De eigenwijze tuin

eigenwijzetuin.be

Posts Reacties



tuinslakken – Helicidae

De gewone tuinslak is in eerste instantie een opruimer van dood plantaardig en dierlijk materiaal. Vooral dode bladeren, maar ook
dode regenwormen en andere slakken staan op het menu. Verder staat ook
vers materiaal op het menu, vooral dan blaadjes van brandnetel en
boterbloemen. Ze eten door middel van de voor slakken typische
rasptong.

De streping op de schelp is tamelijk variabel, van geen tot vijf
overlangse strepen die de windingen volgen. Exemplaren met veel strepen
leven in meer begroeide plaatsen, minder gestreepte slakken leven
eerder in open stukken. Ze hebben twee paar voelsprieten, de bovenste
zijn de ogen, de onderste dienen om geuren mee te herkennen. De ogen
zijn niet zoveel soeps, en kunnen waarschijnlijk niet veel meer
waarnemen dan een verschil tussen licht en donker. Veel belangrijker
bij de oriëntatie en het voedselzoeken zijn de onderste
voelsprieten. Daarmee kunnen ze bijzonder goed ruiken. Ze zijn
ondermeer in staat om hun eigen geur terug te vinden in hun
achtergelaten slijmspoor. Op die manier kunnen ze gemakkelijk voedsel
en schuilplaatsen terugvinden. Het slijm wordt aangemaakt door een
klier vlakbij de mondopening.

Ondanks hun stevige schelp worden ze dikwijls gegeten door
lijsters, die voor het openbreken van de schelp meestal een steen
gebruiken als aambeeld. Ook kevers, mollen, egels en muizen lusten
slakken.

Write a comment