een klein bruine vogeltje

Er zat vreemdsoortig gevogelte in mijn notelaar en ik wist niet wat het was. Een klein bruin vogeltje, en dat in het najaar. Kloef middenin de najaarstrek met andere woorden, en dan duiken de zotste dingen op in de lage landen; van siberische tjiftjafs over dwerggorzen tot struikrietzangers. Die beestjes herkennen gebeurt middels ontdubbelde beige wenkbrauwstrepen in combinatie met een verlengde slagpenprojecties en grijzige tertials en dergelijke. Er zijn mensen die dat kunnen. Ik hoor daar niet bij. Ik blader in Het Boek en vergelijk met de prentjes. Het leven is zo al moeilijk genoeg.

Het beest in kwestie leek nog meest het midden te houden tussen een grauwe vliegenvanger en een bladkoninkje, maar die kruising stond niet vermeld in Het Boek. Vergeefs geblader dus, ik zag ‘m niet staan. Gelukkig heb ik vrienden die daar wel helemaal in thuis zijn, in dat gedoe met staartpennen en oogstrepen. Een simpel heen-en-weertje via messenger en voila: het bleek een mevrouw bonte vliegenvanger. Nu staan bonte vliegenvangers wel degelijk in Het Boek, maar klaarblijkelijk associeert mijn voorgeprogrammeerd brein een bonte vliegenvanger al te zeer met iets zwart-en-wit (het mannetje) en bladerde ik derhalve selectief blind over de betreffende pagina heen. Alweer een illusie armer, ik.

Samen met de correcte determinatie kwam messenger-gewijs ook de mededeling dat bonte vliegenvangers zelden verpozen op hun trektocht, en doorgaans in één ruk tot in Portugal plegen te vliegen, en dat ik een pietzak was.

Daags daarna voelde ik mij nog meer een pietzak, want het vogeltje bleef in de boomgaard pleisteren. Dat stemt mij voldoende hoopvol om hevig te supporteren voor een voorspoedige reis heen en terug voor het beest in kwestie, in de utopische veronderstelling hier volgend jaar misschien wel een broedgeval van bonte vliegenvanger te mogen verwelkomen. Men weet immers nooit.
Messenger-gewijs kwam op die bedenking de reactie ‘Dream on Bart’… Maar naar het schijnt dromen we toch te weinig, dus er is hoop!

Geplaatst in dieren | Getagged | 12 reacties

vriendschap

“Heb je daar vriendschap van? Van zo’n schaap?” vroeg mijn tante mij. “Niet echt” was mijn antwoord. “Schapen zijn geen knuffelaars. Argwanend en ze voelen het instinctief als je iets ‘van plan’ bent. Dan blijven ze vooral ver uit je buurt.” Dat was helemaal in het begin van ons nieuwe huis, onze nieuwe tuin en onze nieuwe dieren. Ondertussen 20 jaar geleden.
Kort daarna kwam Betty. Op het Eigenwijze Erf geboren en met een blind vertrouwen in haar goede herder (moi!). Later kwamen ook de eigenwijze kindjes, en ook bij hen liet Betty alle achterdocht achterwege. Betty was een schaap waar je gewoon op af kon stappen om haar onder haar kin en achter haar oren te krabben. Dat vond ze leuk. Soms kwam ze gewoon zelf langs voor een krabbeurt. Ja, voorwaar, van Betty kreeg je vriendschap.

Als ik vandaag op de wei stap komt Betty niet meer aangehobbeld. Betty heeft, hoogbejaard, vorig weekend stilletjes haar laatste adem uitgeblazen op het weiland waar ze haar hele leven gesleten heeft. Mieke, ons ander bomma-schaap, blijft een beetje verweesd achter. Argwanend als ze was laat ze zich nu ineens wél zachtjes benaderen voor een krabbel achter de oren. Misschien heeft ze ook een beetje vriendschap nodig nu.

Bewaren

Bewaren

Geplaatst in dieren | Getagged | 9 reacties

licht uit

Worteldoek zou de klus klaren. Dat wist ik vorig najaar al. Bovendien zou die worteldoek alleen blijven liggen mits een substantieel aantal tegels er op. In-de-weg-liggende-tegels die ik anders kruiwagengewijs diende af te voeren. Waar ik tegen op zag. Worteldoek dus. De hele winter lang bovenop de vrijgekomen moestuinpercelen, teneinde het moestuinseizoen onkruidvrij te kunnen in zetten. Mét tegels er op, tegen de wind. A plan so cunning, you could put a tail on it and call it a fox.

