stilaan weer actie
En dan bedoel ik met de titel geeneens de kortstondige winterblogdip die me de voorbije weken acuut overviel (danig kortstondig dat je het waarschijnlijk niet eens gemerkt hebt). Neeneen, het gaat hem wel degelijk over den hof , waar na weken vrieskou er eindelijk weer enige actie mogelijk is. Want gisteren moest ik tot mijn schokking en ontsteltenis vast stellen hoe mijn strak geplande zondag gisteren danig in de soep liep. Nochtans, in theorie zag het er allemaal perfect haalbaar uit, met ruimschootse marges ingecalculeerd en al. Maar zo tegen het aperitief de middag liep alles danig in het honderd, waardoor ik -weeral- de plaatselijke Natuurpunt wandeling mis liep. Potverdepotver!
Dan maar in eigen tuin ‘de natuur’ opgezocht. Want ook al draait alles nog op een laag pitje, één en ander komt toch stilaan op gang. Enkele sneeuwklokjes zijn aan het grote avontuur begonnen en steken hun eerste groene sprieten bovengronds, enkele knoppen aan de haag doen een schijnbeweging richting uitlopen,… en zo van tussen de smeltende sneeuw komen enkele sporenkapsels van mossen piepen. Ook op het bijhorend muurtje zorgden mossen en korstmossen voor wat kleur. (Helaas: er bestaan gruwelijk veel soorten mossen en korstmossen, soorten herkennen zit er derhalve vooralsnog niet in. Een projectje voor de hele verre toekomst…)
Ook zwammen herkennen is – ‘t is algemeen geweten- mijn sterkste vak niet. Maar het judasoor op de foto hier onder behoort wel tot mijn parate kennis. Een soort die vooral op vlier schijnt te groeien, maar hier staan ze op een wilgentak.
De rest van de tuin was nog in een bijzonder winterse rust gedompeld, al leek het bij de buizerds wel wat te kriebelen, want die vlogen met z’n tweeën (‘de bleke’ in gezelschap van ‘de normale’, waarmee ik geenszins gezegd wil hebben dat bleek zijn niet normaal zou kunnen zijn) luidkeels miauwend over de omgevende akkers en velden. Ook ikzelf kon enig voorjaars-optimisme niet helemaal onderdrukken en ging dan maar wat in mijn groententuintje (dat eindelijk ongeveer ontdooid is) roefelen: die laatste kapot gevroren warmoesstronk er nog uit gewipt, de eveneens slap gevallen peterselie gekortwiekt (heb ik het goed dat die tweejarig is en dus het komend voorjaar weer uitloopt?) en alweer één van de zes perkjes onkruidvrij gemaakt (nog drie te gaan, maar daar staan nog wortels, prei en winterpostelein op). Maar de kroon op het ‘bijna-lente-gevoel’ kwam er rond 19 uur, toen ik in mijn garagedingk houtblokken ging ophalen voor in de houtstoof: een vleermuisje was voorwaar cirkeltjes aan het draaien op zoek naar iets eetbaars onder de beschutting van het dak. Ik heb er van contentement minutenlang naar staan kijken. Hopelijk vond het beestje een paar hapklare muggen en komt het nog de rest van de winter door… In elk geval: het doet uitkijken naar meer! (jaaaaa, ik weet dat het nog lang duurt…)









