De eigenwijze tuin

eigenwijzetuin.be

Posts Reacties



geweizwam

8 February, 2010 (21:37) | paddestoelen | Door: bart

Geweizwammetjes (Xylaria hypoxylon), het zijn verre van zeldzame paddenstoeltjes. Als er ergens dood loofhout blijft liggen heb je veel kans dat ze er uiteindelijk op beginnen groeien. Ze komen wel pas op het eind van het rottingsproces van hout aan hun trekken, dus enig geduld is noodzakelijk. Maar van zodra ze er zijn is ’t doorgaans gelijk haar op een hond, zo talrijk.  ‘t Is niet anders in de eigenwijze tuin, ook daar staan ze op bepaalde plaatsen dik gezaaid. En net dát maakt het een beetje tricky om er een mooie foto van te maken, zo van een wirwar aan zwartwitte sprieten. Het wordt algauw een akelig drukke bedoening met een chaotische achtergrond. En ik ben daar niet aan.  Maar zaterdag had ik het geluk om een nagenoeg alleenstaand, flink uit de kluiten gewassen exemplaar te vinden. Met als resultaat een paar foto’s die ik – ik zal het maar toegeven- best o.k. vindt.

En voor al die hoge-schermresolutie-surfers onder jullie, voor wie de foto’s op deze blog soms wat kleintjes bleken uit te vallen, steek ik vanaf deze maand een tandje bij (jaja, speciaal voor jou!). Klik op een foto in het bericht (en in alle komende berichten), en je krijgt ze op 800 pixels breedte (of lengte) te zien. Rechtstreeks doorklikken van de ene foto naar de andere kan door op de pijltjes onderaan te klikken. Sluiten door op de foto zelf, of op het rode kruisje onderaan te klikken. Probeert’ekeer, de foto’s komen veel mooier tot hun recht (vind ik). Ge gaat daar content van zijn (denk ik). ‘t is niks, graag gedaan (weet ik).



Overigens zijn die geweizwammetjes best interessante dingskes. Als lid van de zakjeszwammen hebben ze niet het typische paddenstoelmodel maar zijn ze eerder knotsvormig. Jonge exemplaren, zoals op deze foto, zijn bedekt met wit poeder. Dat zijn ‘conidiën‘, sporen die op ongeslachtelijke wijze geproduceerd worden. Later gaan ze over tot geslachtelijke voortplanting en verandert hun kleur naar zwart. Deze sporen (ascosporen) zitten dan niet meer gewoon aan de buitenzijde maar groeien in kleine puistachtige verdikkingkjes (perithecia) aan het oppervlak. In die perithecia zitten ostiolen, miniscule gaatjes waarlangs de ascosporen vrij komen als ze rijp zijn. Bijzonder saai en niet relevant allemaal, maar ik heb dat vroeger allemaal van buiten moeten leren en daarom heb ik de onstuitbare neiging om er jou hier mee te ambèteren, nèm. Veel relevanter is dat ze, alhoewel ze niet giftig zijn, door hun kleine omvang en hun taaie textuur bepaald niet uitnodigen tot opeten en derhalve niet als eetbaar beschouwd worden.  Pech, maar niet getreurd, want er worden antivirale en antitumorale werkingen vermoed in dit zwammetje, en dat is toch ook belangrijk, schijnt. Soit, ik vind ze gewoon mooi, eigenlijk.



maak er brandhout van.

2 February, 2010 (23:23) | zonder rubriek | Door: bart

Annetanne stelt bij de commentaren op het vorig bericht de kwaliteit van wilg als brandhout in vraag. Wilgenhout wordt inderdaad dikwijls als tweede keus beschouwd op dat vlak. Eik, beuk en es staan een stuk beter aangeschreven.  Nochtans, wilg afschrijven als brandhout zou ik zeker niet doen. Van zodra de diameter groter is dan pakweg een pols dik, is het voor mij goed genoeg om de houtstoof in te gaan.

Wilg wordt (samen met populier) trouwens ook intensief aangeplant als korte omloop hout (om houtpellets te maken). Daar hanteren ze de norm 2,5 kg (oven)droog hout = 1 l mazout wat de warmteopbrengst betreft. Dat geeft toch al aan dat je je ook met wilgenhout in je houtstoof kunt warmen.


Ik stook zelf met een relatief hoog gehalte aan wilg, gemengd met andere houtsoorten als es, tamme kastanje, fruitbomenhout,… naargelang het aanbod. En dat aanbod aan wilg is nu eenmaal groter dan andere houtsoorten. Maar eigenlijk vind ik wilg best handig om het vuur snel goed op gang te krijgen: Aanmaakhoutjes met daarboven een paar kleine (of gekliefde) wilgenstammetjes gaan makkelijk in brand en geven heel snel behoorlijk wat warmte af. Tegen dat een vuurtje met gewone es goed op dreef is duurt het toch al heel wat langer…

Eenmaal goed op gang schakel ik dan over op grotere (niet gekliefde) stukken wilg, of -als de living voldoende opgewarmd is en er enkel nog wat ‘onderhoudswarmte’ nodig is- een blokje tamme kastanje, es of appel of perenhout. Met de luchttoevoer flink toegeknepen, zodat het mooi langzaam opbrandt. In feite geeft wilg (samen met andere ‘zachte’ houtsoorten) evenveel warmte af als ‘harde’ soorten als eik, beuk en es. alleen brandt het veel vlugger (en geeft dus ook vlugger warmte af).

