frustratie – o – frustratie.
En wel hierom: mijn avondlijke tuinwandeling, in goed gezelschap van my precious* bracht mij gisteren tussen het hoge gras, alwaar doorgaans wel één of ander fotogeniek wezentje rondsluipt dan wel -springt of -fladdert. De avondzon speelde door het gras en de schermbloemigen (bereklauw, wilde peen en ene die ik nog eens moet determineren), afgezien van de iets te felle wind ideale foto-omstandigheden. En ineens zie ik op een bereklauw-scherm een mooi model vlieg zitten. Geen zo’n zwart mormel waar ik vies van ben, maar ééntje op lange fijne poten, met donkere oogjes, een spits snuitje, warmgeel lijf. Een model, qua. Het beestje zat ook bijzonder schoon gepositioneerd, met de witte bloemetjes van de Bereklauw onder en achter zichzelve, in tegenstrijklicht, op ideale hoogte en – niet geheel onbelangrijk- muisstil. Ik sluip dicht genoeg, pootjes van het statief nagenoeg helemaal plat en maak ene schone beelduitsnede, belichting wat bijregelen (tegenlicht vereist een matige overbelichting anders is het onderwerp te donker), beperkt diafragmeren om een mooie DOF te krijgen (oogjes en bekje haarscherp en de rest wazig), met de hand scherpstellen (altijd bij macro) en klaar om af te drukken. Prachtig beeld. Perfect. Het beestje kijkt recht in de lens, het licht en de compositie zijn skitterend. Hier ga ik content mee zijn. euhm… misschien toch nog een stopke kleiner diafragmeren? euhm… ja… nog een laatste draai aan de diafragmaknop en… het beest vliegt weg. *bleit*
‘t enige wat er nog in zat was een middelmatig beeld van een chtoeme zweefvlieg. pfeh. (dus toch wel een beetje beeld, al bij al).

* ook wel bekend als mijn fotomarieken D200.