wat heb ik nu aan mijn feeder hangen?

Binnenkort is het weer zo ver, de hoogmis voor Thuis Vogelend Vlaanderen en Omstreken! Want het weekend van 28 en 29 januari  is niet meer of minder dan Het Grote Vogelweekend, waarop driftig mezen, mussen, vinken en ander grut dat zich rond voederplanken of vetbollen waagt geturfd wordt. De competitief ingestelde medemens kan weer helemaal loos gaan :-) (ik zet er deze keer voor de zekerheid een smiley achter!).
Nu heerst er – zo heb ik een wijl geleden in de media vernomen- enige ongerustheid aangaande het aantal vogels dat deze winter in onze tuinen opduikt. Het zouden er veel minder zijn dan andere jaren, en sommigen vroegen zich luidop af waar de mezen dan wel gebleven zijn? Een combinatie van een rampzalig broedjaar met een groot voedselaanbod in de natuur bij het milde begin van de winter werd als verklaring naar voor geschoven.
En natuurlijk is het ook ten dele mijn schuld, want op mijn erf is het business as usual en zijn we ondertussen aan de tweede emmer vetbollen en de volgende 15 kg zonnebloempitten toe. Heler horden mussen, mezen, vinken en groenlingen vliegen hier af en aan. En als de staartmezen voorbij gekomen zijn mag ik gelijk de feeder bijvullen. Ze zitten dus allemaal bij mij :-) ! (smiley!).

Enkele weken geleden kwam er zelfs een nieuwe bezoeker langs op het Eigenwijze Erf, aangelokt door de zonnebloempitten.

Even vreesde ik de sloop van mijn plastic voederinfrastructuur, maar hij bleef heel beleefd en nibbelde keurig pitje per pitje uit de daartoe voorziene opening. Braaf! En wát een mooi beest!

Nu, u vermoedt het misschien al, halsbandparkieten zijn eigenlijk geen inheemse vogels en hun aanwezigheid alhier valt dan ook een beetje onder de rubriek ‘gemengde gevoelens’. Als holenbroeders vormen ze immers concurrentie voor spechten en boomklevers bij de zoektocht naar geschikte nestholtes. De eerste halsbandparkieten werden overigens al in de 15e eeuw in onze streken ingevoerd, als speeltje voor de rijke medemens. Verwilderde halsbandparkieten duiken op vanaf 1962 in Tervuren, vier jaar later volgt het eerste succesvol broedgeval daar. En als de Meli Zoo op de Heizel in ’74 enkele tientallen exemplaren vrijlaat in het park is het hek helemaal van de dam. Tegenwoordig huizen er vele duizenden exemplaren in een straal van 40 km rond Brussel. Waarvan er dus eentje tot in het verre Woubrechtegem kwam (nog net binnen de actieradius).

 

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Dit bericht is geplaatst in dieren met de tags . Bookmark de permalink.

7 reacties op wat heb ik nu aan mijn feeder hangen?

  1. woelmuizenier schreef:

    Hier was het ‘vogelweekend’ een week geleden. Hoewel genoeg sneeuw en een rijkelijk gedekte tafel was het bezoek inderdaad teleurstellend. Nogal wat ringmussen, 2 koolmeezen, 3 kraaien, 1 gaai en 2 merels. Intussen ook nog 1 boomklever en 1 bonte specht.
    Verontrustend!

  2. natuurlijk-rijk schreef:

    Die staartmezen heb ik hier vorig jaar voor het eerst gezien. Je eerste foto is schitterend. Die halsbandparkieten mag je bijhouden. Wat een rotherrie dat die maken heb ik in Brussel en Amsterdam al een paar keer gehoord. En naast zaaikriebels heb je precies ook een beetje blogkriebels, leuk!!!!!!

  3. De Fruitberg schreef:

    Hier was de voorbije ook al wat te zien, maar nog niet in de absoluut grote volumes van vorig jaar. Ik heb dit jaar meer mezen, iets minder vinken en vel meer groenlingen. Specht zie ik iedere dag, boomklevers helemaal niet.

  4. Emmie engel schreef:

    Halsbandparkieten rukken op.
    Eerst zijn ze fotogeniek en wat eten ze netjes, wat leuk.
    Tot je er twintig hebt en ze de hele zomer krijsend je moestuin leeg eten, ook heel netjes.
    Emmie

  5. Menck schreef:

    Te onzent heersen de vier M’s: merels, mezen, mussen en – tja, de kust – meeuwen. Al de rest geeft forfait. Zelfs een simpele duif of kraai treffen we hier zelden.

    Fijne foto’s alweer. Al zou ik die halsbandparkieten toch liever niet aanschouwen.

  6. onderdeappelboom schreef:

    Ze roepen vooral zo hard, die halsbandparkieten. Ten huize onderdeappelboom allerminst geklaag over het aantal mezen. Ze blijven het meest aanwezig, samen een roodborstje, mussen en wat merels. Nooit op de voederplank maar altijd op het terras: het winterkoninkje. Verderop in de tuin dagelijks een tiental roeken en bij het strooivoer uiteraard de vinken. De meest originele dit jaar is wellicht de patrijs, die vooral ons gazon plundert op zoek naar levend voedsel. Maar die staartmezen, die houd jij allemaal in Wouwou blijkbaar; ‘ten onzent’ komen die nooit.

  7. Prachtig! Heel bijzonder die staartmees. Heb je ook al eens de glanskopmees gezien? Heel leuk en aaibaar. Lijkt erop maar dan zonder lange staart.

    Fijn weekend!
    Kom ook eens langs op mijn Tuincoach Blog http://tuincoach.wordpress.com en lees over de tuinvogeltelling, over bloemrijke beplanting en leven in de tuin.

Geef een reactie