wanted: brahma’s
Na het instant succes van mijn vorig zoekertje is al mijn hoop weer op u gevestigd, trouw lezerspubliek
Read more »
Na het instant succes van mijn vorig zoekertje is al mijn hoop weer op u gevestigd, trouw lezerspubliek
Read more »
Het zal ongeveer anderhalve maand geleden geweest zijn. Zelf zat ik in bad te soppen toen – het moet ongeveer 22 uur geweest zijn – er aangebeld werd. De eigenwijze madam, niet schrikachtig van aard, ging opendoen. Op de stoep stond Ilke, buurmeisje van iets verderop, met in haar armen een flink uit de kluiten gewassen konijn. Zonet voor onze deur op straat gevonden, met de vraag of het misschien ons konijn was? Neen dat was het niet, maar gelet op het late uur wilden we het wel tijdelijk onderdak geven, vanzelfsprekend (Ilke was met haar vriendje op weg naar ergens waar flink uit de kluiten gewassen konijnen niet zo van pas kwamen).
Warme badje verlaten (*zucht*), beestje in een vacante kooi genesteld, en de volgende dag van wat naderbij gekeken. Het konijn (Piet Konijn gedoopt door onze kroost) zag er niet te goed uit: mager, gewond aan zijn achterwerk (kat?) en niet zo kwik noch flupke. Amper eten, amper drinken… het heeft maar een goeie 48 uur geduurd voor Piet wijlen was, tot groot verdriet van eerder genoemde kroost. *zucht*. En op zo’n moment zegt een mens domme dingen natuurlijk. Zoals daar zijn ‘In de paasvakantie krijgen jullie dan wel een nieuw konijntje.’ Want kroost vergeet dat niet natuurlijk. En gezien vandaag de laatste dag paasvakantie was waarop konijntjes kunnen aangeschaft worden…
Derhalve ging het groepsgewijs naar broeierij Schouppe in Haaltert, onze vaste leverancier van pluim- en pluisvee. Goeie broeierij, gezonde beesten en vriendelijke mensen. Behalve konijnen waren er ook nieuwe kuikens van doen (Brahma’s!), en terwijl we er toch waren ineens ook een trio parelhoenenkuikens, want die zijn toch zo lekker! euh.., dinges, euh… parelhoenachtig. Dus bereid u voor, beste lezer, op een gigantische portie cuteness overload. Laat vooral uw kinders niet kijken, noch uw weekhartige partner, of ge kunt ook om pluis rijden! *zucht*, ik had u nochtans gewaarschuwd…
Ziet, heer Warre van de biekes en mevrouw van onder de appelboom zijn zo vriendelijk om in de comments op dit bericht interesse te laten blijken voor concrete koterijplannen. Meer hints hebben we niet nodig voor een beetje spielerei met het onvolprezen SketchUp natuurlijk.Whiiiiiiii!
De stal zelf (de rechter drie-vierde van bovenstaande schets, breedte 6 meter, diepte vier meter) komt op een betonplaat te staan. Het afdak (linkse vierde van bovenstaande schets, twee op vier meter) gewoon in het gras. Omdat het terrein lichtjes helt komt er achteraan (hier de verhoogde witte achterrand) een gemetseld muurtje van 40 cm hoog. Zo blijft de houten bekleding droog. De vertikale draagbalken zijn allemaal 9x9cm. De vijf dragende dakbalken 9x21cm en daarop nog om de 60 cm latten van 2x10cm. Rondom de stal komen tandgroef planken van 2,8 dik en op het dak houten platen tegen de condensatie en daarboven metalen golfplaten. Nu ben ik geen architect, maar ik denk dat het geheel toch stevig genoeg zal zijn om te blijven staan. Moest ge daar gefundeerde twijfels aan hebben, aarzel vooral niet om ze te ventilleren!
En ook over de inrichting van het kippenhok heb ik al wat nagedacht. (op het filmpje hieronder is de voorwand weggelaten en voor ‘t gemak ook de rest van de stal) Betonvloer om makkelijk schoon te maken, een slaaprek waarvan de poten in olie staan zodat parasieten niet op de slaapstokken geraken, en legbakken die langs achter geopend kunnen worden om de eitjes te rapen. ‘t Ga schoon zijn peisk!
Het is niet de eerste, en het zal wellicht niet de laatste keer zijn dat er serieus aan het ‘ontwerp’ van onze tuin gemorreld wordt. ‘Ontwerp’ staat hier bewust tussen haakjes, want onze tuin is een beetje organisch gegroeid naarmate tijd en (vooral) inzicht beschikbaar werden. Vooral dat inzicht kan nog serieus groeien, dus er komen ongetwijfeld nog veranderingen.
