nest maken ze in holten en spleten in gebouwen, onder dakpannen (in ons geval onder de leien van de zolder) en dikwijls in kleine kolonies.

Je vindt ze vooral op plaatsen waar voedselresten blijven slingeren. Ook in wat wij mensen wegwerpen vinden ze dikwijls hun gerief. Zelfs voor het lospeuteren van onverteerde zaden en granen uit paardenkeutels halen ze hun neus niet op. Op het eigenwijze erf wordt niet met eten gesmost, maar het jaar door schuiven ze mee aan tafel als de kippen gevoederd worden. (Of zoals ik eerder zei: “De helft van wat ik voor mijn kippen uitstrooi wordt gretig opgepikt door hordes mussen (zowel huis als ring) die in de meidoornhaag huizen en al even enthousiast op het door mij uitgekreten ‘tiktiktiiiiik‘ reageren als het pluimvee waar ik mij toe richt. Ik smijt dan nog een schep extra, want ik ben fan van mussen, ik.“)

Man en vrouw zijn makkelijk te onderscheiden bij de huismus. Op de twee foto’s hierboven zie je ’n man (grijs kopje, zwart masker), op de twee hieronder staat een vrouwtje (bruin kopje).

Bij de andere ‘echte’ mussensoort die jaarrond in onze tuin zit, de ringmus, zien mannetjes en vrouwtjes er hetzelfde uit. Allebei een chocoladebruin kopje en zwarte wangvlekken.


Ringmussen zijn in veel mindere mate cultuurvolgers dan huismussen, al broeden ze ook graag in holten en spleten in gebouwen. Het is eerder een vogel die zich goed voelt in licht bos met open plekken, een biotoop dat ze nu terugvinden op boerenerven met hoogstamboomgaarden en knotwilgenrijen. (Vreemd genoeg zijn ringmussen in China wel uitgesproken cultuurvolgers: daar nemen ze de plaats in van onze huismus). Ze zijn ook schuwer dan de huismus en trekken in de winter meer weg. In de winter zijn ze maar zeer lokaal aanwezig, vaak in tuinen met akkers of weiden in de onmiddellijke omgeving, zoals bij ons het geval is.

Tenslotte is er ook nog de heggenmus (foto onder), die ondanks z’n naam niks met mussen pur sang te maken. Kijk maar naar z’n fijne bek: duidelijk een insecteneter, terwijl huis- en ringmus met hun forse snavel helemaal in zaden gespecialiseerd zijn.  Heggenmussen zijn vogeltjes die onze hagen en struiken wel gezellig vinden.  Daar zoeken ze in de humuslaag of tussen de afgevallen bladeren naar kleine grut. Bij ons zijn het standvogels die in de winter het gezelschap krijgen van hun soortgenoten uit het noorden. Vanaf de herfst vullen ze hun dieet aan met zaden en bessen. Dan komen ze ook op voedertafels af, al komen ze zelden op de tafel zelf: eerder snuisteren ze op de grond naar wat andere vogels lieten vallen.

Dit bericht is geplaatst in dieren met de tags . Bookmark de permalink.

10 Responses to mo kunn’n eet’n lik è musse

  1. bentenge schreef:

    Mussen zijn leuke vogeltjes om in de tuin te hebben. Bij ons zijn ze quasi niet te vinden.

  2. supermasj schreef:

    In onze tuin zie ik ze zelden, tenzij achterin bij het kippenhok. Er zit wel een grote kolonie bij onze achterburen (ik hoor ze tjilpen)

  3. Pingback: Knabbelaars « Onder de appelboom

  4. muggenbeet schreef:

    Hier tot zo’n 20 huismussen maar geen ringmussen. Alweer prachtige foto’s Bart!

  5. Misschien is ling wel het Chinees voor huis :-)

  6. madame boerenerf schreef:

    Weer wat bijgeleerd. Op het boerenerf heb ik ze de drie soorten al gespot en nu kan ik ze ook benoemen :-)

  7. janus schreef:

    proper gedaan! ik zou zelfs zeggen: Proper Gedaan!

  8. Zem schreef:

    Hele mooie foto’s van de mussen.
    Ik hou van musjes. Wij hebben zowel huismussen als ringmussen. Zo’n groep kan zo gezellig met elkaar kwetteren.

  9. natuurlijk-rijk schreef:

    Schitterende foto’s! Wij hebben hier een echte mussenboom, ’t zit er vol mee. En ook de heggemus trippelt nog rond.

  10. An en Toon schreef:

    Bedankt Eigenwijze Tuinier, voor de herwaardering van de mussen! :-)
    Het zijn inderdaad fascinerende vogels. En tegelijk zijn het mooie vogels. Met jouw foto’s komt dat dubbel zo goed naar voor.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.