Aanleg van een zwemvijver

(een werk van lange adem)

Het nadeel aan ‘beginnen’ is dat er bij dat begin nog niet veel te vertellen valt. Je bent er dus wel een beetje aan voor de moeite, want voorlopig valt hier behalve theorie nog niks te rapen. Onze (zwem)vijver bestaat momenteel alleen nog maar in onze gedachten. Die virtuele plannen zijn ondertussen al een paar keer aangepast, zodat we nu ongeveer wel weten wat we willen.
Nu begint de zoektocht naar de praktische kant van de zaak. Websites, brochures en boeken lezen, en dat alles hier op deze pagina’s een beetje proberen te ordenen. Beginnen bij het begin dus:

de vijver:

De ideale grootte zou zo ergens tussen de 70 m² en de 150 m² liggen, waarbij (maximaal) de helft diep genoeg om te zwemmen, en (minimaal) de andere helft een plantenvijver. De diepte is niet zo doorslaggevend, een verloop van 10cm tot ongeveer 80 cm is ok voor het vijverdeel. Veel belangrijker is het profiel: zorg voor een geleidelijk verloop in de diepte zodat alle planten en dieren kans maken om zich te vestigen. Vooral een zacht hellende noordoever is zeer belangrijk voor amfibieën. Voor het zwemgedeelte is 150 cm een veilige diepte.

De plaats is best in volle zon voor het zwemgedeelte en indien mogelijk gedeeltelijk beschaduwd voor het vijvergedeelte. In de onmiddellijke omgeving best struiken en boompjes in functie van de beestjes (mag best veel zijn: tot de helft van de totale oppervlakte van de vijver). Het is vanzelfsprekend aangenaam als je de vijver van op het terras en/of vanuit het huis kan zien.

het ontwerp

Maak vooraf een (zeer) gedetailleerd plan op. Eerste werk hierbij is het gedetailleerd opmeten van de plaats en omgeving waar de vijver komt. Ook de hoogteverschillen moeten opgemeten worden. Een bruikbare methode is het spannen van een horizontaal touw (gebruik een waterpas) tussen twee stokken over de toekomstige vijver heen, en dan de afstand tussen touw en grond te meten op regelmatige afstanden. Indien het terrein zeer onregelmatig is moet je dit op verschillende plaatsen herhalen.

Vertrekkende van het plan van de bestaande toestand teken je dan de zwemvijver uit. Teken ook de vijverdiepte op het plan (gebruik ‘hoogtelijnen’) en teken dwarsprofielen. Hou bij het uittekenen van de diepte ook rekening met een bufferende zandlaag van 10 à 15 cm dikte. Het uiteindelijke plan moet je in staat stellen het uit te graven volume grond te berekenen. Vooraleer te graven moet je een bouwvergunning hebben, aan te vragen bij de technische dienst van de gemeente. In dit verband zit er ook verschil op naargelang
de bestemmingszone waarin de vijver zich zal bevinden, voor landbouwgebied is toestemming van hogere instanties vereist.

In de zomer kan veel water verdampen. Het is geen slecht idee om een deel van het dak in de vijver te laten afwateren. Als je de plaats voor deze instroom ongeveer tegenover de overloop zet heb je een natuurlijk systeem om drijvende onzuiverheden af te voeren. Ter hoogte van de instroomplaats best een behoorlijk brede plantenzone voorzien om meegespoelde onzuiverheden weg te filteren. Vermijd in elk geval oppervlakkige instroom vanuit de omgeving van de vijver, dit zal een veel te grote voedseltoevoer tot gevolg hebben.

De grens tussen zwemgedeelte en vijvergedeelte baken je best enigzins af, omdat de steile helling anders niet stabiel genoeg is. Dit kan op verschillende manieren, maar hout of zandzakken zijn het handigst. Ze bieden ook het voordeel dat ze (mits een extra beschermende laag tussen folie en hout) gewoon bovenop de folie kunnen geplaatst worden. Zorg bij gebruik van hout dat het geen overtollig hars meer bevat, en gebruik vooral GEEN geïmpregneerd hout (leve de gespecialiseerde handel. uitgeloogde lork of zilverspar zijn doorgaans
geschikt). Het hout of de stenen mogen gerust hoger komen dan de bodem van het vijvergedeelte, maar toch best ongeveer 40 cm onder het wateroppervlak blijven.

de aanleg:

Bewaar bij het graven de bovenste laag teelaarde, om achteraf de randen weer af te werken. De diepere lagen zijn doorgaans veel compacter en zwaarder van structuur, en minder geschikt om achteraf mee te werken. De rest van de uitgegraven grond kan afgevoerd worden. Na het graven alle scherpe voorwerpen, stenen, boomwortels ed verwijderen en daarboven nog een bufferlaag voorzien. Zand (15cm), worteldoek of een dikke bufferlaag van (grote hopen) oude kranten. zorg voor een overloop op een plaats waar dat geen kwaad kan.