Soit, twaalf jaar geleden was de volledige tuin nog het speelterrein van drie koebeesten. Tot na de verbouwing van ons huis (tot ergens in 2004) is dat grotendeels zo gebleven, behalve dat de koeien vervangen werden door schapen, en dat de machinerie die voor de verbouwingen ingeschakeld werd er ook een behoorlijk zootje van gemaakt had. Maar dat verhaal kon je hier al lezen. In de loop van de laatste vijf jaar is het ‘echte’ tuin gedeelte van mijn eigenwijs lapje grond stelselmatig gegroeid, tot grote consternatie van de schapen die zich verbannen zagen naar een steeds kleiner stuk graasweide. Ten minste, als ze geluk hadden, want minder eten betekent ook minder beesten van doen, dus waren er ook een paar die van de grote merguezetruc mochten doen.
Anyweejz, de situatie is tegenwoordig iets als op dit plannetje .
zicht op de toekomstige kippenren vanop de schapenweide
Alreedsch schone ende aengenaem, maar nog niet gelijk ik het zou willen. Vooral dan voor het dierendingk. Want die kippen, die zitten daar nogal kouwelijk op het noorden gericht en met een oud kippenhok opgezadeld waar de ratten vrijelijk in en uit graven. En die schapen, die hebben weinig schuilmogelijkheid en moeten voor de toegang tot de (oude, vochtige) stal een vrij steil hellingkje af. Bovendien neemt de gestaag groeiende afdeling ‘rollend materieel’ van onze kroost (fietsjes, go-cart, traktordingen, steps, bolderkarren en kruiwagens, ge kunt het zo zot niet bepeinzen of ze hebben het) een steeds grotere hap uit mijn garage en aanverwante koterijen.
de toekomstige kippenren, gezien van op de plaats waar het nieuw kippenhok moet komen
Tijd voor een nieuw kot dus! En bij deze heb ik de eer en het genoegen het definitief plan daarvan op u los te laten. (klik op het plannetje helemaal rechtsboven in dit bericht voor de inplanting). In de nieuwe situatie komt het kippenhok wat meer in de zon te liggen. Bovendien krijgen de kippen een veel grotere uitloop, die opdeelbaar zal zijn in verschillende percelen om het gras te laten herstellen indien nodig. De buitenren van de kippen grenst ook aan de groententuin, handig om ze in de winter daar wat in te laten scharrelen. De binnenindeling heb ik ook zo ongeveer in gedachten (zie hier onder): het kippenhok zal 2×1 meter groot worden, ruim genoeg voor drie hennen en een haan. Met afsluitbaar kippenluik én betonnen vloer, en slaapstokken die makkelijk schoongemaakt kunnen worden. De schapen krijgen een vlottere toegang tot de stal, een buitenafdak en mooi ruime lammerboxen die aan beide kanten open kunnen. De indeling van de stal laat mij toe om elke lammerbox te bereiken zonder dat ik voorbij De Witte van Moerkerke moet, en ik hou mijn voeten proper als ik ze voer of water breng. Ook het hooi en het stro zal droog in de nieuwe stal kunnen. Luxe à gogo, kortom. Ik kon me dan ook niet inhouden en heb de voorbije weken, tussen het plopsalaeftelingadisiogebeuren in, de kastanjehouten afsluiting alvast haar nieuwe plaats gegeven. Nu nog de stal zien te regelen. En de schapen… tja, die moeten het weer met enige vierkante meters minder stellen… Wordt ongetwijfeld vervolgd!
Onder de appelboom zoekt er inspiratie voor en op Buikberg hanteren ze er zo hun eigen geplogendheden bij; namen kiezen voor neerhofdieren, ‘t is een behoorlijk delicate aangelegenheid. Want het gemiddelde beest gaat toch algauw enkele jaren mee. Liefst een naam kiezen die niet al te veel gruwelijke associaties oproept, denk ik dan. Jammer genoeg blijk ik op die acute momenten van uitbreiding der veestapel niet stelselmatig over te lopen van inspiratie. Daardoor hebben onze beestjes niet echt originele namen. Maar aan de andere kant, ze herinneren mij ook niet meteen aan de onderwijzer van het vierde, noch die van het zesde, noch aan enig leraar lichamelijke opvoeding. En dat is toch ook al iets.
Maar, terzake! Wie loopt daar allemaal rond op ons erf?
