Perentak – Phigalia pilosaria

(vroegere naam Apocheima pilosaria)

De Perentak is een echte wintervlinder. Je kan ze als volwassen dier aantreffen
tussen januari en april. Ondanks hun naam zijn deze vlinders niet gespecialiseerd
in Perelaars. Wel is het zo dat de rups veel weg heeft van een takje.
Ze verkiezen eerder eiken en berken om er bladknoppen en later blaadjes
te eten. Ook Meidoorn, wilgen en Sleedoorn kunnen als waardplant dienen.
Ze zijn daar te vinden vanaf april tot eind juni. Net als de volwassen
Perentakken zijn ze alleen ’s nachts actief en rusten ze overdag. Als
ze volgroeid zijn (zo ongeveer eind juni) kruipen ze naar beneden en verpoppen
in de grond aan de voet van de boom. Na het verpoppen komen de volwassen
dieren tevoorschijn. De vrouwelijke vlinders zijn vleugelloos, een verschijnsel
dat nogal optreedt bij wintervlinders.

De mannetjes zijn vaak weinig actief maar worden toch aangetrokken tot
lichtbronnen. Ze gaan ’s nachts op zoek naar de vrouwtjes die in de waardbomen
omhoog geklommen zijn. Beide geslachten vinden elkaar via geurstoffen.
Net als veel nachtvlinders hebben de mannetjes brede antennen om de geurmoleculen
op te vangen.

Verspreiding: West en Centraal Europa tot aan het Oeral gebergte.

Perentak

Geef een reactie