De eigenwijze tuin

eigenwijzetuin.be

Posts Reacties



veld wordt bos

6 February, 2008 (21:16) | planten | By: bart

plattegrond 2008
Een voormalig stukje graasweide dat nu tuin geworden is (het trapeziumvormig stukje linksonder op de plattegrond) is van plan om bos te worden: kiemende eikjes en vooral veel wortelopslag van Olm zoeken zich een plaatsje tussen het gras. Een handje helpen kan nooit kwaad natuurlijk. Daarom heb ik een minibosje van 25 veldesdoorns in de grond gestoken. Ze kunnen uitgroeien tot een stapsteentje dat de verbinding maakt tussen bos en houtkanten met de (in de verre toekomst aan te leggen) poel.

De Veldesdoorn of Spaanse aak (Acer campestre) is een wat ondergewaardeerde struik in tuinland. Misschien omdat het een ietwat trage groeier is? De boompjes kunnen wel enkele honderden jaren oud worden en zijn zeer tolerant voor zware snoei of zelfs hakhoutbeheer, wat ze dan wel weer geschikt maakt voor onze menselijke bemoeizucht.

schorpioenvlieg op spaanse aak

Ondanks wat het synoniem Spaanse aak laat vermoeden is het toch een inheemse boomsoort die zeer populair is bij de beestjes alhier. Ze stonden dan ook al in mijn tuin (in de haag aan de straatkant, daar is ook de foto hierboven gemaakt), maar de exemplaren die nu aangeplant werden mogen wat breder uitgroeien.
In eerste instantie is het een rijke nectarplant: bijen en andere insecten kunnen makkelijk bij de overvloedige nectar komen. Ook stuifmeel is volop aanwezig. Op de voedselrijke schors groeien hopen mossen en korstmossen. Veel zwammen zijn geïnteresseerd in het afbreken van de blaadjes, zoals bijvoorbeeld Rhytisma acerinum, die de bekende zwarte vlekken op esdoornbladeren veroorzaakt (de zogeheten inktvlekkenziekte). Verder kunnen bladrollers, mineermotten, galmuggen, bladluizen, motluizen, witte vliegen en weet ik wat nog hun ding doen met Veldesdoorn. Zelf staan ze dan weer op het menu van roofmijten, kevertjes en co. Een fijne basis voor een weelderig dierenleven met andere woorden.

reclame!

22 November, 2007 (19:40) | zonder rubriek | By: bart

donkere ooievaarsbekDinsdag in mijn bus gevallen en woensdagnamiddag al geplant : Napolitaanse look (Allium neapolitanum) en een kluit Donkere ooievaarsbek (Geranium phaeum – var. Klepper). Geheel en al onbaatzuchtig opgestuurd door Yo van duizenblad.be en duizendblad.blog, waarvoor langs deze weg heel erg bedankt. Ga vooral eens langs, want zowel haar schrijfsels als de foto’s die er bij staan zijn een bezoekje waard.

De Donkere ooievaarsbek heb ik aan de rand van de gemengde haag geplaatst, waar hij plaats en licht (geen volle zon) genoeg krijgt en niet overgroeid raakt door overenthousiaste grasjes. Ik hoop op weelderige groei en onstuimige verspreiding, want het is een mooi bloeiende plant die als stinzenplant ook wel thuishoort in de Vlaame Ardennen. Oorspronkelijk is de soort afkomstig uit het zuideuropees gebergte, maar ze wordt ook al eeuwenlang als sierplant (rouwsymbool?) gekweekt en is op veel plaatsen verwilderd en ingeburgerd. In Vlaanderen is ze vooral in de Vlaamse Ardennen veel terug te vinden. De foto hierboven heb ik zo’n twee jaar geleden ergens in Volkegem (bij Oudenaarde) gemaakt: rap rap, en dat is er ook wel aan te zien. Hopelijk krijg ik volgend jaar kans op revanche in mijn eigen tuin.

De Napolitaanse lookbolletjes heb ik op drie plaatsen geplant, telkens zoals door Yo aangeraden op een stenige, goed afwaterende plaats (al is het momenteel zo goed als overal in de tuin op zijn zachtst ‘zompig’ te noemen). Benieuwd of we volgend voorjaar de kopjes zien opduiken. Zoals de naam al laat vermoeden is het, net als de Donkere ooievaarsbek ook een plantje met wortels in het zuiden. Maar voor de rest vind ik er weinig informatie over. Zo weet ik nog niet of het eetbaar is bijvoorbeeld, want ik ben nogal een look-liefhebber in de keuken. Maar ik beloof niet in uw richting uit te ademen, dus u hoeft deze pagina’s vooralsnog niet te mijden.

castanea

21 October, 2007 (19:30) | in eigen tuin, planten | By: bart

De herfst is nog maar goed en wel op gang aan het komen, en mijn aanplantdrang is alweer niet te stuiten. Het is een jaarlijks terugkerend fenomeen. ‘t Zal iets met het vallen van de bladeren te maken hebben, of met een vreemdsoortige hormoonopstoot of zowiet. En we zijn geen mietjes in die dingen: als we in de eigenwijze tuin over aanplanten spreken dan gaat het niet over een paar viooltjes. A Neen: hoogstamfruitbomen, haagkanten, knotwilgen en hakhoutbosjes zijn ons ding.
Ik maak mij daar geen zorgen over, en u hoeft dat ook niet te doen: er is plaats genoeg en de natuur vaart er wel bij.

Dit keer heb ik mijn oog laten vallen op Tamme kastanje. Niet omwille van de vruchten, die zijn in zo goed als elk bos in de streek in overvloed te vinden en meer dan 50 heb je er niet van nodig om kastanje-ijs te maken. Wel omwille van het hout. Want kastanjehout is zeer duurzaam gerief om weidepalen, afsluithekjes en dergelijke mee te maken. Je kan het met dat doel perfect als hakhout beheren, met een zeer estetisch verantwoord resultaat. En als we dan toch de ambachtelijke toer op gaan, waarom dan niet helemaal zelfbedruipend zijn? Geen aangekocht plantgoed dus deze keer, maar wel twintig verse kastanjes, tijdens een week-van-het-bos-gidsbeurt op gevaar van eigen leven uit de hongerige monden van de kinders gered. Benieuwd of het lukt om die tot boompjes op te kweken. Ik weet in elk geval al een mooi plekje om ze aan te planten. ‘t zal schoon zijn als’t lukt.
Kastanjebomen zijn dan wel niet echt inheems (ingevoerd door de Romeinen), ze zijn ondertussen zodanig ingeburgerd dat ze bezwaarlijk nog als een exoot gezien kunnen worden. En een boom met een gemiddelde levensduur van 500 à 1500 jaar spreekt danig tot de verbeelding, newaar. Kan ik de komende generaties met bomen opzadelen die lelijk in de weg staan, en al.