2009 zal in de Eigenwijze Annalen geboekstaafd staan als ‘het jaar van de peen’. En dat is niet erg, want wilde peen (Daucus carota) is een “een mooie plant, een welriekende plant, een grote, een sterke, ja, een nuttige plant” (via).
Een zee van peen met daar tussen verspreid knoopkruid en koninginnekruid, het is een prachtig zicht. En ook de bloemschermen op zich zijn mooi. Ja, zelfs de individuele bloemetjes zijn aantrekkelijk in hun eenvoud. Maar je moet mij niet op mijn woord geloven, kijk zelf maar:





‘Mooi, groot en sterk: ok. Maar is dat ook wel nuttig?’ hoor ik u zich daar luidop afvragen. (jaja, u daar. u hoeft het niet te ontkennen!). Welzeker is het ook een nuttige plant! Honderden, zo niet duizenden vliegen, zweefvliegen, vlinders en andere insecten komen zich volvreten aan de nectar. Maar vooral om de koninginnepage is het mij te doen, want peen is dé waardplant bij uitstek voor de rupsen van deze vlinder. Tot nu toe nog niet gespot, maar wat niet is kan nog komen!