some guys have all the luck
Een prachtig bloeiende toverhazelaar, een kort en krachtig winters buitje, onmiddellijk gevolgd door een straaltje zon. Hoeveel geluk kan je hebben?
Hamamelis intermedia ‘Arnold promise’. Een zeer schone variëteit, vind ik persoonlijk. Ik kan me voorstellen dat, als het een volwaardige struik geworden is, het een bijzonder schoon zicht zal zijn.
bloei!
Et ç’est parti, mon kiki! Links en rechts duiken de boerenkrokussen op, in grotere clusters dan het voorbije jaar, dus blijkbaar voelen die zich in hun element op de zware grond waar ze in staan. En ook de hazelaars staan nu in bloei, klein maar fijn.
Natuurlijk had ik, kalf dat ik ben, mijn ISO op 640 laten staan na wat binnenfoto’s. Met als gevolg dat je op alle foto’s ferm wat ruis kan zien, dju toch. Misschien morgen een herkansing wat dat betreft…
En inderdaad, met de combinatie 2x teleconverter, 3 tussenringen, 180mm macrolens en een macro voorzetlens kan je echt wel heel dichtbij komen. Een en ander scherp krijgen is dan weer een ander paar mouwen…
iepiepoera!
Enige tijd lang heb ik stilletjes mijn hart vastgehouden, bezorgd dat de vrieskou van de voorbije winter mijn glorieuze oleander genekt had. Want – we zouden het met de temperaturen heden ten dage vergeten – de voorbije winter was het zodanig ijzeberekoud dat het tot in mijn werkkot goed gevroren heeft. En laat dat net de plaats zijn waar ik mijn vorstgevoelige planten laat overwinteren, ondermeer dus de oleander. Niet zomaar een plantje van bij de plantenboer. Neen, een oleander van een tiental jaar oud, die mijn vader eigenhandig gestekt en met liefde opgekweekt heeft, en mij vervolgens kado gedaan heeft toen het al een flink uit de kluiten gewassen exemplaar was.
Maar toen ik hem dit voorjaar terug buiten plaatste zag je hem zienderogen achteruit gaan: verdorrende en afvallende bladeren à gogo. Het ging echt volledig richting afgrond. Mijn wilde gok is dat z’n wortels een flinke deuk gekregen hadden door de vorst, en niet meer genoeg omhoog konden pompen om de dorstige blaadjes van voldoende water te voorzien (ik gaf hem, vanzelfsprekend, voldoende water). Mijn aansluitend wild reddingsplan was algehele kaalslag: alle takken er af. ‘t was dat, of laten verdorren. En zie, ruim twee maand na datum is hij opnieuw uitgelopen en staan er alweer tientallen blaadjes aan. Het duurt nog wel een paar jaar voor hij weer in zijn volle glorie hersteld zal zijn, maar dat hij nog leeft, daar ben ik wreed content van.












