vaste waarden in april
Acht graden, een onaangenaam noorderwindje en af en toe een regenvlaag. Moestekik een vlinderke zijn, ik bleef van de weerbots nog een wijl volharden in dat overwinteringsgedoe. Maar veel valt er in’t wild aan dat biologisch klokse niet te chipoteren, ge zult altijd zien. Derhalve zijn pinksterbloem én oranjetip present, al kan die laatste er niet echt mee lachen. Veel meer dan wat te zitten koukleumen zit er momenteel niet in, wie durft vliegen plakt ineens vier meter verder in de vegetatie. Dus ‘t vrouwvolk vertoont zich niet; zie dat hun schubvleugelkes in de war geraken! In afwachting heeft deze jongen alvast een strategische positie ingenomen: knal op de waardplant waar madam oranjetip één dezer (bij hopelijk wat beter weer) haar eieren komt droppen. Kan hij en passant de boel bezwangeren, wie weet. Onderwijl zwiept hij een beetje mistroostig met het pinksterbloemeke mee heen en weer in de wind. ‘t Was gedimme niet evident een scherpe foto te maken met al dat natuurgeweld.
klein geaderd witje
Witjes zijn zowat de enige reden waarvoor ik überhaupt kolen zou telen. Want kolen zijn (op broccoli en een miniem bloemkoolroosje na) simpelweg jukkie, we hoeven daar als volwassen mensen onder elkaar niet over te discussiëren.
Maar aangezien witjes allesbehalve een zeldzaamheid zijn in de Eigenwijze Tuin, ga ik er van uit dat ze waardplanten genoeg vinden en hoef ik derhalve geen kostbare vierkante moestuinmeters op te offeren aan het vetmesten van hun rupsen. Nog eens zo handig.
De volwassen vlinders hangen vooral rond in de buurt van het boerenwormkruid en de wilde peen. Zo bij het vallen van de avond zoeken ze er ook hun slaapplaats, en dan zijn ze niet meer geneigd om bij het minste geringste op te vliegen. Als je met andere woorden niet al te opzichtig beweegt, en op ‘t gemakske dichterbij kruipt, kan je behoorlijk dichtbij komen.
Al moogt ge daar niet te lang in kijken, zo van dichtbij, in van die vlinderogen. Ge wordt daar een beetje ongemakkelijk van, vind ik. Vooral de combinatie met die harige kop en romp suggereert een onbestemd psychedelisch Tita Tovenaar gevoel. Maar voor de rest: schone beestjes.
de korenbloemborder
‘t Is werkelijk gruwelijk, beste lezer, hoe de foto’s zich de laatste tijd ophopen op mijn PC, in het speciaal daartoe aangemaakt mapke. En de bijhorende explicaties in mijn hoofd, eveneens in een vakske apart. Het omzetten naar een vertelsel op deze blog, daar zit de bottleneck. Want het is zomer, en dan wil een buitenmens al eens buiten zitten. Tot het donker wordt. Of toch tot het tijd wordt om het hoogdringend puin ruimen aan te vatten (drie kinders kunnen wat aanrichten), brood te bakken, eten te maken, huishoudeken te spelen, boeken te lezen, andermans blog te bezoeken en nog zo verschrikkelijk veel dingen die ik zou willen doen. En dan is het al gauw elf uur, en ontbreekt de fut om nog een kwartiertje mededelingen te plegen. Maar ziet, vanavond schraap ik mijn moed bijeen en bericht ik u allen over het wonder van de korenbloemborder. Al gebiedt de eerlijkheid toe te geven dat het hier in hoofdzaak een gemengde korenbloem - bolderik border betreft, met daartussen nog vanalle ander gewas.
to the rescue!
Oh! Ontwaart! Ontwaart! Een diertsje in nood! En bovendien geen akelige bloedzuigende mug noch een toch ietwat vreeswekkend harige spin. Neen, het is een pracht van een oranjetip die zich daar klem heeft gezet in de serre.
Read more »
mijn naam is…
Bij het verzinnen van officiële dierennamen wordt zelden blijk gegeven van veel inspiratie. Sec en saai lijkt het devies.
Read more »
toch nog!
Hadden ze u ook bijna liggen? Mij in elk geval wel, mijn zwembroek lag bijna alweer in de kast. Maar ziet, ‘t is begot tóch nog geen herfst, ‘t is zelfs nog zomer zo blijkt!
Read more »
van ‘t goe jaar
Dat ze van ‘t goed jaar zijn, die charels van Natuurpunt. ‘Vlinder mee‘, zeggen ze. ‘Tel de vlinders in je tuin’, zeggen ze.
Read more »














