
Ze doen me een beetje op zonnebloempitjes denken, die zaadjes. Misschien van die kleine rode? Dat bloeit in ‘t midden van die zomer, toch? Om maar te zeggen dat ik hier -ondanks alle contemplatie- weeral niet echt een idee heb, want ze lijken ook wel wat op beukennootjes of iets van die strekking. Een of andere ‘sunset’-variant, dan. Dus ik reken weer volledig op u, slimme lezer!

Maar voila, daarmee hebben ze alle tien gehad.
Voor het overzicht eventjes in een proper lijstje, zodat ik straks weet wát er wáár moet gezaaid worden en wannéér dat moet gebeuren.
1. onbekend – kolenperceel – voorzaaien in februari, uitplanten in mei
2. gipskruid – in pot, goed doorlatende grond en zonnige standplaats – maart april en uitdunnen tot op 30 cm
3. huzarenknoop – in volle grond in april mei of voorzaaien onder glas vanaf maart, om de 25 cm uitplanten
4. Mosterd – nateelt, in augustus-september, losgewerkte grond op 2cm diepte
5. oostindische kers – vanaf eind april, op elke grondsoort
6. schorseneren – wortelperceel – begin mei ter plekke zaaien, om de 5 cm op rijen. Grond goed diep loswerken, oogsten in najaar en winter
7. onbekend – bladgewassen, voorzaaien in de lente en later uitplanten op 30 cm afstand van elkaar
8. slaapmutsje – zaaien vanaf april tot in juni, warme standplaats, grond diep loswerken. Bloeit tot eerste vorst.
9. vlas – uitzaaien samen met bloemenweide mengsel
10. groot vraagteken.
In elk geval, tien mooie aanwinsten. Ze hebben er hun werk van gemaakt, daar op de Buikberg. Waarvoor oprecht heel erg bedankt. Hopelijk komen er volgend seizoen vervolgberichtjes van op deze blog, met plantjes, blommekes en wie weet zelfs oogst (en hopelijk wat mooiere foto’s dan wat hier de voorbije berichten verscheen :-) ).