noteer allemaal in uw agenda…
…27 en 28 maart is’t van opendeurke bij Ecoflora. Ik denk dat ik ook dit jaar eens langs ga. Plantjes kiezen en mensjes ontmoeten, altijd plezant (zo ook vorig jaar). En u? En hoe laat spreken we dan af? :-)
…27 en 28 maart is’t van opendeurke bij Ecoflora. Ik denk dat ik ook dit jaar eens langs ga. Plantjes kiezen en mensjes ontmoeten, altijd plezant (zo ook vorig jaar). En u? En hoe laat spreken we dan af? :-)
Ik zit eigenlijk met een vraagje, maar ‘t is zo gelijk wat overdreven om daar de drukbezette mensen van VELT emailgewijs mee lastig te vallen, met het risico als ongeduldigaard gebrandmerkt te worden. Maar misschien is iemand onder jullie, trouw lezerspubliek, wel een ervaringsdeskundige die mij direct kan vertellen of er iets aan het handje is. Of wie weet komt hier af en toe een VELT-(st)er langs, die vanzelfsprekend over informatie uit eerste hand beschikt.
‘t Is namelijk het volgende: halfweg december vorig jaar plaatste ik op de daartoe geëigende wijze mijn bestelling voor verse zaden en ander dingk, en voldeed simultaan aan de financiële verplichtingen dienaangaande. Maar sindsdien heb ik daar dus niks meer over gehoord. En nu vroeg ik mij af of ik daar misschien een bevestiging van had moeten krijgen, dat mijn bestelling en betaling in goede orde ontvangen was. En vroeg ik mij af wanneer dat gerief eigenlijk geleverd wordt. En vroeg ik mij af of ik daarvan op de hoogte gebracht wordt waar en wanneer ik dat allemaal mag afhalen. En vroeg ik mij af of ik mij niet teveel afvraag en gewoon moet afwachten en dat ze me wel zullen laten weten hoe wat en waar en wanneer. En nu vraag ik het dus aan u.
Annetanne stelt bij de commentaren op het vorig bericht de kwaliteit van wilg als brandhout in vraag. Wilgenhout wordt inderdaad dikwijls als tweede keus beschouwd op dat vlak. Eik, beuk en es staan een stuk beter aangeschreven. Nochtans, wilg afschrijven als brandhout zou ik zeker niet doen. Van zodra de diameter groter is dan pakweg een pols dik, is het voor mij goed genoeg om de houtstoof in te gaan.
Wilg wordt (samen met populier) trouwens ook intensief aangeplant als korte omloop hout (om houtpellets te maken). Daar hanteren ze de norm 2,5 kg (oven)droog hout = 1 l mazout wat de warmteopbrengst betreft. Dat geeft toch al aan dat je je ook met wilgenhout in je houtstoof kunt warmen.
Ik stook zelf met een relatief hoog gehalte aan wilg, gemengd met andere houtsoorten als es, tamme kastanje, fruitbomenhout,… naargelang het aanbod. En dat aanbod aan wilg is nu eenmaal groter dan andere houtsoorten. Maar eigenlijk vind ik wilg best handig om het vuur snel goed op gang te krijgen: Aanmaakhoutjes met daarboven een paar kleine (of gekliefde) wilgenstammetjes gaan makkelijk in brand en geven heel snel behoorlijk wat warmte af. Tegen dat een vuurtje met gewone es goed op dreef is duurt het toch al heel wat langer…
Eenmaal goed op gang schakel ik dan over op grotere (niet gekliefde) stukken wilg, of -als de living voldoende opgewarmd is en er enkel nog wat ‘onderhoudswarmte’ nodig is- een blokje tamme kastanje, es of appel of perenhout. Met de luchttoevoer flink toegeknepen, zodat het mooi langzaam opbrandt. In feite geeft wilg (samen met andere ‘zachte’ houtsoorten) evenveel warmte af als ‘harde’ soorten als eik, beuk en es. alleen brandt het veel vlugger (en geeft dus ook vlugger warmte af).
