Kruipende boterbloem – Ranunculus repens

Kruipende boterbloem – Ranunculus repens Ranonkelfamilie – Ranunculaceae

Kruipende boterbloem is, net als al zijn familieleden, licht giftig en smaakt scherp. Daarom wordt het door grazers vermeden, en krijgt het in een graasweide vrij spel om uit te breiden. éénmaal afgemaaid echter verdwijnen scherpe smaak en gif, dus hooi met boterbloemen vormt dan weer geen probleem voor onze schapen. De nectarproductie is bij Kruipende boterbloem maar een zwak beestje. De insecten die er toch nog op af komen doen dat voor het stuifmeel, onder andere een paar wilde bijen zoals de Poldermaskerbij. Die gebruikt dat stuifmeel om er haar larven mee op te kweken. Ook een klein zwart zweefvliegje, Chrisogaster hirtella, is dikwijls op Kruipende boterbloem aan te treffen.De boterbloemen van hun kant hebben de insecten ook niet nodig: de bestuiving is in regel zelfbestuiving en gebeurt door middel van regenwater. Bij een regenvlaag komen de druppels in het bloemkroontje terecht, ze vormen daar als het ware een vijvertje waarop het (waterafstotend) stuifmeel ronddobbert. Naarmate het water dan weer verdampt zakt het stuifmeel mee, tot het uiteindelijk op de stempel terecht komt en er bevruchting kan plaatsvinden. In dat verband: de stengel van Kruipende boterbloem is in de lengte gegroefd. Daardoor blijven de bloemhoofdjes mooi rechtop, ook bij hevige regen. Dit is bij de Scherpe boterbloem juist niet het geval. Daar zorgen insecten immers voor de bevruchting, en mag het stuifmeel niet natgeregend worden. Bij deze soort is de bloemstengel dan ook rolrond en buigt hij om bij regenweer. Het bloemdek vormt dan een afdakje voor de meeldraden en stuifmeel. Naast voortplanting door middel van het zaad is er bij Kruipende boterbloem ook veel vermeerdering door horizontaal kruipende uitlopers die op geregelde afstanden wortelen en telkens nieuwe plantjes gaan vormen. Op die manier kunnen ze vrij snel een weide inpalmen.

Geef een reactie