maaien
In de modale Vlaamse tuin staat gras synoniem voor gemillimeterd gazon, liefst zonder mos. Een minderheid der Vlaamse tuinders staat toe dat er tussen dat gras zoiets als madeliefjes de kop opsteekt. Diegenen die de wondermooie Paardenbloemen ook nog toelaten zijn een bedreigde minderheid.
In onze tuin (die niet tot de modale vlaamse tuinen gerekend kan worden, maar dat had u al begrepen) hebben we óók echt gazon, jazeker! (geel op het plannetje links). Welliswaar een rijkelijk met madeliefjes en paardenbloemen bezaaid gazon, maar niettemin: een gazon, nen ‘green’, een ‘pelouze’. Ik rijd ze zelfs, zoals het een echte verkavelingsvlaming betaamt, zo goed als wekelijks af met mijn amechtig sputterende Briggs & Stratton die zich moeizaam door de nieuw opgeworpen molshopen ploegt. Ziedewel dat ik moeite doe om mij te integreren!
Maar daarnaast groeit er (bemerk het beigig-bruin op het plannetje links) nog ander gras: fors uitgroeiende en bloeiende grassoorten, doorspekt met welig groeiende Wilde peen, Berenklauw, Knoopkruid, Veldzuring, Pinksterbloemen, Scherpe en Kruipende boterbloem, Kleine bevernel, … en hier en daar een verloren gelopen Agrimonie en Margriet. Voor het gemak noem ik dat hooiland, maar eigenlijk is het gewoon gras met bloemen.

Nu ben ik vooral dit ontspoorde deel van ons gras genegen en zou ik liefst zien dat de mix aan soorten nog verder uitbreiding neemt. Dat valt te stimuleren (of af te remmen, naargelang) door een bepaald maairegime toe te passen. Belangrijk hierbij is een jaar na jaar vaste periode voor het maaien aan te houden om een stabiele vegetatie op te bouwen. Het tijdstip van maaien bepaalt dan welke planten je bevoordeelt (zij die al gebloeid en ‘gezaaid’ hebben) dan wel benadeelt (zij die nog moesten uitzaaien).
Omdat ik vooral op vroege en late zomerbloeiers mik en niet zozeer op voorjaarsplantjes, ben ik uitgekomen op twee maaibeurten. In het boek ‘de ecologisch siertuin’ van Velt raden ze een eerste maaibeurt aan tussen 15 mei en 1 juni, en een tweede in september-oktober. In ‘de wilde tuin’ van Wullaert loopt het gelijk op: een eerste maal ten laatste tegen 15 juni en een tweede maaibeurt in september oktober. Velt geeft ook nog de tip mee om ongewenste soorten (in mijn geval akkerdistels en co) te onderdrukken door ze te maaien tijdens de bloei, voor ze kans krijgen om uit te zaaien.
Navraag bij naburige conservators leveren eenzelfde tijdstip op: een eerste keer eind mei, begin juni en een tweede maaibeurt (voor bepaalde percelen zelfs de enige maaibeurt) in september. Bij Annetanne valt de eerste maaibeurt dan weer pas eind juli. Maar ik vermoed dat de grond daar al heel wat schraler is dan in ons geval. Derhalve wordt het maairegime (en ik herhaal het nog even zodat ik volgend jaar makkelijk terugvind wanneer ik moet maaien): eerste maaibeurt tussen 15 mei en begin juni, tweede maaibeurt in september-oktober. Tenzij er andere suggesties zijn natuurlijk, ga vooral uw gang in de reacties.