Maar ziet, objectieve gegevens zijn ook voor handen:

Houtsoort volumegewicht droog(kg/dm³) Calorische waarde per m³ vol hout
spar 0,45 6975
populier 0,45 6975
grove den 0,48 7440
wilg 0,50 7750
els 0,51 7905
esdoorn 0,56 8680
plataan 0,64 9920
notenboom 0,64 9920
gewone es 0,67 10385
berk 0,67 10385
eik 0,69 10695
peer 0,70 10850
beuk 0,72 11160
appel 0,75 11625

Wilg brengt het er dus zelfs nog beter van af dan populier (in onze streek een populaire brandhoutsoort). Maar het verschil in calorische waarde per gewicht van al die soorten is nagenoeg gelijk: het varieert (voor droog hout) tussen de 5,1 kWh/kg (eik) en  5,3 kWh/kg (berk). Je hebt dus nagenoeg evenveel gewicht eik nodig als wilg om eenzelfde hoeveelheid warmte op te wekken. Maar het volume verschilt wel aanzienlijk: vergeleken met eik heb je ongeveer een vierde meer hout nodig (dus meer stères) voor een even grote warmte opbrengst.

In feite is -naar mijn geheel persoonlijke mening, spreek mij gerust tegen- de mate van droogheid veel belangrijker dan de soort hout: twee jaar drogen is bij ons een proefondervindelijk minimum geworden voor wilg, en drie jaar voor hout van fruitbomen. Dus, Annetanne, laat manlief maar in actie schieten, dan kan je je binnen drie jaar warmen aan je eigenste wilgentakken.


winters werk

31 January, 2010 (22:17) | zonder rubriek | Door: bart



hout vóór

voor


hout tijdens

tijdens


hout na

na


ananasgal

25 January, 2010 (22:11) | dieren, planten | Door: bart

ananasgal2

Hierzie, daarzie, deze had ik geheel onbedoeld over het hoofd gezien bij mijn vorige zoektocht naar gallen. Toen stonden er nog wat meer blaadjes op de bomen, wellicht daardoor… Dus toch Ananasgallen (veroorzaakt door Andricus foecundator,  een galwespensoort) op mijn zomereikjes, wat het aantal tot nu toe ontdekte soorten gallen in mijn tuin op zes brengt. Op naar meer!

Bij mijn peentjes gepakt!

24 January, 2010 (00:16) | moestuin | Door: bart

wortelvlieg

Schlabath! Een plage op mijn krootjes!  Dacht ik eens aan het oogsten van mijn wortelkens toe te komen, zijn er mij toch wel viezeriken voor geweest zeker. Overal zwarte plekjes en zelfs gaatjes in mijn -voor de rest mooi oranje- wortelkens. Slechts een paar leken er op het eerste zicht niet aangetast. Nematoden! Aaltjes! Rondwormen! Tenminste, dat was mijn eerste gedacht. Maar in het handboek Ecologisch tuinieren van Velt vernam ik algauw dat ik het mis had, want wortelvliegen waren de boosdoeners, zo bleek. Mottige kleine vliegjes, geeneens fotogeniek! Awoe!  Als mijn groenten dan toch opgevreten moeten worden, dan had ik toch liever iets over de moestuinvloer waar er een béétje goeie foto van te maken valt.
Enfin, in de groenselboerenbijbel las ik ook dat ik een en ander beter had kunnen aanpakken, bijvoorbeeld mijn wortels oogsten voor de vorst. Volgende keer beter zeker? Ach wel, iemand heeft er uiteindelijk toch plezier van gehad…

schapen lusten wortels

Nu vraag ik mij alleen af of er nu heelder horden wortelvliegenpoppen kant en klaar onder de grond zitten in mijn groententuintje, klaar om zich het komend seizoen als een hongerige meute op mijn vers plantsoen te storten. Oh dear…


stilaan weer actie

18 January, 2010 (22:20) | paddestoelen | Door: bart

En dan bedoel ik met de titel geeneens de kortstondige  winterblogdip die me de voorbije weken acuut overviel (danig kortstondig dat je het waarschijnlijk niet eens gemerkt hebt). Neeneen, het gaat hem wel degelijk over den hof , waar na weken vrieskou er eindelijk weer enige actie mogelijk is.  Want gisteren moest ik tot mijn schokking en ontsteltenis vast  stellen hoe mijn strak geplande zondag gisteren danig in de soep liep. Nochtans, in theorie zag het er allemaal perfect haalbaar uit, met ruimschootse marges ingecalculeerd en al. Maar zo tegen het aperitief de middag liep alles danig in het honderd, waardoor ik -weeral- de plaatselijke Natuurpunt wandeling mis liep. Potverdepotver!

