grote grazers
De zon gaat onder
en ik sta in een steppe, een onafzienbare steppe,
maar ik weet dat het een tuin is
met een heester, een paar viooltjes, een merel
en een poes
en dat de avond een druppel is -
die van de emmer of die van de gloeiende plaat,
het doet er niet toe, die van de eindeloze regen!
De tuin is klein,
omringd door buren en heggen,
maar ik weet dat het een steppe is,
een onafzienbare steppe, er gonst een mug!
(Toon Tellegen)