Bij de schapen hebben we ‘de Witten van Moerbeke’, simpelweg zo geheten omdat hij wit is en afkomstig van een boerderij in Moerbeke. Onze twee ooien ‘de Zwarte’ en ‘de Halve’ hadden vroeger nog het gezelschap van ‘de Witte’, alle drie met een kenmerkende verdeling zwart/wit op hun snoet: veel wit / minder wit / geen wit. Puur functionele namen dus. De lammetjes krijgen traditioneel elk jaar hun namen toebedeeld door onze kroost. Bijgevolg worden we (al even traditioneel) elk jaar gezegend met een ‘Pitou’ (foto), een ‘Minou’ en doorgaans ook een ‘Bommetje’ en een ‘Ruitje’. Geen enkel schaap luistert echt naar zijn/haar naam, maar iedereen komt wel spontaan mekkerend aangedarteld als ik fluit, luidkeels ‘skapie skaaapieee‘ roep of simpelweg met een emmertje korrels sta te rammelen. Brave beestjes!

Dan het pluimvee. Onze twee oude kippen (onbestemd ras) heetten Pouline en Poulette. één van beiden is ondertussen (wellicht van de ouderdom) gesneuveld, maar ik kon ze niet uiteen houden dus weet niet wie overschiet. Onze ‘nieuwe’ Vlaanderse koekoeken hebben geen naam maar luisteren wonderwel naar ‘tieeeekieeeee … tieeekie tieeeekietiekie!’ We noemen hen echter gewoon ‘de Kiekes’ want dat bekt iets makkelijker. Ondertussen is ook hun bestand gehalveerd na een bezoek van de Vos, met inbegrip van de haan (foto). Resten dus nog drie kippen, die niet echt een naam hebben (behalve dan het collectieve ‘de Kiekes’.

Onze carnivoren zijn Poekie (foto, kattin, 13 jaar oud) en Titus (kater, 5 jaar oud). Titus is geboren toen onze oudste zoon volop Bob De Bouwer aan het ontdekken was (en de poes van Bob heet Titus), vandaar. Inspiratieloos, ge hebt er geen gedacht van.
Tenslotte is er nog Choco, onze cavia. Samen met de poezen de enige die stelselmatig met zijn naam aangesproken wordt. Én de enige van de huisdieren die binnenshuis mag komen. Maar ik ben er na drie jaar nog altijd niet in geslaagd om een deftige foto van dat beest te maken.
Zeven hanen voor zeven hennen, ‘t is een onhoudbare situatie. Niet comfortabel voor de hennen, maar ook voor de hanen was het niet meer leefbaar: bloederige vechtpartijen waren dagelijkse kost.
Daarom is een deel van de veestapel een week geleden verhuisd: één hen naar Opa’s erf, waar ze vriendelijk verondersteld wordt eieren te leggen in gezelschap van het daar al aanwezig pluimvee. De rest naar de vriezer: 2 parelhoentjes, 6 haantjes en 1 hen. (om eerlijk te zijn: de twee parelhoenen hebben de vriezer slechts gedeeltelijk gehaald, wegens te njammie.)
Omdat het niet allemaal 100% zuivere Vlaanderse koekoeken zijn wil ik ze (nog) niet uitdelen aan andere kwekers. Eerst nog even wachten tot onze twee oudste hennen, Poelien en Poelet (sic), de vrijwillige geest geven. Jazeker, ze mogen blijven tot ze vanzelf doodvallen. Want wat slachten betreft ben ik een rare: geen probleem om ‘de voorbestemden’ de pot in te draaien, maar o jee als er een vaste klant die hier al jaren rondloopt om de één of andere reden wegmoet. Dan deel ik ze liever uit, zoals onze vroegere haan die naar collega G. verhuisd is.
Anyway, de rust in de kippenren is ondertussen hersteld. De grote haan en zijn hennen zijn content. En de Ronquieres kalkoenen blijkbaar ook, want van de weeromstuit zijn de eerste kalkoeneneieren gelegd. Hoezee! Nu wachten tot ze doorkrijgen dat ze daar een paar weken op moeten blijven zitten, zodat er ook iets uitkomt.

Scharreleitjes vers van het nest. Kan het nog idyllischer? Die kleine, maar aangename dagelijkse prikkeling van mijn hobbyboer-neuronen, het neigt naar het randje van the-sound-of-music-klefheid.
En kan het nog gezonder? Euhm… ik vrees van wel. In april vorig jaar kreeg ik het confronterend resultaat van een chemische analyse van de kippeneieren afkomstig uit onze tuin. Lood, dioxines à gogo en nog een klets Mangaan, Cobalt, Nikkel, Zink, Arsenicum, Molybdeen, Cadmium en Tallium, en dat allemaal in onze kippeneitjes. Smakelijk. Al moest ik mij niet onmiddelijk ‘Grote Zorgen’ (let op de hoofdletters) maken, blijkbaar.
