nieuwe coupe
Read more »
Weet ge’t nog, aandachtige lezer, dat ik vorig jaar boomzaaggewijs de oude knotwilg te lijf ging?
Read more »
Weet ge’t nog, aandachtige lezer, dat ik vorig jaar boomzaaggewijs de oude knotwilg te lijf ging?
Djutoch! Gisteren stonden er aan de -voormalige- mesthoop een tiental geschubde inktzwammen in volle glorie. Prachtige grote paddenstoelen, schitterend om zien.
Read more »
‘Massaal’ is nu bepaald niet de term die ik zou gebruiken, maar zo links en rechts ploppen de paddenstoelen toch tevoorschijn.
Read more »
Geweizwammetjes (Xylaria hypoxylon), het zijn verre van zeldzame paddenstoeltjes. Als er ergens dood loofhout blijft liggen heb je veel kans dat ze er uiteindelijk op beginnen groeien. Ze komen wel pas op het eind van het rottingsproces van hout aan hun trekken, dus enig geduld is noodzakelijk. Maar van zodra ze er zijn is ’t doorgaans gelijk haar op een hond, zo talrijk. ‘t Is niet anders in de eigenwijze tuin, ook daar staan ze op bepaalde plaatsen dik gezaaid. En net dát maakt het een beetje tricky om er een mooie foto van te maken, zo van een wirwar aan zwartwitte sprieten. Het wordt algauw een akelig drukke bedoening met een chaotische achtergrond. En ik ben daar niet aan. Maar zaterdag had ik het geluk om een nagenoeg alleenstaand, flink uit de kluiten gewassen exemplaar te vinden. Met als resultaat een paar foto’s die ik – ik zal het maar toegeven- best o.k. vindt.
En voor al die hoge-schermresolutie-surfers onder jullie, voor wie de foto’s op deze blog soms wat kleintjes bleken uit te vallen, steek ik vanaf deze maand een tandje bij (jaja, speciaal voor jou!). Klik op een foto in het bericht (en in alle komende berichten), en je krijgt ze op 800 pixels breedte (of lengte) te zien. Rechtstreeks doorklikken van de ene foto naar de andere kan door op de pijltjes onderaan te klikken. Sluiten door op de foto zelf, of op het rode kruisje onderaan te klikken. Probeert’ekeer, de foto’s komen veel mooier tot hun recht (vind ik). Ge gaat daar content van zijn (denk ik). ‘t is niks, graag gedaan (weet ik).
Overigens zijn die geweizwammetjes best interessante dingskes. Als lid van de zakjeszwammen hebben ze niet het typische paddenstoelmodel maar zijn ze eerder knotsvormig. Jonge exemplaren, zoals op deze foto, zijn bedekt met wit poeder. Dat zijn ‘conidiën‘, sporen die op ongeslachtelijke wijze geproduceerd worden. Later gaan ze over tot geslachtelijke voortplanting en verandert hun kleur naar zwart. Deze sporen (ascosporen) zitten dan niet meer gewoon aan de buitenzijde maar groeien in kleine puistachtige verdikkingkjes (perithecia) aan het oppervlak. In die perithecia zitten ostiolen, miniscule gaatjes waarlangs de ascosporen vrij komen als ze rijp zijn. Bijzonder saai en niet relevant allemaal, maar ik heb dat vroeger allemaal van buiten moeten leren en daarom heb ik de onstuitbare neiging om er jou hier mee te ambèteren, nèm. Veel relevanter is dat ze, alhoewel ze niet giftig zijn, door hun kleine omvang en hun taaie textuur bepaald niet uitnodigen tot opeten en derhalve niet als eetbaar beschouwd worden. Pech, maar niet getreurd, want er worden antivirale en antitumorale werkingen vermoed in dit zwammetje, en dat is toch ook belangrijk, schijnt. Soit, ik vind ze gewoon mooi, eigenlijk.
En dan bedoel ik met de titel geeneens de kortstondige winterblogdip die me de voorbije weken acuut overviel (danig kortstondig dat je het waarschijnlijk niet eens gemerkt hebt). Neeneen, het gaat hem wel degelijk over den hof , waar na weken vrieskou er eindelijk weer enige actie mogelijk is. Want gisteren moest ik tot mijn schokking en ontsteltenis vast stellen hoe mijn strak geplande zondag gisteren danig in de soep liep. Nochtans, in theorie zag het er allemaal perfect haalbaar uit, met ruimschootse marges ingecalculeerd en al. Maar zo tegen het aperitief de middag liep alles danig in het honderd, waardoor ik -weeral- de plaatselijke Natuurpunt wandeling mis liep. Potverdepotver!
