retestrak op schema, wij!
‘t Is niet omdat het lenteweer op zich laat wachten dat we er zelf onze voeten aan moeten vegen, meneer en madam! Ik heb dan ook hevig geprofiteerd van het mooie weer van zondag en maandag (verlof en timing, zeer belangrijk!) om de moestuin te updaten. En omdat het vandaag regenweer is, is het nu de beurt aan de website.
Maar daarmee zitten we weer helemaal op schema wat de moestuin betreft, en liggen alle bedjes er weer redelijk onkruidvrij en -waar mogelijk- ingezaaid of aangeplant bij. Ik heb er zowaar kramp in m’n benen aan overgehouden, zo ijverig ben ik geweest.
Van de plantjes hier boven op de foto (allemaal opgekweekt in de serre) heeft het merendeel z’n definitieve stek gekregen in de tuin. De twee grootste potten zijn pompoenen. Atlantic giant meerbepaald, ge weet wel, die megapompoenen waar ze wedstrijdjes ‘om ter grootst’ mee doen. Niet dat ik van plan ben om dat op te eten, gewoon een folieke om eens te kijken hoe groot ik zo’n gevaarte kan krijgen. De vier andere ronde potjes bevatten courgetteplantjes en komkommers. Verder zie je nog groene en rode basilicum (achteraan midden), dille (dat fijn vertakte rechts in het midden) en slaplantjes (De drie rechthoekige bakjes links op het tafeltje). Van de slaplantjes zijn enkel de grootste al uitgeplant, de rest moet nog wat groeien voor ze buiten mogen spelen. Helemaal rechts achteraan staat de broccoli. Enthousiast gekiemd, om vervolgens tergend langzaam te verpieteren, ondanks alle bemoedigende woordjes. Het mag duidelijk zijn dat het tussen mij en koolgewassen niet vlot, en dat het wederzijds is (sorry Buikberg!).
En zo kon het tafeltje uit de serre weg, en was er weer plaats voor het echte werk: zes pepers en dertig tomatenplanten (van 27 verschillende rassen; drie van de dertig oorspronkelijk geplande rassen zijn niet gekiemd). Rechts vooraan staat tussen de paprikaplantjes ook nog wat sla en peterselie.
Buiten is’t ietske kalmer. Alhoewel de uien en de look het heel behoorlijk doen. Daar tussenin zijn ook al pastinaakjes (kiemen al!) en een rijtje rode biet gezaaid. Voor de schorseneren was er geen plaats, die zijn op het bedje van de koolgewassen gezaaid (toch plaats zat daar :-) ). Ook de patatjes staan mooi te wezen (middelste veldje en nog een perceeltje buiten beeld). Rechts vooraan is’t heel wat minder: de sluimerwten zijn maar voor de helft gekiemd en groeien amper. De vrije plaatsen heb ik gisteren opnieuw ingezaaid, hopend op beter weer…
Op het bedje voor de bladgewassen is het evenmin feeststemming. De vijftien stuks op de voorgrond heb ik uit pure frustratie enkele weken geleden op de markt gekocht en uitgeplant. Ze zijn ondertussen amper gegroeid. Achteraan radijzen (hoop en al twintig kunnen oogsten) en als je heel goed kijkt ook mini-kiemplantjes van pluksla, enkele warmoesjes en spinazie. Normaal moest een deel daarvan nu al ongeveer oogstklaar zijn… Maar allez, we hopen op beterschap, niet? Amalrik in elk geval wel, daar tussen zijn bosaardbeitjes.
change of plans
Aanvankelijk was het plan om vandaag de tomatenplanten hun definitieve plaats te geven in de serre. De ijsheiligen zijn virtueel achter de rug, en de eerdere dreiging van nachtvorst in het weerbericht was ondertussen afgezwakt tot amper een graadje grondvorst in het Oosten van van het land. Dus vanaf nu kon het wel, leek me. Edoch daar kwam meneer TNT Express een stokje voor steken, want die stond net na de middag voor de deur met het bestelde pakketje van Shuko: twee volautomatieken kippenluik-opendoenderdingen.
Jazeker! Een automaat die geheel uit zichzelf het kotteke dicht doet als het donker is, en weer opent als het licht wordt. En dat is een gemak! Want niet alleen ontbreekt het mij bijwijlen aan veel enthousiasme om mij vanuit mijn avondlijke zetel richting kippenhok te slepen om aldaar het luikje dicht te maken (plichtbewust doe ik het toch), het durft eveneens wel eens voor te vallen dat het gevogelte in het weekend enig geduld dient op te brengen alvorens van de frisse buitenlucht te kunnen genieten; ge kunt niet geloven hoe beu het is om speciaal uit uw bed te moeten kruipen omwille van dat pluimvee, maar ik, goede ziel, ik doe dat.
