De eigenwijze tuin

eigenwijzetuin.be

Posts Reacties



de spuigaten!

7 July, 2010 (22:32) | in eigen tuin | By: bart

Du jamais vu, zo’n gigantische hoop kersen als er dit jaar aan de boom hangen.

Read more »

maak er brandhout van.

2 February, 2010 (23:23) | zonder rubriek | By: bart

Annetanne stelt bij de commentaren op het vorig bericht de kwaliteit van wilg als brandhout in vraag. Wilgenhout wordt inderdaad dikwijls als tweede keus beschouwd op dat vlak. Eik, beuk en es staan een stuk beter aangeschreven.  Nochtans, wilg afschrijven als brandhout zou ik zeker niet doen. Van zodra de diameter groter is dan pakweg een pols dik, is het voor mij goed genoeg om de houtstoof in te gaan.

Wilg wordt (samen met populier) trouwens ook intensief aangeplant als korte omloop hout (om houtpellets te maken). Daar hanteren ze de norm 2,5 kg (oven)droog hout = 1 l mazout wat de warmteopbrengst betreft. Dat geeft toch al aan dat je je ook met wilgenhout in je houtstoof kunt warmen.


Ik stook zelf met een relatief hoog gehalte aan wilg, gemengd met andere houtsoorten als es, tamme kastanje, fruitbomenhout,… naargelang het aanbod. En dat aanbod aan wilg is nu eenmaal groter dan andere houtsoorten. Maar eigenlijk vind ik wilg best handig om het vuur snel goed op gang te krijgen: Aanmaakhoutjes met daarboven een paar kleine (of gekliefde) wilgenstammetjes gaan makkelijk in brand en geven heel snel behoorlijk wat warmte af. Tegen dat een vuurtje met gewone es goed op dreef is duurt het toch al heel wat langer…

Eenmaal goed op gang schakel ik dan over op grotere (niet gekliefde) stukken wilg, of -als de living voldoende opgewarmd is en er enkel nog wat ‘onderhoudswarmte’ nodig is- een blokje tamme kastanje, es of appel of perenhout. Met de luchttoevoer flink toegeknepen, zodat het mooi langzaam opbrandt. In feite geeft wilg (samen met andere ‘zachte’ houtsoorten) evenveel warmte af als ‘harde’ soorten als eik, beuk en es. alleen brandt het veel vlugger (en geeft dus ook vlugger warmte af).

Maar ziet, objectieve gegevens zijn ook voor handen:

Houtsoort volumegewicht droog(kg/dm³) Calorische waarde per m³ vol hout
spar 0,45 6975
populier 0,45 6975
grove den 0,48 7440
wilg 0,50 7750
els 0,51 7905
esdoorn 0,56 8680
plataan 0,64 9920
notenboom 0,64 9920
gewone es 0,67 10385
berk 0,67 10385
eik 0,69 10695
peer 0,70 10850
beuk 0,72 11160
appel 0,75 11625

Wilg brengt het er dus zelfs nog beter van af dan populier (in onze streek een populaire brandhoutsoort). Maar het verschil in calorische waarde per gewicht van al die soorten is nagenoeg gelijk: het varieert (voor droog hout) tussen de 5,1 kWh/kg (eik) en  5,3 kWh/kg (berk). Je hebt dus nagenoeg evenveel gewicht eik nodig als wilg om eenzelfde hoeveelheid warmte op te wekken. Maar het volume verschilt wel aanzienlijk: vergeleken met eik heb je ongeveer een vierde meer hout nodig (dus meer stères) voor een even grote warmte opbrengst.

In feite is -naar mijn geheel persoonlijke mening, spreek mij gerust tegen- de mate van droogheid veel belangrijker dan de soort hout: twee jaar drogen is bij ons een proefondervindelijk minimum geworden voor wilg, en drie jaar voor hout van fruitbomen. Dus, Annetanne, laat manlief maar in actie schieten, dan kan je je binnen drie jaar warmen aan je eigenste wilgentakken.


knotterdeknotterdeknot!