Dus ging voor vier-vijf maand het licht uit in de moestuin. Een hele winter lang. Alleen het perk met de aardbeiplanten bleef onbedekt. niet omwille van die aardbeiplanten, want die moesten toch verplaatst. Neen, ik had niet genoeg worteldoek, vandaar. Visueel was het geen feest, maar het stoorde niet want het betrof een achterafhoekje van mijn erf en in gedachten was ik al bij de maagdelijke vlakte die mij, en mijn snijsla/radijzenzaadjes/plantajuin in maart zou verwelkomen.

En jawel. Bij het lichten van het worteldoek, ondertussen alweer een maand geleden, werd ik begroet door een klein handjevol zieltogende lichtscheuten van paardenbloemen (in een handomdraai uitgetrokken) met daartussen niks dan malse blote grond. Vijf minuten werk en alles lag zaaiklaar. Ook nu, na een maand, nog geen extra kiemend onkruid dus ook dat zit snor. Zelfs de paardenbloemen lijken het opgegeven te hebben. I like.

Het worteldoek ligt nu dik opeen gepakt bovenop het aardbeienveld. Met (heel) veel tegels op. Tot de courgettenplanten buiten mogen. Dan moet ik er alsnog aan, kruiwagengewijs.

Bewaren

Bewaren

Geplaatst in moestuin | Getagged | 6 reacties

heden geen eieren

Meer dan vier jaar ging het goed: schuifje dicht bij zonsondergang, schuifje open bij zonsopgang. Kippen veilig. Een volautomatisch kippenluik, het is voorwaar een gerief!
Tot er dat lekkend batterijtje was. Met bijgevolg een geoxideerd contactpunt. Waarna ik de defecte hokopener vlug omwisselde voor de tweede, die hier sinds de fusie van de twee groepjes kippen bij het sneuvelen van Napoleon werkloos lag te wezen. Handje even voor de lichtsensor gehouden, schuifje ging dicht. Prima! Klaar was Bart, die defecte hokopener zou ik later wel eens repareren. Nooit aan gedacht dat die tweede hokopener niet op dezelfde lichtgevoeligheid ingesteld stond evenwel.
De eerste die dat, enkele weken later, wél door had was de lokale vos. De aanhouder wint, zal hij misschien vier jaar lang gedacht hebben. En jawel, die ene keer had hij geluk.
Resultaat: twee kippen volledig spoorloos, één hen en de haan allebei onthoofd achtergelaten op de weide. En twee zwaar getraumatiseerde overlevers nog in het hok. Mijn schuld, ik neem die vos niks kwalijk, ’t beestje moet ook eten.
Bij de slachtoffers zat jammer genoeg ook onze Hardnekkige Legger, die er zomer én winter zo goed als dagelijks een ei uit wist te persen. Derhalve moet ik nu begot pruteieren uit de winkel halen om mijn quiche te bakken, hoe triestig is dat niet! Een geluk bij een ongeluk: Shiva zat met haar kroost veilig opgesloten in de serre, dus opvolging is al voorhanden. Maar vooraleer we daar de eerste eitjes van kunnen oogsten zijn we weer een paar maand verder vrees ik.
Op de foto hierboven, enkele dagen na het drama genomen, blijkt de vos nog eens langs geweest te zijn: verse sporen in de sneeuw, heen en terug naar het kippenhok. Maar toen zaten mijn dames alweer veilig en wel achter gesloten deuren. De pootafdruk van een vos kan te overigens onderscheiden van de pootafdruk van een hond omdat die van de vos langgerekter is. Als je een denkbeeldig lijntje trekt vooraan tussen de twee buitenste zoolkussentjes, dan vallen de twee kleine, voorste zoolkussentjes buiten die lijn. Bij een hond zouden ze die lijn wel raken. (een prentje maakt het duidelijker).

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Geplaatst in dieren | Getagged , | 9 reacties

wat heb ik nu aan mijn feeder hangen?

Binnenkort is het weer zo ver, de hoogmis voor Thuis Vogelend Vlaanderen en Omstreken! Want het weekend van 28 en 29 januari  is niet meer of minder dan Het Grote Vogelweekend, waarop driftig mezen, mussen, vinken en ander grut dat zich rond voederplanken of vetbollen waagt geturfd wordt. De competitief ingestelde medemens kan weer helemaal loos gaan :-) (ik zet er deze keer voor de zekerheid een smiley achter!).
Nu heerst er – zo heb ik een wijl geleden in de media vernomen- enige ongerustheid aangaande het aantal vogels dat deze winter in onze tuinen opduikt. Het zouden er veel minder zijn dan andere jaren, en sommigen vroegen zich luidop af waar de mezen dan wel gebleven zijn? Een combinatie van een rampzalig broedjaar met een groot voedselaanbod in de natuur bij het milde begin van de winter werd als verklaring naar voor geschoven.
En natuurlijk is het ook ten dele mijn schuld, want op mijn erf is het business as usual en zijn we ondertussen aan de tweede emmer vetbollen en de volgende 15 kg zonnebloempitten toe. Heler horden mussen, mezen, vinken en groenlingen vliegen hier af en aan. En als de staartmezen voorbij gekomen zijn mag ik gelijk de feeder bijvullen. Ze zitten dus allemaal bij mij :-) ! (smiley!).

