toch nog!
Hadden ze u ook bijna liggen? Mij in elk geval wel, mijn zwembroek lag bijna alweer in de kast. Maar ziet, ‘t is begot tóch nog geen herfst, ‘t is zelfs nog zomer zo blijkt!
Read more »
Hadden ze u ook bijna liggen? Mij in elk geval wel, mijn zwembroek lag bijna alweer in de kast. Maar ziet, ‘t is begot tóch nog geen herfst, ‘t is zelfs nog zomer zo blijkt!
Read more »
Dat ze van ‘t goed jaar zijn, die charels van Natuurpunt. ‘Vlinder mee‘, zeggen ze. ‘Tel de vlinders in je tuin’, zeggen ze.
Read more »
In onze tuin mogen – ‘t is ondertussen genoegzaam bekend – wilde planten hun goesting doen. Behalve brandnetels en akkerdistels dan, want die worden weliswaar niet te vuur en te zwaard bestreden, maar toch ernstig ontmoedigd om nóg meer plaats op te eisen.
Read more »
Annetanne had de oranjetip op haar verlanglijstje staan, ikzelf aasde al jaren op het boomblauwtje. Elk jaar regelmatig te zien in onze tuin, doorgaans gewoon flapperdeflap voorbij komend. Misschien (waarschijnlijk) planten ze zich er ook voor, want met waardplanten als vuilboom, kornoelje, kardinaalsmuts en klimop komen ze in onze tuin zeker aan hun trekken. Maar ellendig rappe rakkertjes zijn het, die blauwtjes. Want bijzonder argwanend en tevreden met ultrakorte rustpauzes. Vooral veel vliegen ook, en dan liefst nog over en weer van tuin naar weide en weer naar tuin en naar andere weide, zodat een foto maken van een boomblauwtje algauw op een tuinafsluitingen-hordenloop gaat lijken (wat met vier kilo fotomateriaal al eens durft tegenvallen). Een foto van een boomblauwtje was derhalve nog niet gelukt (na drie keer over een omheining klauteren durft mijn ambitie al wel eens te sputteren).
Maandag had ik er weer eentje in de smiezen. Niet van plan om met mijn voeten te laten spelen wachtte ik gewoon af tot hij weeral zou wegfladderen. Maar het beestje bleef precies toch lang zitten. Veel wind en amper zon, ‘t zal er allemaal wel mee te maken hebben. Allez, mij dan toch maar laten vangen en om mijn fotomarieke geweest (dat helemaal kant en klaar gereed stond in mijn werkkot, soms ben ik voorzienig in die dingen).
Het zal u niet verwonderen dat de vlinder opvloog van zodra ik dichter kwam (Donderwetter!) :-/
O zie! Wat hupselt daar vrolijk langsheen de verdorde sprietjes knoopkruid die aan de grote maaibeurt ontsnapt zijn? Azo’n schone dikke rups zeg! Van de perzikkruiduil zelfs, met een mooi patroon van subtiele groentintjes die voor de nodige camouflage moeten zorgen. ‘t is dat ik doelgericht met mijn fotomarieken op zoek was naar fotogeniek kruipgedierte, of ik had ‘m nooit gezien, zo in zijn groen jasje. 
Ah, en ‘t beestje had me ook in de smiezen want hij ging al meteen in de remmen hangen. En behoorlijk futiele pogingen doen om zich te verstoppen zelfs, ochere met zijn dik lijfje en niks meer dan een schraal sprietje om zich weg te steken.
Tot dat besef kwam het beest ook algauw, en zo rap als zijn poten het toe lieten ging hij er van door. Schattig trouwens, die buikpootjes (zie onderste foto).