28 December, 2009 (19:31) | in eigen tuin, planten | By: bart

Kwatongen aarzelden niet om openlijk te twijfelen aan de haalbaarheid van mijn knotplannen. ‘Pfeh!’ en ook wel ‘Mwoehahaaaa’ roep ik dan! Want ziet, wreed lang moet dat allemaal niet duren, zo’n knotwilg knotten. Het meest werk heb ik nog gehad met die valselijke vleesetende bramen die zich daar bovenaan in de knot genesteld hadden en het op mijn teer vel voorzien hadden. En omdat Lokotosh ook een ‘tijdens-fotootje’ aangevraagd had heb ik er ineens maar een soortement filmpje van gemaakt. Makkelijk zat: fotomarieke op tijdinterval (om de dertig seconden fotootje), daarna de hele zwik in Virtualdub geïmporteerd, een riedelke onder gezet, naar avi-formaat geëxporteerd en klaar was’t filmpje. Om het een beetje interwebs-vriendelijker te maken (lees – lichter) daarna nog even met Moviemaker een mpeg-ke van getrokken en dan op Vimeo geladen. Et voila.

En wees gerust, ook die drie laatste sprieten zijn er al lang en breed af. Maar op ‘t eind begon het te regenen en  moest ik bij hoogdringendheid mijn fotomarieken in veiligheid brengen. A jaaa!

knotwilg

meanwhile, op de zomereik…

10 November, 2009 (20:51) | dieren, planten | By: bart

Het was Annetanne die een een poos geleden een belletje deed rinkelen. Want zoals ze zelf zegt: het is pas als je er op let dat je gallen ook daadwerkelijk zíet. Nu had ik vroeger wel al gallen opgemerkt in de tuin, maar nog niet als ik op fotojacht was. Ikke dus met fotomarieke richting houtkant getrokken, en jawel hoor: tientallen -  nee, honderden – gallen. Eens je ze gezien hebt kan je er niet meer naast kijken. Vooral de appelgallen, met een doorsnede van ruim een centimeter vallen op. Ze worden veroorzaakt door Cynips quercusfolii, een heel algemene galwesp. Dikwijls zijn er meeëters van de partij; andere wespenlarven die mee aan de galappel knabbelen. Of nog erger, larven van staartwespen die aan de cynips-larve en/of andere meeëtende larven zitten (die er dan vanzelfsprekend het leven bij in schiet). En zelfs als Cynipsje er in slaagt om het ondanks de concurrentie tot pop te schoppen loopt hij het risico om door een tweede generatie staartwesp alsnog opgepeuzeld te worden. Ambiaanse! Een hele thriller die zich binnen zo’n claustrofobisch galappeltje afspeelt.

appelgal

appelgal

En die Cynipswespjes  zijn maar één van de meer dan veertig soorten insecten die bij de eik gallen kunnen veroorzaken. Op mijn eikjes heb ik nog vier andere soorten ontdekt. Geen ananasgallen maar wel talrijke rode erwtengallen (van Cynips divisa), een hoop knikkergallen van Andricus kollari, één enkele lensgal van Neuroterus quercusbaccarum en heel beperkt aantal napjesgallen van Neuroterus albipes. Wellicht vallen er in de loop van een kalenderjaar nog wel enkele soorten te ontdekken, dus wordt misschien wel vervolgd…

erwtengal

knikkergal

lensgal


napjesgal


november en het vallen van de blaadjes.

2 November, 2009 (11:51) | in eigen tuin | By: bart

tammekastanje

Algehele propreteit in den hof, het is bepaald niet mijn sterkste vak. In mijn minimoestuin van 20m² ben ik de voorbeeldigheid zelve (een extra efforke als mijn gevulde maag in het gedrang is wil nog wel lukken), maar op de rest van mijn landerijen heeft de Heilige Kerk van het Lui Tuinieren aan mij een trouw volgeling. Nietsdoen-beheer, het is mijn favoriete natuurbeheertechniek.

Edoch, als het op gevallen okkernotenblaadjes aankomt steekt die latente verkavelingstuintjesvlaming in mij de hardnekkige kop op. Dan wordt ik meegesleept met de schare bladzuigende en bladblazende neuroten die geen okergeel blaadje op hun gemillimeterd gazon kunnen zien liggen. Het is sterker dan mezelf, mea culpa. Het waanidee dat okkernotenblaadjes slecht verteren en het gazon bedekken met een giftig papje waar de juglandine uit drupt om al wat daar onder huist om zeep te helpen zorgt er jaar na jaar voor dat ik naar mijn harkdingk grijp en de duizenden blaadjes op een hoopje veeg en naar de bosrand afvoer. Een paar uur ben ik daar mee bezig, aan een hoogstwaarschijnlijk volkomen overbodig en nutteloos werkje. Want de honderdduizenden bladeren die van de fruitbomen, de wilgen, de essen, de paardekastanje, de haagplanten, de olmen en de meidoorns en weet ik wat nog meer vallen, die blijven dus gewoon liggen. Zonder  dat daar ook maar enig nadelig gevolg uit voortvloeit, voor zover ik kan zien. Maar misschien blijven bij u daar de okkernotenblaadjes wél liggen? En komt daar in de lente een weelderig gazon van onder gepiept? En kan ik mij, geheel gebaseerd op uw eigenste ondervinding, volgend jaar níks van die bladeren aantrekken, wie weet!


