Speenkruid – Ranunculus ficaria

Speenkruid – Ranunculus ficaria (Boterbloemenfamilie – Ranunculaceae)
Aan de rand van onze tuin, tussen de hakhoutstoven van de Knotessen bloeit elk jaar een aantal Speenkruidplantjes. Alhoewel ze heel wat vroege insecten lokt, leidt dit bloembezoek slechts zelden tot bruikbare vruchtjes. De verbreiding van Speenkruid gebeurt eerder door knolletjes die zich op het eind van het bloeiseizoen in de oksels van het blad ontwikkelen, en die via water (afstromend regenwater) of door verstoring (wandelaars, dieren) verspreid worden. De Nederlandse naam Speenkruid slaat op de knotsvormige verdikkingen aan de wortels van het plantje. Die vormen een voedselreserve. In het Duits heet Speenkruid ‘Scharbockskraut’, letterlijk vertaald ‘Scheurbuikkruid’. De plantjes zijn immers , in een jong stadium, rijk aan vitamine C. Vroeger, toen vers fruit en groenten aan het eind van de winter zeldzaam waren, vormden de vroege Speenkruidplantjes een welkome bron van vitamine C. Op die manier hielpen ze om de gevreesde scheurbuik (een ziekte veroorzaakt door tekort aan vitamine C) te voorkomen. Je mag wel niet te lang wachten alvorens de plantjes te verbruiken: naarmate ze ouder worden en beginnen bloeien verhoogt de concentratie aan giftige stoffen. Soms zie je op bladeren van Speenkruid gele verdikkingen. Deze worden veroorzaakt door parasiterende roestzwammen.

Geef een reactie