Dan maar in eigen tuin ‘de natuur’ opgezocht. Want ook al draait alles nog op een laag pitje, één en ander komt toch stilaan op gang. Enkele sneeuwklokjes zijn aan het grote avontuur begonnen en steken hun eerste groene sprieten bovengronds, enkele knoppen aan de haag doen een schijnbeweging richting uitlopen,… en zo van tussen de smeltende sneeuw komen enkele sporenkapsels van mossen piepen. Ook op het bijhorend muurtje zorgden mossen en korstmossen voor wat kleur. (Helaas: er bestaan gruwelijk veel soorten mossen en korstmossen, soorten herkennen zit er derhalve vooralsnog niet in. Een projectje voor de hele verre toekomst…)
Ook zwammen herkennen is – ‘t is algemeen geweten- mijn sterkste vak niet. Maar het judasoor op de foto hier onder behoort wel tot mijn parate kennis. Een soort die vooral op vlier schijnt te groeien, maar hier staan ze op een wilgentak.
De rest van de tuin was nog in een bijzonder winterse rust gedompeld, al leek het bij de buizerds wel wat te kriebelen, want die vlogen met z’n tweeën (‘de bleke’ in gezelschap van ‘de normale’, waarmee ik geenszins gezegd wil hebben dat bleek zijn niet normaal zou kunnen zijn) luidkeels miauwend over de omgevende akkers en velden. Ook ikzelf kon enig voorjaars-optimisme niet helemaal onderdrukken en ging dan maar wat in mijn groententuintje (dat eindelijk ongeveer ontdooid is) roefelen: die laatste kapot gevroren warmoesstronk er nog uit gewipt, de eveneens slap gevallen peterselie gekortwiekt (heb ik het goed dat die tweejarig is en dus het komend voorjaar weer uitloopt?) en alweer één van de zes perkjes onkruidvrij gemaakt (nog drie te gaan, maar daar staan nog wortels, prei en winterpostelein op). Maar de kroon op het ‘bijna-lente-gevoel’ kwam er rond 19 uur, toen ik in mijn garagedingk houtblokken ging ophalen voor in de houtstoof: een vleermuisje was voorwaar cirkeltjes aan het draaien op zoek naar iets eetbaars onder de beschutting van het dak. Ik heb er van contentement minutenlang naar staan kijken. Hopelijk vond het beestje een paar hapklare muggen en komt het nog de rest van de winter door… In elk geval: het doet uitkijken naar meer! (jaaaaa, ik weet dat het nog lang duurt…)
All the hip kids are doing it, vandaar krijg je ook hier wat van de foto-oogst van zondag (cursus natuurfotografie met de statiefgoeroe en zijn kompaan) te zien. Komt er van als je een heel weekend niet thuis bent om in de tuin foto’s te maken…
Een schoon koppel zwammetjes op een bedje van mos.
Dezelfde zwammetjes, experimentje met de flits. Beetje uitgevreten licht aan de rand van de hoedjes, eilaas.
En mijn (denk ik) beste beeld van die dag, een strontvlieg op een flinke (melk?)zwam.
Ha, de eerste paddenstoelen duiken op. En vandeneerstekeer al prijs: een soort waarvan ik geen benul heb welke het wel zou kunnen zijn. Vijf centimeter groot, in de pelouze. Talrijk gelijk haar op een hond en van een onbestemd gelig-bruinige kleur. Pfffff, zwammekes, het zijn mijn vrienden niet (al vind ik ze wel intrigerend).

Ook dit jaar zijn achter in de tuin, vlak bij het naaldbos, weer tientallen Roodbruine schijnridderzwammen (Lepista flaccida) opgedoken. Mooie, forse paddenstoelen die met hun dieprode kleur tamelijk herkenbaar zijn en niet echt met andere soorten verward kunnen worden. Denk ik toch. De enige soort die volgens soortenbank.nl in de buurt komt is de Slanke trechterzwam, die toch beduidend geler is. Fijn zo! En wat ook fijn is: volgens diezelfde soortenbank.nl is de roodbruine schijnridderzwam eetbaar! Aan TAAAFEL!!!
Euhm… wacht eens… wat vertellen ze daar op Rogers Mushrooms (fijne website die ik via Annetanne leerde kennen) over diezelfde (?) Lepista flaccida ? Juist: ‘Inedible’ vermoeden ze aldaar. Oneetbaar. Oepsie! Toch maar laten staan dan zeker? Maar wie moet ik nu geloven?
Gelukkig ben ik eigenlijk toch niet zo dol op paddestoelen op mijn bord. Liever foto’s van maken. Onderstaande foto is opzettelijk een beetje vaag gemaakt door plat op m’n buik doorheen het gras te fotograferen, met bovendien een groot diafragma (grote opening, dus klein getal) zodat er maar een beperkte scherptediepte is.

Dezelfde foto, maar dan van uit een iets hoger standpunt en met meer scherptediepte door een hogere diafragmawaarde (hier klikken om die te zien) vind ik veel koeler en sterieler. ‘t Is een kwestie van smaak natuurlijk, maar ik vind de wazige mooier. En u?