Na het uitgraven kan je de vereiste hoeveelheid folie en beschermvlies gaan opmeten. Doe dat met twee personen, ter plaatse, gebruik makend van een meetlint. maak met de opgemeten gegevens een gedetailleerde schets. Met deze schets en het eerder gemaakte plan kan de leverancier de folie op maat maken. PDM (UVB) folie is te verkiezen boven PVC qua levensduur en qua milieubelasting. Lengte van de folie = lengte vijver + 2x maximale diepte + 60cm voor afwerkingvan de boorden
Breedte van de folie = breedte vijver + 2x maximale diepte + 60cm
Beschermvlies: telkens 10cm overlap tussen de stroken voorzien.

Aan de rand van de vijver voorzie je een perfect horizontale afboording van 10 cm hoog in hout (paaltjes met planken verbonden) of baksteen waaraan de folie kan bevestigd worden. Op die manier krijg je een vertikale wand van een 10tal cm waardoor het droogtrekken in de zomer beperkt gehouden wordt. Voorzie uitstapmogelijkheden voor insecten en kleine zoogdieren die in het water vallen, zeker in het begin als er nog niet zoveel plantengroei is waarlangs ze het water weer kunnen verlaten. Sowieso zorgt een kleine open zone van stenen/steentjes ergens langs de oever voor de nodige variatie in functie van het dierenbestand.

Voorkom zoveel mogelijk plooien in de folie. Dit kan sommige planten genoeg houvast bieden om zich doorheen de folie te wortelen. Beter een grote plooi die je met “florin plast” overkleeft dan vele kleine plooitjes. Bovenop de vijverfolie komt dan een laag vijverbodem van maximaal zo’n 10cm (zo arm mogelijke grond, het is de bedoeling dat de planten hun voedsel uit het water halen en zo de algen een hak zetten. Te rijke grond zal daarentegen voedingsstoffen aan het water afgeven en zo de algenbloei bevorderen). In feite volstaat een dunnen laag zand om de folie tegen UV te beschermen, met hier en daar hoopjes arme grond. Aan de ondiepe randen eventueel nog een demplaag om doorsteken door reigers te voorkomen (al wordt dit gevaar volgens sommigen overdreven).

Nu kunnen de planten die niet in een mand geplaatst worden in de vijver geplant worden.

Nu kan de vijver volledig gevuld worden met water. Doe dit via een tuinslang die in een poreuze zak uitmondt. Op die manier wordt de waterkracht getemperd en voorkom je wegspoelen van de grond in de vijver.

Onmiddellijk na het vullen een jerrycan water van een goede poel en enkele potten met ongewervelden overbrengen naar de nieuwe poel, én een aantal zuurstofplanten (verzinken door ze aan een steen te binden). Op die manier kan dikwijls een initiele algenbloei onderdrukt worden. Om de temperatuurshock te verminderen hang je best de potten en de jerrycan eerst een klein halfuurtje in het water vooraleer de dieren vrij te laten. Zo kan de temperatuur van de containers langzaam zakken tot die van het (meestal koude) nieuwe water. Om dezelfde reden is het beter om de planten die in een mandje geplaatst worden pas na enkele dagen in de zwemvijver te plaatsen, op die manier is het water al aangepast aan de omgevingstemperatuur. Je plant best ook niet op een zonovergoten warme dag. Afboording van de vijver kan met hout of (bak)steen.

Toegang tot het water

hellend vlak, vrij van plantengroei (helling: verhouding 3:1 minimum, liefst nog vlakker), en/of met steigertje. Een steigertje kan vrij eenvoudig zijn: twee vertikale palen, in een betonnen voet verankerd. Deze met horizontale balken verankerd met elkaar en elk met de oever. op de balken naar de oever bevestig je dan loopplanken, tussen de vertikale balken kan je een laddertje maken om in en uit het water te klimmen.

onderhoud:

Veel onderhoud is er bij een goed draaiende vijver niet, al kan je toch best elk jaar een grote hoop planten uitdunnen (planten na verwijderen enkele dagen naast de vijver laten liggen zodat beestjes kunnen terugkruipen), en afwisselend elk jaar van de helft van het vijveroppervlak het bezonken slib verwijderen. Ook dit slib laat je best eerst nog een tijd naast de vijver liggen.

planten en dieren:

Niet teveel verschillende soorten planten kiezen. Plant ook niet teveel, geef de planten de kans om uit te breiden zonder dat ze elkaar gaan beconcureren en zelf hun meest geschikte standplaats op te zoeken. Dit kan niet in een overvolle vijver. Kies de planten ook in functie van hun bloeiperiode en grootte, stem die zoveel mogelijk op elkaar af zodat er altijd bloeiende planten te vinden zijn, en dat grote planten omringd kunnen worden door lager blijvende.

