Annetanne stelt bij de commentaren op het vorig bericht de kwaliteit van wilg als brandhout in vraag. Wilgenhout wordt inderdaad dikwijls als tweede keus beschouwd op dat vlak. Eik, beuk en es staan een stuk beter aangeschreven. Nochtans, wilg afschrijven als brandhout zou ik zeker niet doen. Van zodra de diameter groter is dan pakweg een pols dik, is het voor mij goed genoeg om de houtstoof in te gaan.
Wilg wordt (samen met populier) trouwens ook intensief aangeplant als korte omloop hout (om houtpellets te maken). Daar hanteren ze de norm 2,5 kg (oven)droog hout = 1 l mazout wat de warmteopbrengst betreft. Dat geeft toch al aan dat je je ook met wilgenhout in je houtstoof kunt warmen.

Ik stook zelf met een relatief hoog gehalte aan wilg, gemengd met andere houtsoorten als es, tamme kastanje, fruitbomenhout,… naargelang het aanbod. En dat aanbod aan wilg is nu eenmaal groter dan andere houtsoorten. Maar eigenlijk vind ik wilg best handig om het vuur snel goed op gang te krijgen: Aanmaakhoutjes met daarboven een paar kleine (of gekliefde) wilgenstammetjes gaan makkelijk in brand en geven heel snel behoorlijk wat warmte af. Tegen dat een vuurtje met gewone es goed op dreef is duurt het toch al heel wat langer…
Eenmaal goed op gang schakel ik dan over op grotere (niet gekliefde) stukken wilg, of -als de living voldoende opgewarmd is en er enkel nog wat ‘onderhoudswarmte’ nodig is- een blokje tamme kastanje, es of appel of perenhout. Met de luchttoevoer flink toegeknepen, zodat het mooi langzaam opbrandt. In feite geeft wilg (samen met andere ‘zachte’ houtsoorten) evenveel warmte af als ‘harde’ soorten als eik, beuk en es. alleen brandt het veel vlugger (en geeft dus ook vlugger warmte af).
Maar ziet, objectieve gegevens zijn ook voor handen:
| Houtsoort |
volumegewicht droog(kg/dm³) |
Calorische waarde per m³ vol hout |
| spar |
0,45 |
6975 |
| populier |
0,45 |
6975 |
| grove den |
0,48 |
7440 |
| wilg |
0,50 |
7750 |
| els |
0,51 |
7905 |
| esdoorn |
0,56 |
8680 |
| plataan |
0,64 |
9920 |
| notenboom |
0,64 |
9920 |
| gewone es |
0,67 |
10385 |
| berk |
0,67 |
10385 |
| eik |
0,69 |
10695 |
| peer |
0,70 |
10850 |
| beuk |
0,72 |
11160 |
| appel |
0,75 |
11625 |
Wilg brengt het er dus zelfs nog beter van af dan populier (in onze streek een populaire brandhoutsoort). Maar het verschil in calorische waarde per gewicht van al die soorten is nagenoeg gelijk: het varieert (voor droog hout) tussen de 5,1 kWh/kg (eik) en 5,3 kWh/kg (berk). Je hebt dus nagenoeg evenveel gewicht eik nodig als wilg om eenzelfde hoeveelheid warmte op te wekken. Maar het volume verschilt wel aanzienlijk: vergeleken met eik heb je ongeveer een vierde meer hout nodig (dus meer stères) voor een even grote warmte opbrengst.
In feite is -naar mijn geheel persoonlijke mening, spreek mij gerust tegen- de mate van droogheid veel belangrijker dan de soort hout: twee jaar drogen is bij ons een proefondervindelijk minimum geworden voor wilg, en drie jaar voor hout van fruitbomen. Dus, Annetanne, laat manlief maar in actie schieten, dan kan je je binnen drie jaar warmen aan je eigenste wilgentakken.