Category: paddestoelen
Roodbruine schijnridderzwam

Ook dit jaar zijn achter in de tuin, vlak bij het naaldbos, weer tientallen Roodbruine schijnridderzwammen (Lepista flaccida) opgedoken. Mooie, forse paddenstoelen die met hun dieprode kleur tamelijk herkenbaar zijn en niet echt met andere soorten verward kunnen worden. Denk ik toch. De enige soort die volgens soortenbank.nl in de buurt komt is de Slanke trechterzwam, die toch beduidend geler is. Fijn zo! En wat ook fijn is: volgens diezelfde soortenbank.nl is de roodbruine schijnridderzwam eetbaar! Aan TAAAFEL!!!
Euhm… wacht eens… wat vertellen ze daar op Rogers Mushrooms (fijne website die ik via Annetanne leerde kennen) over diezelfde (?) Lepista flaccida ? Juist: ‘Inedible’ vermoeden ze aldaar. Oneetbaar. Oepsie! Toch maar laten staan dan zeker? Maar wie moet ik nu geloven?
Gelukkig ben ik eigenlijk toch niet zo dol op paddestoelen op mijn bord. Liever foto’s van maken. Onderstaande foto is opzettelijk een beetje vaag gemaakt door plat op m’n buik doorheen het gras te fotograferen, met bovendien een groot diafragma (grote opening, dus klein getal) zodat er maar een beperkte scherptediepte is.

Dezelfde foto, maar dan van uit een iets hoger standpunt en met meer scherptediepte door een hogere diafragmawaarde (hier klikken om die te zien) vind ik veel koeler en sterieler. ‘t Is een kwestie van smaak natuurlijk, maar ik vind de wazige mooier. En u?
plooirokje
Een kleintje maar een fijntje: het plooirokje (of iets droger het gevoorde inktzwammetje genoemd) toont op bovenstaande foto hoe het aan beide namen komt; het hoedje is rondom geplooid, én het is lid van de inktzwammen (onderaan de hoed rechts wat te zien). Ook onze buren hebben de nodige verbeelding gebruikt om een naam te bedenken: ‘Japanese umbrella inky’ of ‘fairy parasol’, ‘rädchentintlling’, Veckad bläcksvamp’ of zelfs ‘Hjulblekksopp’ in het hoge Noorden; lieflijkheid alom. Groeit overigens gewoon in het gazon, dit zwammetje.
gifgroen
Moesten ze mij nu vragen om een giftige paddestoel te tekenen; veel kans dat het er ene wordt zoals ik ze deze zondagmiddag in mijn pelouze aantrof. Ik zou hem waarschijnlijk zelfs zo fel niet durven kleuren. Zo een klein venijnig dingske, glimmend en glibberig met een kleur die niet beter dan als gifgroen kan omschreven worden. Het straalt iets uit van ‘eet mij op en ge hebt het zweten’.
Ik vermoed dat het een Valse kopergroenzwam (Stropharia cyanea) is, maar aangezien paddestoelen mijnen dada niet zijn kan ik de bal alweer danig mis kloppen.
allemaal beestjes
Nog enkele foto’s van de voorbije weken die, als ik ze nu niet post, definitief in de archieven dreigen te verdwijnen. Niet mijn beste foto’s, maar toch leuk genoeg om ze even te tonen.
Een kniptor, klaar om weg te schieten van op zijn Spaanse aak blaadje. Laat op de avond gefotografeerd, en omdat er nogal wat wind was de ISO waarde vrij hoog gekozen om toch nog een korte sluitertijd te kunnen gebruiken. Daardoor zie je behoorlijk wat korrel op de foto, ik zou ‘m eigenlijk nog eens door neatimage moeten halen. Weetewa, ik doe het gauw even. Beter, nee?
De volgende foto is er een van een larve van een lieveheersbeest. Het monstertje in kwestie kijkt nogal verstoord op van z’n maaltijd (een mier als ik het goed zie). Gelukkig ben ik veel groter en moet ik mij geen zorgen maken, want met zo’n bakkes kan hij zó als figurant meespelen in één of andere pulp horrorfilm.
Een ruggezwemmer, voor de foto eventjes in een petriplaatje gevangen. Je kan mooi de zuurstoflaag zien glimmen die hij met zich meevoert onder water. Jammer genoeg kan je ook mooi de petriplaat zien. Damn!
Twee maand geleden nog een eitje, nu een heus kikkertje klaar om de vijver te verlaten en in de tuin op verkenning te gaan. Hopelijk raken er een paar van hen heelhuids de winter door en komen ze volgend voorjaar van eitje afzetten doen. Zou leuk zijn.
En tenslotte een Schaatsenrijder, een roofwants die zich op drenkelingen stort die in het water sukkelen. Niet om ze weer aan wal te helpen maar om ze leeg te zabberen met z’n zuigsnuit. Gezellige boel, zo’n vijvertje.
De wervelingen in het water linksboven zijn wel leuk, maar de schaatsenrijder van Victor is toch stukken mooier.
Gele trilzwammen en hun bewoners