Dan maar in eigen tuin ‘de natuur’ opgezocht. Want ook al draait alles nog op een laag pitje, één en ander komt toch stilaan op gang. Enkele sneeuwklokjes zijn aan het grote avontuur begonnen en steken hun eerste groene sprieten bovengronds, enkele knoppen aan de haag doen een schijnbeweging richting uitlopen,… en zo van tussen de smeltende sneeuw komen enkele sporenkapsels van mossen piepen. Ook op het bijhorend muurtje zorgden mossen en korstmossen voor wat kleur. (Helaas: er bestaan gruwelijk veel soorten mossen en korstmossen, soorten herkennen zit er derhalve vooralsnog niet in. Een projectje voor de hele verre toekomst…)


mosjes

mosjes

Ook zwammen herkennen is – ‘t is algemeen geweten- mijn sterkste vak niet. Maar het judasoor op de foto hier onder behoort wel tot mijn parate kennis. Een  soort die vooral op vlier schijnt te groeien, maar hier staan ze op een wilgentak.

judasoor

De rest van de tuin was nog in een bijzonder winterse rust gedompeld, al leek het bij de buizerds wel wat te kriebelen, want die vlogen met z’n tweeën (‘de bleke’ in gezelschap van ‘de normale’, waarmee ik geenszins gezegd wil hebben dat bleek zijn niet normaal zou kunnen zijn) luidkeels miauwend over de omgevende akkers en velden. Ook ikzelf kon enig voorjaars-optimisme niet helemaal onderdrukken en ging dan maar wat in mijn groententuintje (dat eindelijk ongeveer ontdooid is) roefelen: die laatste kapot gevroren warmoesstronk er nog uit gewipt, de eveneens slap gevallen peterselie gekortwiekt (heb ik het goed dat die tweejarig is en dus het komend voorjaar weer uitloopt?) en alweer één van de zes perkjes onkruidvrij gemaakt (nog drie te gaan, maar daar staan nog wortels, prei en winterpostelein op).  Maar de kroon op het ‘bijna-lente-gevoel’ kwam er rond 19 uur, toen ik in mijn garagedingk houtblokken ging ophalen voor in de houtstoof: een vleermuisje was voorwaar cirkeltjes aan het draaien op zoek naar iets eetbaars onder de beschutting van het dak. Ik heb er van contentement minutenlang naar staan kijken. Hopelijk vond het beestje een paar hapklare muggen en komt het nog de rest van de winter door… In elk geval: het doet uitkijken naar meer! (jaaaaa, ik weet dat het nog lang duurt…)

beeld zonder klank

12 January, 2010 (22:05) | just pictures | Door: bart

knotwilg

De geknotte knotwilg. Precies de titel van een suske en wiske album.

link van de maand

6 January, 2010 (22:58) | just pictures | Door: bart

Veel meer dan wurtel’n en kneut’n over het weer valt er – op tuinvlak – niet te doen momenteel. Vandaar dat ik er mij op gemakzuchtige wijze van af maak met een fijne link. Voor de rest heb ik vanzelfsprekend níets dan goede voornemens voor 2010, geen gemakzucht aldaar! Om in de stemming te blijven is het een linkje naar het hoge noorden: naar Peter Cairns van Northshots. En als u mij nu zou willen verexcuseren, ik ga mij nog wat bij mijn houtstoof installeren in gezelschap van 1cm Talisker, onderwijl naar de schone prentjes van Northshots kijkend op mijne portaabel.

kuifmees - copyright northshots copyright Northshots

2010

31 December, 2009 (12:51) | zonder rubriek | Door: bart

nieuwjaar

Dag lieve lezertjes! Stuk voor stuk een gigantisch goed 2010 gewenst!

knotterdeknotterdeknot!

28 December, 2009 (19:31) | in eigen tuin, planten | Door: bart

Kwatongen aarzelden niet om openlijk te twijfelen aan de haalbaarheid van mijn knotplannen. ‘Pfeh!’ en ook wel ‘Mwoehahaaaa’ roep ik dan! Want ziet, wreed lang moet dat allemaal niet duren, zo’n knotwilg knotten. Het meest werk heb ik nog gehad met die valselijke vleesetende bramen die zich daar bovenaan in de knot genesteld hadden en het op mijn teer vel voorzien hadden. En omdat Lokotosh ook een ‘tijdens-fotootje’ aangevraagd had heb ik er ineens maar een soortement filmpje van gemaakt. Makkelijk zat: fotomarieke op tijdinterval (om de dertig seconden fotootje), daarna de hele zwik in Virtualdub geïmporteerd, een riedelke onder gezet, naar avi-formaat geëxporteerd en klaar was’t filmpje. Om het een beetje interwebs-vriendelijker te maken (lees – lichter) daarna nog even met Moviemaker een mpeg-ke van getrokken en dan op Vimeo geladen. Et voila.

En wees gerust, ook die drie laatste sprieten zijn er al lang en breed af. Maar op ‘t eind begon het te regenen en  moest ik bij hoogdringendheid mijn fotomarieken in veiligheid brengen. A jaaa!

knotwilg