Enkele weken geleden kwam er zelfs een nieuwe bezoeker langs op het Eigenwijze Erf, aangelokt door de zonnebloempitten.

Even vreesde ik de sloop van mijn plastic voederinfrastructuur, maar hij bleef heel beleefd en nibbelde keurig pitje per pitje uit de daartoe voorziene opening. Braaf! En wát een mooi beest!

Nu, u vermoedt het misschien al, halsbandparkieten zijn eigenlijk geen inheemse vogels en hun aanwezigheid alhier valt dan ook een beetje onder de rubriek ‘gemengde gevoelens’. Als holenbroeders vormen ze immers concurrentie voor spechten en boomklevers bij de zoektocht naar geschikte nestholtes. De eerste halsbandparkieten werden overigens al in de 15e eeuw in onze streken ingevoerd, als speeltje voor de rijke medemens. Verwilderde halsbandparkieten duiken op vanaf 1962 in Tervuren, vier jaar later volgt het eerste succesvol broedgeval daar. En als de Meli Zoo op de Heizel in ’74 enkele tientallen exemplaren vrijlaat in het park is het hek helemaal van de dam. Tegenwoordig huizen er vele duizenden exemplaren in een straal van 40 km rond Brussel. Waarvan er dus eentje tot in het verre Woubrechtegem kwam (nog net binnen de actieradius).

 

 

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Geplaatst in dieren | Getagged | 7 reacties

er zijn geen seizoenen meer!

Toen ik enkele weken geleden de meidoornhaag onder handen nam met mijn geliefkoosde Stihl HLA 85 had ik haar al zien zitten, zo half verscholen onder de haag op een grote cirkel eieren. Ze trok zich niks aan van mijn activiteiten, want Brahma’s zijn geruste zielen en doodbrave karakters. Zelf trok ik mij dan weer niks aan van háár activiteiten, want Brahma’s zijn tevens beroerde broedkippen als het er op aan komt. De doorsnee poging loopt uit op een sisser, of in het beste geval slagen ze er in om met z’n drieën drie kuikens uit te broeden die dan na twee dagen door de eksters weggeplukt worden, weetwel. Een Brahma die in november aan het broeden slaat, ik verwachtte er niet veel goeds van.

Groot was dan ook mijn verbazing toen ik vorige dinsdag van op afstand een klein wit pluisbolletje naast haar zag ronddartelen. Een kuiken begot! Levend en wel! Zijzelf zat nog steeds onveranderlijk onder de haag. Van dichterbij bleek er zelfs meer dan eentje tussen haar pluimen te schuilen: zeker vier! Omdat het weerbericht weinig goeds beloofde voor de komende nacht (vriezen!) en daaropvolgende dagen (regenen!) werd gauwgauw een rennetje geïmproviseerd in de stal.

kip!

Geassisteerd door mijn jongste trok ik gewapend met een curverbox naar het nest, om daar moeder en al-dan-niet-uitgebroede kinders te evacueren. Shiva liet zich -hevig morrend- van haar nest plukken, waarbij de ‘minstens vier’ er in werkelijkheid 12 bleken te zijn. In de stal neergezet kwam de rust algauw terug en gingen ze ijverig rondpikken in het graan en het waterbakje, enthousiast aangespoord door de moederkloek.  Het is een hele hoop dons, zo 12 stuks bijeen.

meer kip!

 

Ondertussen zijn we een kleine week verder. Eentje heeft het niet gehaald, maar de rest mocht gisteren verkassen van de donkere stal naar de serre. Met hun pootjes in de blote aarde: scharreltijd! Als ware het volop lente…

Geplaatst in dieren | Getagged , | 19 reacties

die keer dat er een Pokemon uit de boom viel

Het gebeurde toen ik ijverig okkernoten uit de boom stond te knuppelen, ondertussen alweer een maand of zo geleden. Niet dat die okkernoten zouden weigeren om vanzelf naar beneden te komen, uiteindelijk. Maar door ze in hun bolster te oogsten blijven ze veel langer vers, en dat is handig voor de export naar verderaf wonende familieleden. Vandaar.

Dus stond ik hevig met een meterlange stok op die boom in te meppen. En ineens viel hij naar beneden; een Pokemon. Van het vriendelijke type.

meriansborstel rupsHeel even vreesde ik een invasie van heelder horden met smartphone bewapende Pokomonjagers op mijn erf, die dit ongetwijfeld zeldzaam exemplaar aan hun verzameling zouden wensen toe te voegen. Ik overwoog even om ‘m dan maar dood te trappen (grapje). Maar gelukkig ontrolde het ding zich tijdig, en bleek het een simpele meriansborstel, de rups van een duffe mot die geeneens uitzonderlijk is. Een hele geruststelling!

