Waren de waterjuffers de voorbije maand heer en meester op en rond de vijver, dan lijkt nu de periode van de échte libellen aangebroken. Want zo’n Grote keizerlibel, die vreet een azuurjuffertje als ware het een gezond tussendoortje. Gelukkig voor hen was dit exemplaar niet op zoek naar een hapje maar naar een geschikte plaats om haar eieren af te zetten. Een vijvertje zoals het onze is daarvoor ideaal. ‘Gelukkig’ ook voor mij, want een keizerlibel is een verdomd wendbaar beest dat zelden stil zit, behalve dan om eitjes te leggen. Het vrouwtje legt ze meestal binnenin drijvende afgestorven plantendelen (hier een dode stengel van Waterdrieblad), maar ook levend plantenmateriaal komt in aanmerking.

Drie weken later komt uit elk ei een vraatzuchtige larve die tussen de waterplanten op zoek gaat naar prooien. Ze eten veel (o.a. slakjes) en groeien snel: tegen de winter zijn ze 4,5 cm lang en hebben ze al een tiental vervellingen achter de rug. Ze overwinteren in het diepere deel van de vijver om in het voorjaar nog een goeie centimeter te groeien en tot een laatste larvaal stadium te vervellen. Vanaf eind mei kruipen de volgroeide larven dan uit het water en komt het volwassen dier tevoorschijn.
De foto (180mm macrolens van sigma, F9, zonder statief) heb ik liggend aan de rand van de vijver gemaakt. Keizerlibellen zijn vrij schuw, maar ze zien vooral bewegende voorwerpen. Zolang je muisstil blijft liggen hebben ze dus niet door dat je er bent. De foto die je hier ziet is voor de helft bijgeknipt omdat er aan de periferie een rommelig zootje waterplanten te zien was.