Meet and greet
Het is niet alleen op blogmeetings dat ietwat onwennige ontmoetingen dreigen (hoor ik daar zenuwen gieren onder bepaalde bomen?), ook in de vrije natuur is’t soms van dat.
Read more »
Het is niet alleen op blogmeetings dat ietwat onwennige ontmoetingen dreigen (hoor ik daar zenuwen gieren onder bepaalde bomen?), ook in de vrije natuur is’t soms van dat.
Read more »
Dik tevreden ben ik, dat ik toen mijn toefje margrieten niet samen met de gestreepte witbol weggemaaid heb.
Read more »
Oesje. Een boktor op mijn binnenkoer (hier op een blad van mijn olijfboompje). En ‘t is dan nog wel Phymatodes testaceus, of de veranderlijke boktor voor de vrienden (omdat er veel kleurvarianten van bestaan). Veranderlijk, tant pis, maar de soort is ook gekend als de brandhoutboktor. En daar kan ik wel niet mee lachen hé! Daarvoor heb ik veel te hard in het zweet mijns aanschijns staan hakken, zagen, verslepen, klieven en stapelen de voorbije winters. Ze moeten dat dan vooral niet allemaal gaan oppeuzelen vooraleer ik het in mijn stoof gestoken heb. Maar bon, dit exemplaar komt wellicht gewoon uit het gestapeld brandhout gekropen dus het kwaad is al geschied want het zijn de larven die gangen in het hout knabbelen. Ze leggen bovendien alleen maar eitjes op de schors van dood hout, niet op het hout zelf. En dat is al bij al maar bij een klein deel van al het aanwezige hout in mijn garage/schuur het geval: het meeste is schorsloos. Leven en laten leven denk ik dan.
WAK! Mijn vijverke lijkt wel bezet door een leger aliens. Rondomrond is de zoom van de vijver bezaaid met duizenden muggelarven. Kaieeee! Als die allemaal een verpoppingske plegen en bloed beginnen zuigen ben ik nog niet jarig. Misschien toch maar snel de vijver dempen? Ik begin me voorwaar al een beetje ongemakkelijk te voelen.

Op bovenstaande foto zien ze er nog onschuldig uit, maar kijk eens van dichterbij!
Of nog erger, van nog een beetje dichterbij! MONSTERS zijn het! En hij grijnst zo boosaardig!
Maar zienu, kihiiiieee! De voedselpiramides in actie: vanuit het niets komt daar een bloeddorstige waterkever opgeduikeld die prompt één van die bloedzuigende ellendelingen wegplukt! Kijk, hieronder zwemt hij weg met zijn prooi. Moge het hem (naar meer) smaken.
En zelfs als er al eentje door de mazen van de vleesetende kaken glipt wacht hem, eenmaal boven water, de luchtmacht. Want de Rode baron (allez, ne vuurjuffer dan) ligt al op de loer.
Ha! en Joepie! roep ik dan. En de vijver zit vol met zo’n diepzeemonsters. Hurray! Niet alleen van het merk roofkeverken, bovendien. Want kijk welk vreemdsoortig schepsel daar afgevallen boomblaadjes zit te consumeren net onder het wateroppervlak: een dikke vette poelslak. Als ware het een walvis in mijn eigenste mini oceaan.
Zo wijs maat. Dat KRIOELT van de beestjes. Poelslakken, kevertjes in diverse maten en soorten, schaatsenrijders (ze hebben gekweekt), ruggezwemmers, kikkervisjes… WhIIIII!!!

Zie wat er nu mijn tuin komt binnengevlogen: een Muskusboktor (Aromia moschata). Een vier centimeter lange, glanzende métalisé klepper met nog eens even lange antennes op gemonteerd. Acht centimeter kever als het ware. Voorwaar een zeer schoon beest. (Maar rap! Moeilijk te fotograferen en al). Zijn naam heeft hij te danken aan klieren achterop zijn achterlijf, waar hij een naar muskus ruikend goedje produceert in een amechtige poging om van chemische oorlogsvoering te doen. Ultiem doel daarbij is zijn belagers afschrikken (pazop! ik stink! riektet niet? en ik smaak nog slechter dan ik ruik zenne! Allez, bol het nu maar af, stouterik). Maar dat kan ook verkeerd uitpakken, want nog niet eens zo heel lang geleden werden ze en masse gebruikt om sigarenkisten van een aantrekkelijk geurtje te voorzien, de dutsen.
Wilgenboktor, zo worden ze ook genoemd. Die naam hebben ze dan weer te danken aan de Xylofage (letterlijk: hout vretende) larven, die twee tot drie jaar op levend wilgenhout teren. Uiteindelijk verpoppen de larven tot volwassen kevers die in de zomermaanden op zoek gaan naar voedsel (hoofdzakelijk stuifmeel) en een partner. Door het zeldzamer worden van oude wilgen is ook de keversoort stilaan zeldzaam aan het worden. Enige tevredenheid om hun aanwezigheid is dus wel gerechtvaardigd. Maar aan de andere kant: tevéél larven kunnen een goeie boom om zeep helpen, en dat zie ik dan weer liever niet gebeuren. ‘t is ook altijd iets met die beesten ;-) .

eindelijk nog eens een avondzonnetje, zei het dan kortstondig

Met vele tientallen doen ze zich dezer dagen te goed aan de alomtegenwoordige brandnetels. Het zijn rupsen van de Dagpauwoog, en ze hebben honger! Als volwassen dier een prachtige vlinder, en als rups een belager van brandnetels. Meer moet dat niet zijn van mij.
Nee, dan heb ik heel wat meer reserves bij onderstaande charel.

Een boktor, zoveel is duidelijk. Hij lijkt een beetje op een Kleine populierenboktor (Saperda populnea), maar is volgens mij toch nog iets anders. Wat precies weet ik nog niet, derhalve wordt hij met de nodige argwaan en bijhorend scheef oog bekeken, want sommige soorten boktorren zijn tot veel onaangenaams in staat als het op hout opvreten aankomt.