Laat die drie kemphaantjes van het jongens-onder-elkaar-programma hier maar eens naar kijken: de Steenrode heidelibel. Een model met prestaties waar de gemiddelde BMW nog een puntje aan kan zuigen. En véél milieuvriendelijker dan wat ze doorgaans de revue laten passeren.

Want leest u maar: Het gekanteld motorblok (ook wel borststuk genoemd) is zeer aërodynamisch van vorm en biedt plaats aan een forse partij vleugelspieren die in een fractie van een seconde het maximaal vermogen kunnen leveren wat in een enorm acceleratievermogen resulteert. De eveneens naar voor geschoven ophanging van de poten levert een kreukelzone op die de schokken bij het vangen van de (relatief zware) prooien opvangt. De ophanging van de kop is eveneens uitermate flexibel en wendbaar.
De centraal op het borststuk geplaatste aandrijving bestaat uit vier onafhankelijk van elkaar beweegbare vleugels. De afzonderlijke aansturing van de vleugels laat hoogstandjes toe als stil hangen in de lucht, verticaal opstijgen en achterwaarts vliegen. Met een vleugelslag tussen de 20 en 40 slagen per seconde is de aandrijving opmerkelijk zuinig (kleinere insecten blazen er met 1000 slagen per seconde hun energie veel sneller door) maar levert wel topprestaties tot 50 km per uur, wat hen de snelst vliegende insecten maakt.
De voorrand van de vleugels is geknikt en fungeert als een soort spoiler. Dit zorgt dat lucht loskomt van het vleugeloppervlak, waardoor lift ontstaat. Aan de voorrand van de vleugels bevindt zich ook een gekleurde vlek, het pterostigma, dat waarschijnlijk een functie heeft bij fijnere bijstellingen van de vlucht.
Eén en ander maakt dat deze diertjes in vlucht bijzonder moeilijk te fotograferen zijn, zeker als ze hun vermogen dan nog eens koppelen en als tandem allerlei manoeuvres gaan uitvoeren.

Op de foto hierboven is een koppel aan het afzetten van de eitjes begonnen. Bij Steenrode heidelibellen worden die 1 per 1 in het water gedropt, waarbij het koppel in hoog tempo telkens van op zo’n 20 cm hoogte naar beneden duikt tot net aan het wateroppervlak. De larven die uit deze eitjes komen leven op de vijverbodem en voeden zich daar onder meer met muggelarven (juicht!).
Gelukkig parkeren deze beestjes zich ook af en toe. Dan wordt het al iets eenvoudiger om ze eindelijk deftig vast te leggen.

Zeer opvallend zijn de samengestelde ogen die uit tien- à dertigduizend facetjes bestaan en vooral bewegingen waarnemen. Met de onderste helft (groen) van dichtbij, met de bovenste helft (bruinig) veraf.
Vooraan tussen de twee samengestelde ogen zie je ook de enkelvoudige ogen, waarmee ze licht en donker kunnen onderscheiden maar die waarschijnlijk ook als optisch evenwichtsorgaan functioneren. Daar net naast staan de twee korte antennes. De vervorming daarvan laat de libel toe om haar snelheid te meten. Optimale functionele design met andere woorden. En nog mooi om naar te kijken ook.