springstaarten – Collembola
Isotoma viridis
Tomocerus longicornis vulgaris (zie comments)
Dicyrtomina spec.
Sminthurides aquaticus
Springstaarten doen zich in elke tuin (ja, ook bij u!) in grote aantallen tegoed aan rottend
materiaal en schimmels. Ze zitten opeengepakt in de bovenste bodemlaag,
met honderden tot duizenden per vierkante meter. Toch vallen ze amper op
omdat ze meestal kleiner dan 1 mm blijven. Enkele soorten worden groter
en worden ‘makkelijker’ waargenomen. groter dan een centimeter worden ze
echter niet. Omdat ze zes poten hebben worden ze tot de vleugelloze insecten
(Apterygota) gerekend, maar uit mDNA-onderzoek blijkt dat ze eerder met
de crustaceae (kreeften en co) verwant zijn dan met insecten.
Springstaarten springen inderdaad met hun staart. Die zit in rust als een
dubbele vork (de furca) onder het lichaam opgespannen aan een haakje
(het tenaculum), klaar om losgehaakt te worden en het beestje tientallen
keren zijn eigen lichaamslengte weg te slingeren. Meestal doen ze dat om
aan predatoren te ontsnappen. Springstaarten staan namelijk op het menu
van spinnen, mieren, kevers, mijten, hooiwagens, pseudoschorpioenen en nog
één en ander.
Isotoma viridis, één van de soorten aangetroffen in
onze tuin, is normaalgezien vegetarisch van inslag en eet schimmeldraadjes,
sporen, rottende blaadjes en algjes als pleurococcus en dergelijke. Maar
als hij dat niet vindt dan wendt hij zich gewoon tot een soortgenoot om
die op te vreten, of andere springstaartsoorten of een paar nematoden. Niet
zo kieskeurig dus.
Sminthurides aquaticus
Beide springstaarten op de foto zijn volwassen dierenDie kleine gelige is een bronstige mannetje dat alvast zijn vrouwtje gereserveerd heeft door haar letterlijk aan de haak te slaan om er op een later tijdstip van vuile manieren mee te doen.






Comment from Frans Janssens
Time: 24/04/2008, 17:11
Niet Tomocerus longicornis maar meer waarschijnlijk Tomocerus vulgaris.
Bij Pogonognathellus longicornis zijn de antenne langer dan het lichaam.