notelaar

‘t is weer dat verdriet

19 August, 2009 (12:48) | moestuin | By: bart

reine claude

frambozen

druivelaar

En wie gaat dát allemaal opeten? miserie miserie miserie! Reine-clauden, frambozen, druiven. En dan spreek ik nog niet eens over die andere pruimen, de honderden kilo’s appels en peren, de okkernoten, de vlierbessen en de overvloedige moestuinoogst.  Man man man!


kersen

11 June, 2009 (20:27) | planten | By: bart

Specht zaait twijfel, en misschien heeft hij wel gelijk. Het gaat hem over onderstaande kersen, groeiend aan een (duh) kersenboom. Tot op heden verkeerde ik in de veronderstelling dat het hier Schneiders späte knorpelkirsche betrof.

kersen

Die veronderstelling was louter gebaseerd op het feit dat er op het ogenblik van aankoop een label aan die boom hing waar dat op stond, dat hij van de Schneider-späte-knorpelkirsche-slag was. Want ik ken niet genoeg van kersen om de verschillende rassen uit elkaar te kunnen houden, ik.  We hebben de boom aangeschaft bij een boomplantactie van een plaatselijk vzw-tje toen ik zelf nog niets met dat vzw-tje te maken had. Ondertussen weet ik dat er bij dergelijke boomplantacties ondanks alle voorzorgen toch iets mis kan gaan waardoor planten dooreen gehaald worden. Het valt niet veel voor, maar het gebeurt. Dus is het heel goed mogelijk dat het hier geen Schneiders späte knorpelkirsche betreft, maar bijvoorbeeld een Lindekers, die eveneens in het aanbod van die boomplantactie zat.
Deze eerdere foto deed Specht vermoeden dat het geen Schneiders spate knorpelkirschen zijn, want:

  1. ze zouden in dat geval nu nog niet rijp mogen zijn.
  2. ze zijn niet donker genoeg van kleur (al is de ‘rijpe’ kleur wel wat donkerder: zie foto hierboven)
  3. ze hebben geen tepel (ik bekijk vanaf nu kersen op een heel andere manier dan vroeger)

kers

Ook de kleur van het vruchtvlees kan helpen om de soort te bepalen. Persoonlijk zou ik de kleur op deze foto als ‘dieprood’ omschrijven. Dat klopt dan wel weer met de Schneiders späte knorpelkirsche. Maar, zo lees ik in de boekskes, dat klopt ook voor die fameuze Linderkers (ook bekend onder de naam Early Rivers). En Lindekersen kunnen al geplukt worden half juni, wat wél klopt met de boom die wij staan hebben. Ook de vorm, kleur en uitzicht van de kersen sluiten Lindekers niet uit. Helemaal zeker ben ik nog niet, maar ik denk dat Specht dus wel eens gelijk zou kunnen hebben en we met een Lindekers gezegend zijn in plaats van met een Schneiders späte Knorpelkirsche. Maar dat is ook bijzonder goed voor mij: zolang er maar veel en lekkere kersen aan komen (*) (**).

Maar dat zal niet meer voor dit jaar zijn, want de kersen op de foto’s hier boven zijn letterlijk de twee laatste voor dit jaar. Nu is het wachten op het rijpen van de volgende lading kersen: die van de Bigareau napoleon. Al blijft het afwachten of het wel degelijk een Bigareau is natuurlijk… Hopelijk komt Specht dan nog eens langs op deze blog :-)

 

*: al is het wel leuk om te weten welke soort boom we precies hebben, dus bedankt Specht.