Toen ik deze morgen nog een paar foto’s van de Gele trilzwammen aan het maken was zag ik ineens, in de rechterhoek van mijn zoeker, iets voortpeddelen. Kihiiii ! (koddige beestjes ontlokken mij onaangepaste geluiden). Een springstaartje vermoed ik, al kan ik de bal hier ernstig mis slaan. Eilaas schrikwekkend klein, en ik had niet al mijn randanimatie mee om nogvandichterbijfoto’s te maken. Veel beter dan onderstaande foto zat er dan ook niet in. Het beestje is, schat ik, 1 à 2 millimeter groot. Klein maar dapper. Maar dit betekent wel dat het klein grut stilaan wakker wordt. Ge kunt niet geloven hoe ik daar naar uit kijk, om al die zotte beesten weer voor mijn lens te krijgen.

de lente is begonnen
Of zo lijkt het toch. Al is het niet de klassieke voorjaarsbloeier die voor het eerste kleur zorgt: op een afgebroken stukje perenhout groeit een gele trilzwam (Tremella mesenterica). Een algemeen zwammetje dat het jaar rond opduikt.

Maar behalve dat: de lente is op komst, onmiskenbaar. Hier en daar duiken de eerste sprieten van de bolgewassen op, het gras lijkt voorwaar al een paar milimeter te groeien én (!) één van onze kippen is weer aan de leg geraakt. Ik ben van de slag begonnen met het klaarmaken van de schapenstal (één hoop overenthousiasme, ik), in blijde verwachting van de eerste lammetjes. Al kan dat best nog een paar maand uit blijven, tot in maart bijvoorbeeld, als het écht lente wordt.
stralend

Het leven brandt momenteel op een laag pitje in de tuin. Het is zoeken naar foto-onderwerpen die niet onmiddellijk de neiging hebben om weg te vliegen. Gelukkig zorgt dit Gewoon fluweelpootje toch voor wat kleur.
frustratie
Geweizwammetjes. Veel, zeer veel foto’s heb ik er al aan gehangen. Maar nog altijd geen waar ik écht tevreden van ben. Gelukkig groeien ze momenteel en masse op mijn zwammenkweek, een stapel essenbalkjes die voor mini-natuurreservaatje oefenen. Dus dit weekend kan ik weer een poging wagen, als het weer eventjes meezit.

een plaatje (?)
Ik geef toe dat ik enigzins geagiteerd ben, geheel en al ondanks mijzelf. Het neigt naar de kriebels die ik als zestienjarige had toen ik mijn eerste middelste bonte specht zag. Of de agitatie bij de eerste vroedmeesterpad op mijn bemodderde hand. Ik weet het, normale tieners kregen kriebels van hun eerste liefdesperikelen, maar ik had andere prioriteiten op die leeftijd. Niet dat het voor de rest allemaal niet in orde is gekomen, want uiteindelijk werd ik na zes jaar geheelonthouding aan het Sint-Jozef instituut losgelaten in het Walhalla van het Gentse kotleven alwaar een inhaalbeweging als vanzelve ging. Maar goed, ter zake.
Want, hooggeëerd publiek, ik vermoed een zeldzaamheid in mijnenhof ontdekt te hebben. Een echte. Iets van schrale permanente graslanden. Iets wat mensen-die-het-kunnen-weten de orchidee der paddestoelen noemen. Een Wasplaat. Maar, o miserie, ‘t is een paddestoel. En van paddestoelen heb ik, zoals reeds tot vervelens toe vermeld, weinig of geen kaas gegeten. Dus voor hetzelfde geld sla ik hier de bal volkomen mis en is de oorzaak van mijn jubelstemming een zwam die ook in eender welk doodgespoten ontmost stuk millimetergazon in groten getale opduikt. Daarom, mocht er een onderlegd persoon uitsluitsel kunnen geven (ik zwaai even naar Annetanne): please do so.