Tenminste, dat ging vluchtig door mijn gedachten toen ik deze jongen op naam kon brengen via vlindernet. Het blijkt namelijk een ‘oranje wortelboorder‘ te zijn. Geen paniek echter, want stellen dat dit beest het op oranje wortels gemunt heeft zoude van moedwillig foutieve interpretatie getuigen. Neen, zo lees ik op vlindernet: oranje wortelboorders heten zo omdat ze oranjebruin getint zijn terwijl hun rupsen het op de wortels gemunt hebben de zuring en de paardebloemen die in mijn tuin welig tieren. De karotjes in mijn moestuintje zijn derhalve veilig, toch wat dit vlindertje betreft.
Icarusblauwtjes laten zich regelmatig zien in onze tuin. Maar om zich, zoals dit mannetje, uitgebreid te laten fotograferen zijn ze veel minder gewillig. Deze had er blijkbaar wel vertrouwen in, want ik mocht behoorlijk dicht naderen zonder dat hij op de loop ging. Jammer genoeg ging hij op een plat liggende grasstengel zitten, zodat er op de achtergrond lelijke grassprieten te zien zijn. ‘t was dus een beetje spelen met het diafragma om een goede balans te vinden tussen een scherpe vlinder en een onscherpe achtergrond. Wat dat betreft is onderstaande foto redelijk ok.
En zie, ook deze keer lag er een vlieg op de loer, gereed om de boel te komen verkl**en. Die beesten moeten zich toch echt altijd komen moeien. Gelukkig was deze strontvlieg nog vrij beleefd en respecteerde ze een aanvaardbare afstand. Maar toch!
Het stikt dit jaar van de vlinders in de tuin, en niet alleen bij ons. Gelukkig maar, want vorig jaar was een behoorlijk dieptepunt. Hopelijk hebben ook de zeldzamer soorten in de reservaatjes hier en daar zich wat hersteld. In onze tuin zijn vooral de zandoogjes (oranje en bont, in mindere mate het bruin) zeer talrijk. Maar ook veel landkaartjes, klein geaderd witje, klein koolwitje, distelvlinder en gehakkelde aurelia. Misschien heeft dat te maken met een paar van de vlindervriendelijke ingrepen die hier de laatste jaren gebeurd zijn.
In eerste instantie de plantenkeuze natuurlijk. Voedselplanten zoals lavendel, verbena, oregano, kaardebol en als absolute topper net als bij Annetanne het leverkruid. Tot en met vorig jaar stond er ook een buddleia, maar met mijn legendarisch slecht tuinierschap ben ik er in geslaagd hem te vermoorden. Ik ben waarschijnlijk de enige mens in West Europa die een buddleia kapot kan snoeien… :-/
Naast de voedselplanten voor de vlinders vinden ook de rupsen de nodige waardplanten in onze tuin (brandnetels, kolen, pinksterbloem en look zonder look, grasjes,…)
Maar ook voor de wintermaanden zijn er een paar ingrepen mogelijk om vlinders een duwtje in de rug te geven, en dat wordt in veel tuinen over het hoofd gezien. De nodige ‘vuile hoekjes’ laten staan (holle stengels, hoog gras,…) voor de overwinterende eitjes, rupsen en/of poppen. En in de stal vinden overwinterende vlinders zoals de dagpauwoog plaats tussen planken en gestapelde dakpannen.
Ook de windsingel die twee jaar geleden aangelegd werd (de zone tussen de C’s op onderstand plannetje) begint z’n vruchten af te werpen: hier vinden vlinders (en andere insecten) altijd wel een warm en windluw plekje om op te warmen. Vooral de bonte zandoogjes en de landkaartjes voelen zich hier thuis.
En zo is er dit jaar al een luzernevlinder langs gekomen, en heeft ook een boomblauwtje (op het eind van het filmpje te zien) zich in onze tuin gevestigd. Alleen op de koninginnepage is het nog wachten, al staat er enorm veel wilde peen als waardplant ter beschikking. Een hoop tips voor een vlindervriendelijke tuin, netjes op een rijtje, vind je hier en hier.