Maar ziet, objectieve gegevens zijn ook voor handen:
| Houtsoort | volumegewicht droog(kg/dm³) | Calorische waarde per m³ vol hout |
| spar | 0,45 | 6975 |
| populier | 0,45 | 6975 |
| grove den | 0,48 | 7440 |
| wilg | 0,50 | 7750 |
| els | 0,51 | 7905 |
| esdoorn | 0,56 | 8680 |
| plataan | 0,64 | 9920 |
| notenboom | 0,64 | 9920 |
| gewone es | 0,67 | 10385 |
| berk | 0,67 | 10385 |
| eik | 0,69 | 10695 |
| peer | 0,70 | 10850 |
| beuk | 0,72 | 11160 |
| appel | 0,75 | 11625 |
Wilg brengt het er dus zelfs nog beter van af dan populier (in onze streek een populaire brandhoutsoort). Maar het verschil in calorische waarde per gewicht van al die soorten is nagenoeg gelijk: het varieert (voor droog hout) tussen de 5,1 kWh/kg (eik) en 5,3 kWh/kg (berk). Je hebt dus nagenoeg evenveel gewicht eik nodig als wilg om eenzelfde hoeveelheid warmte op te wekken. Maar het volume verschilt wel aanzienlijk: vergeleken met eik heb je ongeveer een vierde meer hout nodig (dus meer stères) voor een even grote warmte opbrengst.
In feite is -naar mijn geheel persoonlijke mening, spreek mij gerust tegen- de mate van droogheid veel belangrijker dan de soort hout: twee jaar drogen is bij ons een proefondervindelijk minimum geworden voor wilg, en drie jaar voor hout van fruitbomen. Dus, Annetanne, laat manlief maar in actie schieten, dan kan je je binnen drie jaar warmen aan je eigenste wilgentakken.
buitenst een garagedingk beschik ik ook over een kelderdingk, alwaar het goed toeven is.
Inderdaad, de letskes heb ik afgekeken van het goede volk van onder de appelboom. Maar zelf geprint en uitgeknipt (el cheapo in actie!)
Hoop op beterschap is er, dames en heren. Wat zeg ik? Zekerheid van beterschap, zelfs! Want vanaf nu kruipen we langzaampjes aan weer uit het deprimerend dal van de vroeg-donker-avonden. Dat de dagen in de praktijk nog altijd korter worden valt volledig op rekening van de ochtenden te schrijven, en ik heb het zo al niet voor ochtenden. Maar ochere, wat kan het mij schelen of het ’s morgens nu tien minuten vroeger of later licht wordt: ofwel zit ik op mijn werk, ofwel lig ik in mijn bed. Je m’en fous met andere woorden. Maar ’s avonds, ja dan is dat wel van belang. Want dan ben ik in wakkere hoedanigheid thuis. En zie, ging het zonneke een paar dagen geleden nog onder om 16u36, vandaag blijft ze al welgeteld een minuutje langer bij ons: tot 16u37. En dat betert almaar! Tegen ‘t eind van dit jaar is ze al tien minuten langer onder ons! Wahey!! Dat stemt mij bijzonder vrolijk, en ik hoop van u hetzelfde. (klikkerdeklik alhier voor een tabel zonsopkomst en zonsondergang voor Brussel)
De cultus van het lui tuinieren hoeft zich naar mijn bescheiden mening niet enkel in de moestuin te manifesteren. Neen, ook in de nestkastbouw vermoed ik diverse mogelijkheden. Dus toen ik mij na aanschaf van zes flessen edel druivensap eveneens in het bezit van een houten wijnkistje wist, ging ik strategisch te werk om een nestkast in 3 stappen te organiseren. Met een beetje geluk komt er een winterkoningkje of een roodborstje in wonen. (of een merel, of een grauwe vliegenvanger, of een kwikstaart, of wellicht nog iets helemaal anders (als het een giervalk is trakteer ik!). )
Bon, 3 stappen dus:
1) verwijder (slechts!) de helft van het deksel van de wijnkist.
2) verwijder alle flessen en bijhorende kartonnetjes/moeskes.
3) vijs de wijnkist tegen een muur op een regenvrije plaats (onder een afdak bijvoorbeeld).
Voila, een nestkast voor half-holenbroeders in drie stappen. Als er volgend jaar iets in komt broeden verneem je er hier alles over.
Pokkeweer! Heb ik eens tijd en goesting dit weekend, valt het weer toch wel gigantisch tegen zekers! Egaal grijs, overdreven winderig en stortbuien tussen het regenen door… zeg da’t godgeklaagd is. Maar gelukkig is daar het interweps om inspiratie op te doen voor als betere tijden aanbreken. Bijvoorbeeld bij Leszek Paradowski, die een onwaarschijnlijke collectie skúne landschappen bijeen gefotografeerd heeft. Nu woont die’n mens natuurlijk wel in Polen, waar dergelijke landschapjes misschien iets makkelijker te scoren zijn. Maar toch, sommige dingen moeten ook hier haalbaar zijn. Ne mens moet ambitie hebben, newaar.