Maar vooral: heel occasioneel valt het voor dat het Eigenwijs Gezin zich groepsgewijs op verplaatsing begeeft voor een weekend of langer. En dan is er niemand om dat luikje toe te doen, hetgeen de lokale vos bijzonder gauw in de smiezen heeft.
Na het recentste drama (Winter werd het slachtoffer van een weekendje Vennenbos dit voorjaar) heb ik dan maar ineens de knoop doorgehakt en het (best wel prijzig) gerief besteld.
Montage was een makkie. De Brahma daar rechts onder was in elk geval niet onder de indruk en liet er zelfs haar eierleg niet voor.
Plankje (van minstens 200 gram en maximum 5 kilogram) tussen 2 geleiders (hier 2 alu-profieltjes) monteren, motortje er boven schroeven (werkt op batterijen) en met het plankje verbinden, de lichtsensor inpluggen en via een gaatje in de wand naar buiten geleiden en klaar is kees. Naargelang je kippen vroege of late slapers zijn kan je het openen en sluiten bovendien wat bijregelen. Maar kijk, het is nu net tien uur geweest, nét donker geworden, en de luikjes zijn zopas helemaal vanzelf naar beneden gegleden. Kipjes veilig voor de nacht, kindjes gerust in hun bedje.
vier jaar vijver
Mijn vijvertje. Het is ochere een zakdoek groot, en nog maar vier jaar oud. Toch stikt het van het leven. Na een moeizame start met de waterplanten in het eerste jaar (en een korte opstoot van draadalgen) heb ik vorig najaar voor het eerst overtollige plantengroei moeten uitscheppen om toch nog wat open water te behouden. Wel niet alle plantensoorten die ik er destijds in geplaatst had, een deel is spoorloos verdwenen (waterranonkel, zwanenbloem, kroos), een ander deel blijft bescheiden aanwezig. Zeer onstuimig groeiend zijn watermunt en dat gevederd gebladerte waarvan ik de naam altijd weer vergeet (prominent op de foto aanwezig, als ge’t weet moogt ge’t zeggen). En ook waterdrieblad is een blijvertje, dat elk voorjaar een paar mooie bloempjes oplevert.
Ook wat de dieren betreft is de soortenrijkdom fenomenaal, al mankeren er nog altijd salamanders (en dat zijn toch wel fotogenieke beesten :-) ) Maar voor de rest, geen klagen over dat vijvertje.
in memoriam
Na een tweetal jaar op het eigenwijze erf is Shiva vertrokken naar de eeuwige scharrelvelden. Ze was al een kleine week een beetsje zieksjes; niet veel eten en binnen in haar kot blijven zitten, hoe is ne mens een kieken als hij/zij zich niet goed voelt, newaar. Maar een uurtje geleden lag ze morsdood in het hok, ochere. Spijtig want het was een braveke, al had ze bijwijlen last met haar coiffure, zoals hieronder. En ook spijtig dat er straks, bij thuiskomst van school, weer een paar kinderharten een deukje zullen krijgen. Djutoch.
vaste waarden in april
Acht graden, een onaangenaam noorderwindje en af en toe een regenvlaag. Moestekik een vlinderke zijn, ik bleef van de weerbots nog een wijl volharden in dat overwinteringsgedoe. Maar veel valt er in’t wild aan dat biologisch klokse niet te chipoteren, ge zult altijd zien. Derhalve zijn pinksterbloem én oranjetip present, al kan die laatste er niet echt mee lachen. Veel meer dan wat te zitten koukleumen zit er momenteel niet in, wie durft vliegen plakt ineens vier meter verder in de vegetatie. Dus ‘t vrouwvolk vertoont zich niet; zie dat hun schubvleugelkes in de war geraken! In afwachting heeft deze jongen alvast een strategische positie ingenomen: knal op de waardplant waar madam oranjetip één dezer (bij hopelijk wat beter weer) haar eieren komt droppen. Kan hij en passant de boel bezwangeren, wie weet. Onderwijl zwiept hij een beetje mistroostig met het pinksterbloemeke mee heen en weer in de wind. ‘t Was gedimme niet evident een scherpe foto te maken met al dat natuurgeweld.
and there, lying on the grass, was Hare!

Maybe he lost his spectacals? (Kijk het filmje uit, ‘t is skone! En cultureel verantwoord!)
Jethro Tull? anyone? Jazeker, dezelfde Jethro Tull van dit! Om maar te zeggen, ne mens maakt soms zotte associaties, bij het zien van een haas in de tuin.



















