Category: zonder rubriek
pakjes uit buikberg nr 6 – where no mole has gone before
Zijde’t al beu? Foto van een pakske – foto van zaadjes – beetje geleuter ? Courage dan, we zijn halfweg. Bovendien heb ik momenteel mijn handen vol met het verbouwen van mijn doeninge, waar ik een beetje in een tweede versnelling geschoten ben. Op twee fronten tegelijk en ondertussen nog wat schapen (laten) slachten en al, ge kent dat. Dus veel tijd om in de tuin fotootjes te gaan maken is er toch al niet. Goeie timing met andere woorden, die pakskes, anders was het hier misschien wat stillekes geweest…
Soit, to the point. Ik heb weer eventjes moeten nadenken toch. Dat het ‘lekker’ zou zijn vind ik -mijn excuses- niet echt een criterium, komende van mensen die zelfs kolen eten, imagine the horror. Dus moet ik mij baseren op ‘winter’, ‘zwart en wit’ en mollen als naaste buren. Een zwart-wit dingk dat zich ondergronds ophoudt, met andere woorden. En dan kom ik (met mijn beperkte groentenkennis) als vanzelf uit bij schorseneren. Wit van binnen, zwart van buiten, en een wortelgewas. En een jeugdtrauma! Neen mama, ik ben die witte karooten niet vergeten! Maar zie, ik geef de schorseneren het voordeel van de twijfel: ze krijgen een herkansing. In 2012 proef ik er van! Als ze willen groeien tenminste :-)
pakjes uit buikberg nr 5 – had ik maar kolen!
Bijna was ik weg op het verkeerde been, wegens dat ‘slingeren’, meerbepaald. Een of andere Ipomoea dacht ik namelijk, zo’n fancy windesoort. Misschien zelfs Ipomoea rubro-coerulea, die bij VELT in de cataloog staat. De meeste links die je voor die plant bij google vindt gaan richting psychotrope werking van de zaden. Oeps! Zouden die van Buikberg postpakketgewijs drugs dealen? Edoch neen, bij de prentjes bleek het zaad er helemaal anders uit te zien.Oef!
O maar wachtekeer, ik ken dat zaad! Ik heb het zelfs zelf opgestuurd dacht ik, of toch iets dat er sterk op lijkt. Oost-Indische kers, zou het kunnen?
pakskes van buikberg nr 3 – Hongaarse bodembedekkende strijders
Dat ‘Hongaarse strijders’ waren een weggevertje. Huzarenknoop it is! Niet dat ik er ooit al van gehoord had, maar als je ‘Huzaren’ samen met ‘plant’ in google gooit dan kom je er als vanzelf op uit. Want ik mag dan al niks van planten kennen, voor de rest kan ik de gemiddelde quizvraag wel beantwoorden. De prentjes die google bij Huzarenknoop tevoorschijn tovert bevestigen het vermoeden: gele mini-zonnebloemetjes van het bodembedekkende type. Hoezee! 1/10 at last! En bovendien een plantje dat hier geheel niet zal misstaan, ik weet er al de geknipte plaats voor peizek! Dank dank!
Maar laat ons vooral ook oog hebben voor belangrijker zaken, zijnde de artistieke verpakking dezer; bemerk de subtiele blauwe toets die de groene compositie op dit kunstwerk vervolledigt. De jonge kunstenares poogt hier ongetwijfeld het conflict te benadrukken van de horizontale en vertikale brede groene banden. Een conflict dat door een ontluikende blauwe diagonaal overbrugd dient te worden, als ware het een schuchtere poging om twee fundamentele tegenstellingen met elkaar te verzoenen. Talent! Zoveel mag duidelijk zijn!
pakskes van Buikberg: nr 1 – probeer eens
1. Rara… Experiment… Wokken? Salade? Puree? Quiche? Probeer eens

Hmm, een lichtelijk vermoeden dat het hier een gewas betreft voor in de moestuin dringt zich op. Ik zou zelfs iets in het genre steviger bladgewas vermoeden. Lavas, een soort oerspinazie of een warmoesvariant?
Een blik op de binnenkant doet mij in eerste instantie aan radijzenzaadjes denken, maar bij nader toezien is het toch iets anders denk ik. Bovendien zitten er houtige dingskes bij die niet bij radijzen horen. Tenzij ze dat er als dwaalspoor bijgestoken hebben natuurlijk, de snoodaards.
conclusie: ik heb er begot geen gedacht van. Wellicht is het iets waar ik vanzeleven nog niet van gehoord heb. Ik zou dit bij wijze van op-veilig-spelen ergens halverwege mei in het bedje van de bladgewassen durven zaaien, op een rijtje met tien centimeter tussen elk zaadje. Moestet zijn dat dit scenario gegarandeerd op een fiasco uit draait, of mijn gewasrotatie danig dreigt te verstoren, dan zou enige bijsturing vanzelfsprekend geapprecieerd worden. Allez, al 0/10. Dat belooft…
IepIepOeraaa! (denk ik)
Ik was er nochtans redelijk gerust in, toen ik maandag deze post las. “Iemand die alles al lijkt te hebben”? “Inventarissen en bestellijstjes”? Zo all-round georganiseerd, dat kan alleen maar Annetanne zijn, zo was mijn evidente conclusie. Allez, geef toe, toch in elk geval ik niet. Ik bleef derhalve in blijde afwachting van wie ik dan wél een enveloppe zaadjes zou ontvangen, één dezer.
