Akkerdistel – Carduus pratense

Iedereen kent de paarse bloemen van de akkerdistel. Op veel plaatsen vormt de plant een probleem omdat ze op voedselrijke bodems gaat overheersen, zeker als de bodem regelmatig verstoord wordt (op akkers, of in onze tuin op kleinere schaal: door schapenpoten). De akkerdistel is, in tegenstelling tot de meeste andere algemene distels, nogal moeilijk weg te werken: de planten zijn is doorlevend en zitten stevig in de grond verankerd met een meer dan 10 cm lange penwortel. Die wortel vertakt bovenedien ondergronds. De plant kan zich dus niet alleen door zaad maar ook vegetatief (via de uitlopende wortels) vermeerderen. Vooral dit vegetatief vermeerderen is een probleem, want in feite is slechts een zeer klein deel van het zaad kiemkrachtig. Veel pluis is zaadloos (het zaad blijft steken op het bloemhoofdje, enkel het pluis waait weg), en omdat de Akkerdistel meestal tweehuizig is bestaan kleine populaties vaak uit een kloon van ofwel mannelijk of vrouwelijk geslacht en produceren die bijgevolg geen vruchtbare zaden. In elk geval zien we in onze weiden de distels alsmaar toenemen, en wordt het tijd voor een persistenter bestrijding (klonk het strijdvaardig). Hoe dan? Spuiten is ook niet efficiënt gebleken, en bovendien iets dat ik zoveel mogelijk (liefst volledig) wil vermijden.

akkerdistel

Maaien dus. En nog niet gelijk hoe: Distels worden best eind juni – begin juli afgemaaid. Dat moet voor de bloei gebeuren, als de bloemknoppen nog gesloten zijn. Te vroeg maaien heeft geen zin want dan vormt de plant nog een tweede keer bloemknoppen. Een tweede reden om te maaien net voor de plant in bloem staat, is het feit dat de planten het zwakst zijn voor en tijdens de bloei. Op dat moment zijn er weinig voedselreserves opgeslagen in de wortels. In augustus maai je best nog eens een tweede maal en dan nog een keertje voor de winter. Je raakt er bovendien niet op één jaar tijd van af. Dit intensieve maaibeheer is nodig om de distels volledig weg te werken. Alleen zo kan je de uitputting van de wortels bekomen. Door te weinig te maaien wordt de bloeiwijze wel weggehaald maar wordt de plant blijkbaar geprikkeld om zich vegetatief uit te breiden. Maaien vlak voor de bloei stimuleert de plant bovendien nog extra om zich vegetatief voort te planten. Nochtans is maaien voor de bloei een goede maatregel, op voorwaarde dat het maaisel wordt weggenomen. Anders wordt distel bevoordeeld: hij kan makkelijker door de maaiselmat breken dan de overige aanwezige planten. Het volhouden van het maaibeheer is dus cruciaal, anders is de ingreep contraproductief en krijg je uiteindelijk meer distels. Overigens: honderden soorten insecten leven op distels (waaronder veel vlinders), vogels als putter, vink en veldleeuwerik gebruiken distelhaarden om te broeden en voedsel te zoeken en kleine zoogdieren zoeken er bescherming. Dus helemaal weg moeten ze niet…

Een reactie op Akkerdistel – Carduus pratense

Geef een reactie