Koop de planten best in een speciaalzaak, controleer bij aankoop of de planten vlot uit hun potje kunnen en of de kluit niet uiteen valt, dit geeft een indicatie of de beworteling gelijkmatig is. Koop geen planten met stukken bruine wortel. Dit wijst op verrotting en zuurstoftekort bij de wortel. Koop ook geen planten waarvan de wortels al sterk doorheen het potje gegroeid
zijn. Bij het uithalen zal je onvermijdelijk de fijne haarwortels beschadigen en zullen de planten maar moeilijk aanslaan. Je kan kiezen tussen planten in mandjes, (los) planten in een hoopje grond of gewoon met een steen verzwaarde ondergedoken planten die je in de vijver lost. Plant ze in groepjes bij elkaar, en herhaal deze groepjes op verschillende plaatsen in de vijver. Zo oogt het minder chaotisch.

Onder het wateroppervlak: zuurstofplanten. Deze zorgen niet alleenvoor zuurstof, maar hebben ook een filterende werking in de vijver.

Aanraders: Voorjaarssterrekroos, Gehoornd doornblad, Waterviolier, Puntkroos. Verder ook Egelskop.

Op het wateroppervlak: drijvende planten (aanraders: Krabbescheer, Kikkerbeet eventueel Watergentiaan) of planten met drijvende bladeren (Aanraders: Waterlelie (opgepast: elke soort waterlelie heeft een voorkeur voor een bepaalde waterdiepte), Gele plomp (voor grote vijvers), Bonte dwergplomp, Gewone waterranonkel, drijvend fonteinkruid). Niet te veel, of er is niet meer genoeg licht voor de ondergedoken zuurstofplanten, maar ook niet te weinig, want door hun schaduw beperken ze ook de algengroei: 1/3 van het totale oppervlak is een goede hoeveelheid.

Dan zijn er ook nog boven het wateroppervlak groeiende planten die vooral in aan de rand van het vijverdeel aan bod kunnen komen. (vb Zwanebloem, Dotterbloem, Gele lis, Waterdrieblad, Grote waterboterbloem, Pijlkruid, Lidsteng, Kleine watereppe) en Moerasplanten die bijvoorbeeld in de buurt van de overloop een plaats kunnen krijgen (dus in feite al buiten de echte vijver). (vb Koninginnekruid, Moerasspirea, Echte koekoeksbloem, Penningkruid, Gewone wederik, Gewone kattestaart, Moeras-vergeetmij-nietje, Moerasandoorn, Smeerwortel, Valeriaan, Watermunt, Poelruit, Ligularia.) In de omgeving van de vijver passen ook Wilg en Zwarte els

! Te vermijden woekeraars: Reuzenbalsemien, Gewoon kroos, , Waterpest
! Lisdodde, Chinees prachtriet (Miscanthus floridulus) en bamboe kunnen door folie breken

Padden verkiezen open stukken, zonder of met heel weinig vegetatie

Puur voor de ecologische waarde is het af te raden om vissen in de vijver te brengen. Af en toe komen ze er toch spontaan in terecht (via waterplanten, of via eitjes die aan de poten van vogels binnen gebracht worden. Op zich geen ramp: als het vijvergedeelte groot genoeg is en er voldoende planten in staan vinden de andere dieren schuilplaatsen genoeg. De grotere vissen blijven dan in de diepere delen. Zeker als er stukken zijn waar grote aantallen planten het oppervlak bedekken kunnen libellen en juffers ongestoord hun eieren afzetten. Ook de soort vissen doet er veel toe. Sommige soorten, zoals Koi en andere karperachtigen woelen de bodem om en verstoren zo de plantengroei.

leesvoer:

  • Kikker en Co – Het wilde leven aan de waterkant met tips voor de ecologische tuinvijver – Regionaal Landschap Westvlaamse Heuvels
  • de wilde tuin – Johan Wullaert (Boek) (niet meer te koop, wel nog in veel openbare bibliotheken)
  • Een eigen zwemvijver – Wolfram Franke (Boek) (behoorlijk gedetailleerd maar bijwijlen chaotisch boek)

54 reacties op Aanleg van een zwemvijver

  1. bart schreef:

    lijkt mij niet evident christien, tenzij je het zwembad kan aansluiten op een moeraszone die minstens even groot is en als filterzone kan dienen. Het blijft evenwel het uitzicht van een zwembad hebben.

  2. Loko Tosh schreef:

    In Ath ligt het “bassin Ninie”, een oud en verlaten openlucht zwembad uit de jaren stillekes (tussen beide WO) dat nu omgeschapen is tot een klein natuurreservaatje. Het is dus mogelijk, onder andere inderdaad door één muur uit te breken om een moeraszone te krijgen, maar je moet niet verwachten dat het op een jaartje geregeld is.

Geef een reactie