graantje meepikken
De vogelkes voederen op de voederplank, het behoort tot de categorie ‘niets dat beter is voor het zelfbeeld’.Of zoals Blur het formuleerde:
I feed the pigeons, I sometimes feed the sparrows too.
It gives me a sense of enormous well-being. (parklife!)
Jammer genoeg slaat jan modaal in de lente, vanzodra de voederplank weer netjes op zolder ligt, driftig aan het spuiten met een arsenaal aan chemische bestrijdingsmiddelen tot er geen rups meer overschiet voor de jonkies van al die mezen die ze zonet de winter doorgeholpen hebben. Maar dit geheel ter zijde.
Want ik beken, ik voeder ook graag de vogeltjes. Vetbollen, pinda’s in snoer dan wel netje, okkernoten en muffe appels. Ja, zelfs een geheel zelf bereid graanmengsel wordt kwistig op het zelf vervaardigd voederplankje gestrooid. Instant-beloning: ik ben nog niet half terug in de living of de eerste kool- pimpel- en staartmezen struikelen over elkaar heen om de merels, roodborstjes en ringmussen te vlug af te zijn. Goed voor het ego, die dingen.

Van al het gevogelte dat zich aan de catering komt tegoed doen zijn de Ringmussen met stip mijn favoriet. Want het zijn schoontjes, sociaal, ze zijn niet meer zo algemeen, ze eten bescheiden in alle rust hun potje leeg, hangen occasioneel voor de show al eens aan een vetbol, én ze blijven na de winter dikwijls plakken om nestjes te bouwen. Heel wat anders dan die driftige koolmezen die de helft van hun tijd verdoen met iedereen weg te jagen, de helft van de pindanoten op de grond versnipperen en over het algemeen gewoon iedere andere welgemanierde vogel op zijn systeem komen werken. Maar die zorgen dan wel voor leven in de brouwerij.En dan is’t ook al lang goed natuurlijk. (Parklife!)