Een paar fotootjes, gemaakt in de loop van een zonnig dagje vakanse in de eigenwijze tuin. Alles gemaakt tussen het ochtendlijk kopje sterke koffie op het terras en het al even sterke biertje ‘s avonds op datzelfde terras. (ne mens moet íets doen op zijn terras)
Een bont zandoogje in tegenlicht. Het is kort in de namiddag. De zon staat hoog aan de hemel en de vlinders profiteren van de warmte.
Ook dit landkaartje zit helemaal opgewarmd in de zomerzon. De nog prille beschutte windsingel op de achterste weide lijkt zijn vruchten af te werpen: er zitten opvallend veel vlinders in de tuin. Vandaag gezien: dagpauwoog, klein koolwitje, klein geaderd witje, oranje zandoogje, bruin zandoogje, bont zandoogje, landkaartje, boomblauwtje, zwartsprietdikkopje, gehakkelde aurelia en distelvlinder. Niks uitzonderlijk, maar toch wel een mooie verzameling en van de meeste soorten meerdere exemplaren. Vreemd genoeg nog geen enkele kleine vos.
Later op de avond wordt het licht al wat zachter. In het hoge gras zitten er tientallen soldaatjes, algemene kevertjes waarvan er een aantal sterk gelijkende soorten bestaan. Kort na het nemen van deze foto moet ik de biezen pakken voor een regenvlaag.
Na regen komt zonneschijn: een langpootmug wacht onbeweeglijk de nacht af .
De sprinkhanen zijn wel nog druk doende. Hier een Zuidelijk spitskopje, sinds een paar jaar talrijk aanwezig in de tuin.
Een zweefvliegje.
Op de kaardebol zit een gigantische hommel. Ruim twee keer zo groot als een Tuinhommel, en grotendeels zwart. Geen idee welke soort het is. Misschien een soort koekoekshommel?
Even verderop van de reuzenhommel zit dan weer een miniscuul vliegje druk te gesticuleren. Een wenkvliegje of iets van dien aard?
En juist als je dan denkt dat het afgelopen is en je je fotomarieken op de kast wil leggen voor de rest van de avond komt er nog een egeltje langs op de binnenkoer. Veel te hard geflitst, achteraf gezien.
Kijk, ik krijg hier de wubbes van. Want ge zult zien dat er altijd wel iéts de boel komt verkl**en als ge een deftige foto wilt maken. Eerst zit ik dat zwartsprietdikkopje (Thymelicus lineola) een kwartier lang te besluipen tot hij het opgeeft en gewoon blijft zitten als ik dichtbij kom (vlinders zijn ellendig koppig in die dingen, maar ik nog veel koppiger). Dan moet ik ruim een minuut te wachten tot de wind een béétje gaat liggen zodat dit vlindertje niet als een vage oranjige streep op de foto zou staan. En vaneiges komt er net op dàt moment zo’n ellendige dipteer plompverloren als een torpedo op het lieflijke tafereeltje aangeknald. Een halve seconde later was het vlindertje weg. Heel mijn zorgvuldig opgebouwde compositie naar de marollen!
Ik zeg u, ik ben van coleire binnenshuis twintig huisvliegen ongenadig gaan afslachten met de vliegenmepper. Ik ben niet alleen koppig, maar bijwijlen ook tamelijk rancuneus. Bovendien vind ik huisvliegen zéér vieze en vervelende beesten en mot ik ze toch systematisch aan frutsels, dus het één kwam goed uit bij het ander.
Toen ik een klein half uurtje later weer buiten kwam had ik chareltje al snel weer in de mot tussen de wilde peen, en toen waren er géén vliegen die het nog aandurfden om in beeld te komen. Wel een vervelende spriet aan dat bloemomhulsel van de wilde peen. Maar ik kan maar moeilijk al mijn wilde peen gaan afmaaien nu zekers?
ps: dat van die twintig vliegen gaan afmotten is gene waar zulle. (dat ik systematisch huisvliegen aan frutsels sla als ik de kans krijg is wel waar: ze moeten maar niet rechtstreeks van de schapenkak naar mijne westmalle vliegen om aldaar te komen verzuipen, ha!)