Boerenkrokus – Crocus tomassinianus

De Boerenkrokus (of Boerencrocus) is genoemd naar de botanicus Tommasini (1794-1879) die zich met de Dalmatische flora bezighield. De soort komt dan ook oorspronkelijk uit de Balkan. De Boerenkrokus werd in 1847 in Engeland geïntroduceerd en waarschijnlijk kort daarna ook bij ons. Oorspronkelijk werden ze in tuinen aangeplant maar zijn van daar uit algauw verwilderd. Deze soort is nauw verwant met de Bonte krokus (Crocus vernus), eveneens een stinzenplant. Beide soorten kunnen met elkaar kruisen.

boerencrocusOorspronkelijk komt de Boerenkrokus uit kalkrijke bossen, vandaar dat ze het goed doen op plaatsen met opgebrachte klei en puingrond (sounds like my garden!). Van alle tuinkrokussen is de Boerencrocus (Crocus tomassinianus) het vroegst: al vanaf half januari komen de eerste boven de grond. Alhoewel… bij ons kwamen ze in 2005 pas half maart tevoorschijn. Mogelijks omdat ze nog moesten wennen aan hun nieuwe standplaats? Bij mooi weer openen de kelkjes zich en is het stuifmeel een welkome voedselbron voor de eerste bijen. Samen met de bloemen komen ook de langwerpige bladeren tevoorschijn. De stengel blijft tijdens de bloei echter zeer kort en blijft ondergronds. Ook het vruchtbeginsel bevindt zich nog ondergronds). Pas na de bloei begint de stengel te groeien en verschijnt de rijpende doosvrucht boven de grond. Eenmaal rijp worden de zaden verspreid met de hulp van mieren die op een ‘mierenbroodje’ afkomen: een oliehoudend aanhangsel van het zaadje. Overal waar de mieren de zaadjes laten vallen kunnen ze kiemen en al enkele jaren na de eerste aanplant beginnen overal nieuwe krokussen te voorschijn te komen.

Geef een reactie