Maar ziet! Vandaag in de bwatte: een mooi versierde Buikberg-enveloppe. Hoe wijs is dat wel niet zeg! En binnen in die enveloppe tien kleine papieren emmertjes, met (Linde- ?) krullen versierd en cryptische omschrijving betreffende de inhoud. Hoe onmetelijk cool is dat wel niet jong? Whiiiiiiiiiii! Maar we gaan de pret rekken, dames en heren, en dat wel tien dagen lang. Geen instant gratification te rapen alhier, nono! Morgen probeer ik nummer 1 te ontcijferen, overmorgen nummertje 2, enzoverder … Ik zie het al helemaal zitten (en pronostikeer voor mijzelve een realistische zes op tien).
En verder, ter uwer informatie, geheel binnen de afgesproken termijn, gaat morgen mijn enveloppe op de post!
zeven
Nagenoeg dag op dag verschenen zeven jaar geleden de eerste zinnen op het interwebs van wat uiteindelijk de eigenwijzetuin.be zou worden. ‘Tuindagboek november 2004‘, zo klonk de weinig appellerende titel destijds. Die zoutloze vlag dekte overigens volkomen de lading: saai, saai², saai³. Maar ziet, algauw doken de eerste pogingen tot beterschap op: een maand later verschenen zowaar foto’s! Luizig slechte foto’s weliswaar, maar toch, ‘t getuigt ergens toch van enige ambitie en goede wil.
Gelegenheid tot reageren was er nog niet, buiten mijzelve was er immers geen kat die kwam lezen, maak u vooralgeen illusies, ik deed dat ook niet. Het zou nog tot in juni duren, ruim een half jaar verder dus, voor enige interactie – geheel ambachtelijk via emailtjes die ik dan in een postje moest gieten- mogelijk werd. Niet dat er gereageerd werd, kunt peizen…
Och, kijk! Toch! In september 2005, ik ben dan bijna een jaar aan het ‘bloggen’, is er een goeie ziel die mij, wellicht uit eerlijke compassie, te woord staat (bij deze uitgeroepen tot mijn trouwste lezer! *zwaait even*).
Ik liep er destijds dagen content van, van die eerste reactie. Gigantisch verheugd was ik ook met de statistiekskes na 1 jaar bloggen: in 1 jaar tijd 1759 bezoekers! (waarvan waarschijnlijk de helft per ongeluk op de site belande, maar soit). Gemiddeld 226 bezoekers per maand! Ik content! Heden ten dage ligt het standaard aantal maandelijkse bezoekers rond de 35.000, met occasionele uitschieters tot 50.000 en meer. Ik ben nog altijd content. En ook elke keer als er gereageerd wordt stemt mij dat vrolijk, dankuzeer daarvoor.
In de loop van die zeven jaar is er veel veranderd natuurlijk. Qua vorm en inhoud van deze blog, maar ook de tuin zelf heeft een hele evolutie ondergaan. En af en toe komt daar zelfs een mooie foto uit voort, fijn zo. Naast het combineren en verder uitspitten van mijn drie voornaamste hobby’s (buiten in de tuin bezig zijn, beestjes en plantjes fotograferen en op klavieren tokkelen) heb ik via deze blog ook een aantal fijne mensen leren kennen die met gelijklopende interesses en bezigheden -euh- bezig zijn. En ook al is het live-contact slechts sporadisch; het is fijn om te weten dat ze er zijn en hun perikelen op hun eigen blogs te lezen. Dus ik ga voorlopig nog even door, met de eigenwijzetuin.be. Hopelijk vindt u dat niet ál te erg ;-).
afscheid
Veertien jaar trouwe dienst, maar nu is Ol’Briggs helemaal op. Tot op de draad versleten, met ijzerdraad bijeen gehouden, roest tot op het bot. Maar eigenlijk werkte hij nog. Al duwde je je er wel suf aan, want ‘zelftrekkend’ was hij al lang niet meer. En hield je er de daver aan over, want de messen waren met de jaren danig asymetrisch gesleten dat het geheel daverde en schudderde als een hyperkinetische drilboor met parkinson. Maar de motor draaide nog, although enigszins sputterend. Ol’Briggs moest dus noodgedwongen vorige zomer z’n plaats afstaan aan een recentere soortgenoot. Want ik word ook een jaartje ouder, en wil ook wel eens met het verstand op nul achter een tevreden snorrend grasmachien aantjaffelen, zonder mij in het zweet te werken. En na een half jaar werkloos in het schuurtje was het nu tijd om definitief te vertrekken, richting containerpark. Voorwaar een droef moment in de annalen van de Eigenwijze Tuin, want ik ben een wussie als het op alaam met een ziel aankomt. Niettemin, een sterkt staaltje zelfbeheersing wist nipt te voorkomen dat ik in een emotioneel Demis Rousoske uitbarstte toen ik ‘m – o ontluisterend einde- in de schrootcontainer diende te werpen. Gelukkig maar, want de mevrouw die zich naast mij van haar afgedankte buggy ontdeed had het wellicht niet begrepen, en meewarige blikken (of erger) waren ongetwijfeld mijn deel geweest. Maar toch, veertien jaar lang door molshopen, lang gras, bergop en bergaf, door kort en lang gras, over gazon en door weidegras; het machien heeft voorwaar goed dienst gedaan. Moge het nog lang over de eeuwige maaivelden snorren, daar waar grasmachienes heen gaan. Schnirf.
