**: al vind ik ‘Schneiders späte knorpelkirsche wel énorm veel lekkerder bekken dan ‘Lindekers’, maar soit.

rood

2 June, 2009 (22:51) | just pictures | By: bart

schneiders spate knorpfelkirsche


Doorgaans valt de oogst van Schneiders späte knorpelkirsche een beetje tegen in onze tuin. Het is een boom die geweldig goed gegroeid is op een tiental jaren tijd, die ook telkens uitbundig bloeit, maar dan op ‘t laatste moment zijn onrijpe kersen gewoon dropt.
Twee jaar geleden hebben we er toch al een beetje kunnen oogsten, al is toen ook het leeuwendeel gewoon op de grond gevallen. Maar dit jaar is er volop. Zelfs genoeg voor de spreeuwen. Honderden kilo’s. Jammer dat dat plukken zo tijdrovend is, want zo een paar liter kersensap zou ik wel zien zitten. Misschien lukt het alsnog om in de loop van de week nog een paar emmers met kersen te vullen.

de achterstand regeert het land

16 April, 2009 (22:37) | zonder rubriek | By: bart

Het was u misschien al opgevallen, maar de laatste tijd hol ik een beetje achter de zaken aan wat deze blog betreft. Het duurt algauw een paar dagen eer foto’s en tekst online geraken. Soms doet het dan alweer niets meer ter zake en dan verdwijnen de kladjes in de prullenbak en blijven de foto’s in het archief, helaas.

Niet alleen met deze blog hink ik achterop: met mijn fotoarchief zat ik vier maand achter, en er wachtte ook nog 40GB video om te verwerken. Maar zie: een dag thuis met slecht weer en er is al enige achterstand ingelopen. Trefwoorden gekoppeld aan de foto’s van de voorbije 4 maand, alles dubbel gebackupd en plaats vrij gemaakt op de harde schijf van mijn PC. Om die onmiddellijk weer vol te stampen met de filmpjes: die zijn overgebracht op PC maar moeten nog verwerkt worden. Maar allez, er is licht aan het eind van de tunnel. Als het morgen wat mee zit geraak ik misschien ook daarmee rond. En dan ben ik weer geheel de uwe, en moet het geen 24 uur meer duren om een foto als onderstaande te posten (hoop ik).

kerselaars in avondlicht


Op de voorgrond de twee kerselaars, daar achter een kriekenboom, nog een kerselaar en twee perelaars. Alles gigantisch in bloei, gefotografeerd bij een onwezenlijk licht na een korte onweersbui gisteravond.

Ceçi n’est pas un Sleedoorn.

8 April, 2009 (22:37) | planten | By: bart

Kijk je even naar onderstaande foto? Het gaat hem nu even niet over die Tuinslak die daar ongegeneerd vettig zit te bruisen en speekselen op die propere bloemekes, maar over de bloemekes zelf. Dat zijn namelijk de knoppen van  Sleedoornbloemen, die ondertussen zelfs al volop in bloei staan.

tuinslak op sleedoorn

‘Sleedoornbloemen’. ‘Ja, duidelijk’ hoor ik je denken. ‘Geen verwarring mogelijk, zelfs!’ voeg je daar aan toe. Voila, dat dacht ik ook, dat er met Sleedoornbloemen niks te verwarren valt. Tot ik vorige week een foto poste van -wat ik toen nog bestempelde als- een op barsten staande Sleedoornstruik. Maar dankzij het arendsoog van Annetanne weet ik nu wel beter. Want wat vorige week verscheen was geen Sleedoorn, meneer en mevrouw. Neen, het was immers een Kerspruim (Prunus cerasifera). En neen, ik had daar ook nog nooit van gehoord. Het meest opvallende verschil zit hem in de lengte van het bloemsteeltje. Vergelijk maar eens op de twee foto’s hier onder. De bovenste is sleedoorn, de onderste is de Kerspruim.

sleedoorn bloem


Kerspruim

Gigantisch veel verschil is er al bij al niet. De twee soorten staan in mijn tuin vlak bij elkaar en ik moet gedikke goed kijken om te zien wie precies wie is. Benieuwd wat de blaadjes zullen geven binnen enkele weken, of daar veel verschil zal op zitten. En of er vruchtjes op komen, want die (nochtans opvallende pruimpjes) heb ik nog nooit gezien in mijn tuin.

Maar zie, ondertussen heb ik wat zitten lezen en er zijn wel een paar interessante weetjes in verband met dit plantje te vinden.  Zo zouden de gekweekte pruimen (Prunus domestica) wel eens een kruising kunnen zijn van deze Kerspruim met Sleedoorn. Het oorspronkelijk verspreidingsgebied ligt in het oosten: vanaf de Balkan tot Midden-Azië, maar omwille van de eetbare vruchten en de sierwaarde (er werden een hoop cultivars uit afgeleid) is de soort ondertussen veel wijder verspreid geraakt. De soort wordt ook als onderstam voor pruimelaars gebruikt, er wordt dan een gedomesticeerde pruim op de wilde onderstam geënt. Deze onderstammen zijn gekend onder de naam  Myrobalaan. Voila, weer wat bijgeleerd. Ik hoop van u hetzelfde.