Gelderse roos

Gelderse roos – Viburnum opulus (Kamperfoeliefamilie – Caprifoliaceae)
De Gelderse roos is een struik die toch vrij groot kan uitgroeien. Ze zijn daarom bijzonder geschikt voor een losse haag of houtkant. Je mag er hevig in snoeien zonder dat de plant daar veel nadelige gevolgen van ondervindt. Ze dragen mooie witte bloemen aan het begin van de zomer. Die bloemen staan gegroepeerd, waarbij de buitenste opvallend groter zijn dan de binnenste. De binnenste hebben goed ontwikkelde stamper en meeldraden, maken nectar en stuifmeel en kunnen zaad vormen. De buitenste zijn daarvoor minder geschikt, maar lokken door hun grootte wel de insecten die voor de bestuiving van de kleinere bloempjes instaan: vooral zweefvliegen, maar ook kevers en vlinders.

De felrode vruchten die er uit groeien smaken heel bitter, en worden pas op het eind van de winter als laatste optie door vogels opgegeten. Andere kostgangers van de plant zijn het Sneeuwbalhaantje (een keversoort) en een aantal nachtvlinders waaronder de Sneeuwbalvouwmijnmot.

Geef een reactie