De resultaten van de tweede staalname (toen, in april 2007 uitgevoerd) liggen in diezelfde lijn. In de tabel hier onder links de waarde van ‘onze eitjes’, daarnaast het gemiddelde voor de 59 belgische staalnamepunten. Indien er al een norm bestaat vind je die in de kolom daarnaast. Waarden boven het gemiddelde zijn oranje aangegeven, waarden boven de norm rood. Deze keer kregen we er ook de resultaten van de bodemstalen erbij, wat tenminste al een idee geeft van de oorsprong van de vervuiling: als ik het juist interpreteer zit die voor de zware metalen in de bodem, terwijl dioxines, pcb’s en pesticiden bij onze kippen vooral komen binnengewaaid /geregend / gevoederd.
| onze eieren | gemiddelde | norm | onze bodem | gemiddelde | |
| Mn | - | - | - | 369 mg/kg | 389 mg/kg |
| Co | 8,3 µg/kg | 5,6 µg/kg | - | 8,02 mg/kg | 5,94 mg/kg |
| Ni | 35,6 µg/kg | 26,8 µg/kg | - | 19,2 mg/kg | 12,0 mg/kg |
| Cu | 0,77 mg/kg | 0,52 mg/kg | - | 31,2 mg/kg | 20,7 mg/kg |
| Zn | 26,3 mg/kg | 19,2 mg/kg | - | 214 mg/kg | 118 mg/kg |
| As | <8 µg/kg | <8µg/kg | - | 7,1 mg/kg | 11,0 mg/kg |
| Se | 213 µg/kg | 226 µg/kg | - | - | - |
| Mo | 33 µg/kg | 66 µg/kg | - | - | - |
| Cd | <0.5 µg/kg | <0,5 µg/kg | 10 | 988 µg/kg | 507 µg/kg |
| Sb | 1,0 µg/kg | 1,36 µg/kg | - | - | - |
| Tl | 2,66 µg/kg | 1,42 µg/kg | - | - | - |
| Pb | 238 µg/kg | 74 µg/kg | 100 | 59,9 mg/kg | 44,3 mg/kg |
| Hg | 2,43 µg/kg | 4,52 µg/kg | 30 | 77,9 µg/kg | 116 µg/kg |
| dioxines (pg TEQ/g vet) |
4,12 | 4,8 | 3 | - | 5,6 pg TEQ/g |
| som PCB’s (ng/g vet) |
101,6 | 31,9 | 200 | - | 1,7 ng/g |
| DDT en co (ng/g vet) |
101 | 457 | 500 | - | 60,8 ng/g |
Beetje veel kleur in bovenstaande tabel… in elk geval teveel naar mijn goesting. Maar onze eitjes zijn nog lang niet de meest vervuilde (kwikgehaltes tot 477 µg/kg; 13,9 pg dioxines; 12171 (!) ng DDT/DDD/DDE,…). Voor dioxines zitten bovendien slechts 19 van de 59 staalnames ónder de norm. Geen goed nieuws dus voor de kippenhouders onder ons.
Maar (gelukkig maar) er zijn een paar maatregelen mogelijk om (de vervuiling via de bodem) wat op te vangen, zo lees ik in de begeleidende brief:
Jammer dat er geen staalname meer volgt binnen een paar jaar, om te zien of er effectief dingen verbeterd zijn. Maar wie weet komt er nog een vervolg op dit contegg-onderzoek. Als het zo ver komt hou ik u als vanzelfsprekend op de hoogte.
‘On the Origin of Species by Means of Natural Selection, or the Preservation of Favoured Races in the Struggle for Life.’ Zo luidt de volledige titel van Darwin’s befaamde boek.
Kort door de bocht komt het hier op neer: van een groep levende wezens worden er, telkens als het er om gaat spannen, de slechtst aangepaste uitgekieperd. De mussen die iets trager opvliegen dan de rest worden gepakt door de katten. De bloemen die nét een tikkeltje te fel gekleurd zijn worden niet door bijen herkend, bijgevolg niet bestoven. Het jachtluipaard die een fractie te laat aanvalt verhongert. De rest, die het overleeft, zorgt in de daaropvolgende generatie dat de vrijgekomen plaatsen ingenomen worden door nieuwe, beter aangepaste, individuen. Een constante struggle for life.
