meanwhile, op de zomereik…
Het was Annetanne die een een poos geleden een belletje deed rinkelen. Want zoals ze zelf zegt: het is pas als je er op let dat je gallen ook daadwerkelijk zíet. Nu had ik vroeger wel al gallen opgemerkt in de tuin, maar nog niet als ik op fotojacht was. Ikke dus met fotomarieke richting houtkant getrokken, en jawel hoor: tientallen - nee, honderden – gallen. Eens je ze gezien hebt kan je er niet meer naast kijken. Vooral de appelgallen, met een doorsnede van ruim een centimeter vallen op. Ze worden veroorzaakt door Cynips quercusfolii, een heel algemene galwesp. Dikwijls zijn er meeëters van de partij; andere wespenlarven die mee aan de galappel knabbelen. Of nog erger, larven van staartwespen die aan de cynips-larve en/of andere meeëtende larven zitten (die er dan vanzelfsprekend het leven bij in schiet). En zelfs als Cynipsje er in slaagt om het ondanks de concurrentie tot pop te schoppen loopt hij het risico om door een tweede generatie staartwesp alsnog opgepeuzeld te worden. Ambiaanse! Een hele thriller die zich binnen zo’n claustrofobisch galappeltje afspeelt.
En die Cynipswespjes zijn maar één van de meer dan veertig soorten insecten die bij de eik gallen kunnen veroorzaken. Op mijn eikjes heb ik nog vier andere soorten ontdekt. Geen ananasgallen maar wel talrijke rode erwtengallen (van Cynips divisa), een hoop knikkergallen van Andricus kollari, één enkele lensgal van Neuroterus quercusbaccarum en heel beperkt aantal napjesgallen van Neuroterus albipes. Wellicht vallen er in de loop van een kalenderjaar nog wel enkele soorten te ontdekken, dus wordt misschien wel vervolgd…