Meriansborstel-rupsen blieven blaadjes van allerlei bomen- en struikensoorten en eten zich daarmee vol tot aan het eind van de herfst. Dan zoeken ze het strooisel op, kapselen zich in en komen de winter door als pop, om pas vanaf april weer te ontwaken. De volwassen nachtvlinder die dan tevoorschijn komt heeft geen monddelen en moet in de korte tijd die hem of haar rest teren op de eerder aangelegde voedselreserves om een laatste belangrijke taak te vervullen: voortplanten! De onopvallende vlinders leven dus maar kort en worden dan ook veel minder vaak gezien dan de rupsen. De mannetjes zijn nog het makkelijkst te zien, want die komen ’s nachts op licht af.

Toch ook heel eventjes wijzen op het nut van je tuin niet helemaal op te ruimen voor de winter. Laat (een deel van de) afgevallen bladeren liggen waar dat niet stoort, zo krijgen veel insecten de kans om de winter door te komen. Ook uitgebloeide bloemstengels en wat langer gras zijn prima plaatsen voor overwinterend klein grut. Dat opruimen kan gerust nog volgende lente, bovendien heb je dan wellicht meer zin om weer in de tuin te werken dan op grauwe najaarsdagen.

Ter lering ende vermaeck nog een klets etymologie en historiek: De naam meriansborstel heeft deze soort te danken aan het borstelige uitzicht van de rups, en aan Maria Sibylla Merian, een Duitse kunstenares uit de 17e eeuw die heelder boekwerken vulde met tekeningen van rupsen en vlinders. Een van haar boeken, Metamorphosis Insectorum Surinamensium, werd dit jaar nog heruitgegeven bij uitgeverij Lannoo, dit ingeval u nog iets zou zoeken voor onder de kerstboom.

En inderdaad, maandag blijkt heropeningsdag! Over de blogfrequentie durf ik echter nog niks beloven. Mocht u zich geroepen voelen om te reageren, en het lukt niet, dan zou dat wel eens aan de nieuwe captcha-spamfilter kunnen liggen die ik recent diende te installeren. In dat gebeurlijke geval mag u mij dat altijd melden via bart-apestaart-eigenwijzetuin-punt-be, dan probeer ik daar een mouw aan te passen.

Afsluiten doen we met een bovenaanzicht van de rups, dit voor wie in die eerste foto helemaal geen rups zou herkennen. Hetgeen vrij logisch zou zijn, eigenlijk.

rups meriansborstel

Geplaatst in dieren | 13 reacties

maandag sluitingsdag

Dit wordt het laatste bericht op eigenwijzetuin.be. Na 12 jaar heb ik het gevoel dat niet alleen de seizoenen, maar ook deze blog in rondjes draait. En dat niet alleen ikzelf, maar -gelet op het aantal reacties de laatste maanden- ook jullie het allemaal wel zowat gezien hebben. Tijd om te herbronnen en er hier een streep onder te trekken. Misschien pik ik de draad later terug op, misschien ook niet.
In elk geval: heel erg bedankt om hier te komen lezen, voor het reageren, voor de ‘in-real-life’-ontmoetingen. U was – en dat meen ik heel erg- een bijzonder fijn publiek.

the end

Geplaatst in zonder rubriek | 34 reacties

maandag druildag

Een godganse dag regen, meneer en mevrouw. ‘Druilerig’ kan bij deze als eufimisme dienen, bij momenten gutste het hier met liters tegelijk naar beneden. Het zal bij u vandaag wellicht niet anders geweest zijn. Hopelijk evenwel zonder ondergelopen kelders dan wel urenlang rijtje schuiven richting werk/huis. Maar! Mijn regenwaterput én mijn vijvers zijn weer grondig bijgevuld. Ha!

regen

Geplaatst in zonder rubriek | Getagged | 2 reacties

maandag blommekesdag

donkere ooievaarsbekDonkere ooievaarsbek, ooit begonnen met één stekje, in een enveloppe toegestuurd gekregen van Yo van Duizendblad (waarvoor nog steeds uitgebreid dank!). Ondertussen heeft dat stekje zich al uitgebreid vermeerderd, en blijft dat jaar na jaar doen. Niet dat ik vrees voor een invasieve exoot overigens, al betreft het hier wel degelijk een stinzenplant, m.a.w. een door de mensch ingevoerde soort. Neeneen, ’t blijft netjes binnen de normen van het welvoeglijke, dat vermeerderen. Dus laat maar gaan, dat gaat wel goed…

Geplaatst in zonder rubriek | Getagged | 2 reacties