Theorie is één ding, maar als het principe blind toeslaat in de eigen achtertuin is het toch even schrikken. De natte winteropstoot van de voorbije week heeft Sjosj het leven gekost. Sjosj is (was) de generale repetitie van een Vlaanderse koekoek: de juiste kleuren en het juiste model, maar een beetje kleiner en schrieler dan de rest, met een defect oogje en bovenal een sociaal buitenbeentje dat altijd in z’n eentje zat te scharrelen en ook nét buiten de kippenren ging maffen. De minst aangepaste dus aan het modale kippenleven? Misschien, maar zijn kleine gestalte leverde hem ook voordelen op. Zo kon hij als enige onder het tuinhek door glippen, waardoor hij de hele tuin met hooiweide, composthoop en wilde hoekjes voor zich alleen had. Als dank kwam hij telkens zijn kakjes op de klinkerverharding deponeren. Als wilde hij zeggen: ‘k heb goed gegeten, danku.
Maar nu is Sjosj dood. Bleek hij het toch niet zo goed te stellen, want uiteindelijk niet meer dan vel over been. Bleek hij niet tot de ‘Favoured Races in the Struggle for Life’ te behoren, maar tot diegene die de ‘Natural Selection’ aan hun frak hebben.
Neen, ik had het niet zien aankomen: hij pikte duchtig graantjes mee, de kakjes kwamen met grote regelmaat.
Ja, hij sliep buiten, maar dat doen onze kalkoenen, parelhoenen en een stuk of vijf kippen ook. Zelfs nu, bij regen en kou. Ze hebben nochtans twee hokken, twee afdakjes en hópen struiken ter beschikking. Maar nee hoor: gezellig onder de blote hemel in de striemende regen. Ze overleven dat blijkbaar. Alleen Sjosj niet.
Maar wat nu met de rest van de buitenslapers: zullen die ook binnen de korste keren weggeselecteerd worden? Of moet ik mij daar allemaal niks van aantrekken? Iemand een tip om ze in één van de hokken of onder één van de afdakjes te doen slapen?
Zo goed als simultaan met onszelf heeft destijds ook een eerste toom pluimvee zijn intrek genomen in de eigenwijze tuin. Niet gehinderd door enige gestructureerde aanpak van onze kant is alles toch snel in de plooi gevallen en sindsdien leiden onze kippen een lichtjes paradijselijk leven met een extreem grote vrije uitloop en een groot, droog en comfortabel hok. Dagelijks voldoende voedsel, op z’n tijd proper water, ongediertevrije legbakken: rudimentair maar toch behoorlijk gesoigneerd. Een leven zoals de gemiddelde kip het zich maar kan wensen, quoi.
Het was dan ook eerder vanuit een algemene interesse dat ik mij onlangs het boekje ‘het ecologisch houden van kippen’, uitgegeven door VELT aanschafte. Maar zie: zelfs als ‘ancien’ valt er nog één en ander uit dit boek op te steken. Het durft wel eens anders zijn met gelijkaardige handboeken die zich al te vaak bij algemeenheden houden. Nog iets wat ik weet te appreciëren: er wordt ook niet rond de halfzachte pot gedraaid: kippen slachten hoort er voor de schrijvers van dit boek ook gewoon bij. Een realistische kijk op het buitenleven die bij VELT soms wel eens zoek lijkt.
Ik zit ondertussen nog maar halfweg in dit boek, en heb toch al enkele kleine verbeteringen in ons kippenhok aangebracht: meer slaapstokken, de ingang tot het hok een paar decimeter hoger geplaatst; kleine ingrepen die toch voor wat meer kippengeluk zorgen. En wie ben ik om dat die beestjes te ontzeggen. Ook de legbakken ga ik nog eens onder handen nemen, zodat ze wat meer afgeschermd zijn. Het hoofdstuk over voeding heb ik nog te goed, ik verwacht ook daar wel een paar praktische weetjes uit te kunnen halen. Niet enkel een boek voor de beginnende kippenhouder dus, ook geschikt voor wie al langer kippen houdt en het goed meent met zijn dieren. Meer info over dit boek vind je hier.
Meewarig (en ook wel lichtelijk verontwaardigd) gemurmel was mijn deel toen ik deze morgen mijn pluimvee van graanmengsel ging bedienen. En de beestjes hadden gelijk, want het was halfzeven en nog zo goed als pikdonker. Nog lang geen tijd om op te staan voor het gemiddeld neerhofdier. Maar mijn vroegtijdig optreden is vanaf nu op weekdagen dagelijkse kost, tot de dagen weer beginnen te lengen. De uitslapers onder mijn kippen, kalkoenen en parelhoentjes zullen er mee moeten leren leven: ofwel opstaan, ofwel hun ontbijt afstaan aan de vroege vogels. Ze moeten maar een beetje solidair zijn met hun baasje, nèm.